Liefhebben

17 mei 2020

Jaar A, 6e zondag van Pasen, 17 mei 2020
Johannes 14, 15-21

Jezus zegt: ‘Ik zal jullie een helper sturen. De geest van de waarheid. Wanneer je mij liefhebt, onderhoud dan mijn geboden’.

We lezen op deze 6e zondag van Pasen uit de afscheidsrede van Jezus bij het laatste avondmaal. We gaan dus op weg naar Pinksteren terug in de tijd. Jezus is nog onder zijn leerlingen. Ze hebben zich teruggetrokken in het cenakel voor het Pascha-feest. Na de voetwassing en het vertrek van zijn verrader Judas begint Jezus met een afscheidsspeech. Eerst heeft hij Petrus nog aangewezen als loochenaar: voordat de haan driemaal heeft gekraaid zul je mij afwijzen.

Jezus begint aan een monoloog die af en toe wordt onderbroken door vragen van zijn leerlingen. Deze afscheidsrede beslaat in het evangelie van Johannes wel vier hoofdstukken. Vorige week hoorden we het begin. Daarin stelt Jezus zijn leerlingen eerst gerust: Geloof je in God, geloof dan ook in mij. In de hemel is plaats voor velen. Ik ga zorgen dat jullie goed terecht komen. Vraag maar en Ik zal het doen. Jezus zal bij zijn afscheid nog vaak spreken over de vrede en de liefde.

Vandaag spreekt Jezus zijn testament uit. Hij vertelt ons wat we kunnen doen als Hij er niet meer is. Jezus zegt: ‘Als je mij liefhebt, onderhoudt dan mijn geboden. Dan zal ik samen met de Vader jullie een helper sturen’. In eerste instantie heeft Hij het over de Geest van de waarheid die niemand kan zien en ook niet kent. Pas later noemt Hij de Heilige Geest. Jezus begrijpt dat Hij de apostelen niet zomaar op pad kan sturen met iets wat ze niet kennen. Hij is op dat moment immers nog springlevend onder hen. Er hangt echter spanning in de lucht. Weliswaar hebben mensen Hem op Palmzondag met veel hosanna en hoera de stad binnengehaald, gedurende de week zijn er stemmen opgekomen die hem als bedreiging zien en om zijn dood vragen.

Hoe gaan wij in onze tijd om met deze belofte van de H. Geest? Die is in wezen voor ons ook onzichtbaar en onbekend. Hoe gaan wij om met die helper die ons is beloofd? Hoe reageren wij op iets dat onzichtbaar en onbekend is?

We leven inmiddels al weer ruim twee maanden in afzondering van elkaar vanwege het Corona-virus. ‘Lockdown’ zoals we dat op zijn Engels plegen te noemen. Net zoals ‘social distancing’ waarbij we als ware in een cocon van twee keer 1,5 meter om ons heen door onze omgeving bewegen: de 1,5 meter samenleving. Die is ook zichtbaar in onze kerk waarin we experimenten met stoelen om deze afstand te respecteren. Is dat de manier waarop we parochie willen en kúnnen zijn?

Het lijkt iets van de laatste tijd maar ‘social distancing’ is al terug te vinden in de Bijbel. In het oude testament lezen we over lijders aan lepra of andere plagen die verbannen worden uit de dorpen en steden en zichzelf maar moeten zien te redden. Latere Romeinse en Byzantijnse machthebbers wisten deze quarantaine uit te buiten door op voorhand de schuldigen aan te wijzen: joden, Samaritanen, heidenen en homoseksuelen. Ze werden als het ware tot risicogroepen bestempeld en daarmee uit de samenleving gezet. Een absurde stigmatisering zoals we die ook ten tijde van de uitbraak van het HIV-virus in de tachtiger jaren hebben gezien rond AIDS-slachtoffers.

Er hangt spanning in de lucht. We kunnen het Corona-virus niet zien. Er veel niet bekend. We vrezen de overdracht, de ziekte en dood van de mensen om ons heen en natuurlijk ons zelf. Er zijn mensen gestorven zonder dat we goed afscheid hebben kunnen nemen. Dat doet pijn. Hoe kunnen we die samen dragen? Manu Keirse en Leo Fijen schreven elkaar over dit onderwerp brieven die deze maand zijn uitgekomen in het boek: ‘Het wonder van de kleine goedheid’. Manu Keirse is psycholoog en rouwdeskundige. Sterven in quarantaine betekent dat er littekens achterblijven voor de nabestaanden. We mogen blijven zoeken naar de nabijheid van de ander. Niet om te vergeten maar om te herinneren.

Er zijn inmiddels creatieve oplossingen bedacht om de maatschappij te laten functioneren. Van hoogwerkers bij het balkon tot virtueel vergaderen en speciale spatschermen bij de kassa en natuurlijk de vermaledijde mondkapjes. De onzekerheid blijft: Hoe lang gaat het nog duren? Zal ik gezond blijven of weer worden.? Wanneer kan ik mijn familie weer zien? Houd ik mijn baan en inkomen? Wanneer is er medicijn tegen dit virus?

Begrijp me goed: je kunt de H. Geest niet vergelijken met het Corona-virus. Het gaat om onze reactie op de situatie die is ontstaan: het onbekende. Jezus zal overgeleverd worden en sterven. Hoe kunnen de leerlingen verder zonder Hem? Jezus zegt vandaag: wie mij lief heeft doet zoals ik. De liefde komt op de eerste plaats. Wees barmhartig, blijf niet hangen in wrok en vergelding. Help elkaar door te luisteren naar onze verhalen van verlies en verdriet. Genees de wonden die zijn geslagen. Vertrouw op God.

Vanuit Zijn aardse bestaan als mens bereidt Jezus zijn overgang voor naar het Goddelijke. Voortaan zal Hij bij de Vader zijn. De wereld zal Hem niet meer zien maar zij die zijn geboden onderhouden zullen Hem herkennen. Jezus neemt geen afscheid. Zijn lijden en dood zijn juist een voorwaarde om onder de mensen te kunnen zijn. Zijn marteldood heeft laten zien waartoe wij mensen in staat zijn. Jezus wil het omgekeerde van macht, wraak onrechtvaardigheid en dood. Hij laat ons de liefde zien en vraagt ons Hem na te volgen. Heel concreet door de naastenliefde.

We zijn onderweg naar Pinksteren. Eerst vieren we Hemelvaart waarbij Jezus terug gaat naar zijn Vader. Samen zullen zij een helper sturen: de Heilige Geest. Onzichtbaar en onbekend. Hij vraagt ons zijn geboden te onderhouden als concreet teken dat we geloven. Houden van God als van mijn medemens. Jezus vraagt om daden, niet zomaar een filosofische of rationele toewijding. Nee, ‘hebt elkander lief in daden zoals je Mij en mijn Vader ook lief hebt’. En bovenal: ‘hou van jezelf zoals de Vader ons als beminde kinderen heeft geschapen’.

BJ