Lijden verlichten

26 juni 2016

Jaar C, 13e zondag door het jaar, 26 juni 2016
1 Koningen 19. 16b.19-21, Galaten 5, 1.13-18 en Lucas 9, 51-62

Marinus van den Berg, bekend schrijver en pastor in een hospice in Rotterdam, heeft bij zijn 40-jarig priesterjubileum een boek uitgegeven over lijden. Het heeft de titel: “Lijden verlichten – op weg gaan met de ander” (2015, Uitgeverij Ten Have). In ruim 200 bladzijden vertelt hij over de veelheid aan vormen van lijden en hoe mensen daar al dan niet mee kunnen omgaan.

Je kunt lijden aan vergeten, aan eenzaamheid, aan vergeten worden, aan de dood, aan verdwijnen, aan onkunde, aan pesten, aan teveel gezondheidszorg, aan vervreemding van je kind, aan kerksluiting, aan haat, aan nijd, aan grensvervaging, aan de dagen, aan het werk, aan families en relaties, aan niets zijn… Lijden kent heel veel kanten.

Hoe kun je lijden verlichten? Onlangs hebben we vier bijeenkomsten gehouden met het thema ‘rouw delen’. Voor de deelnemers waren die heel zinvol, juist misschien omdat er niets moest, maar veel mocht. Je mocht je verhaal vertellen of een tekst voorlezen, maar het hoefde niet. Je mocht een bloem meenemen en een wens daaraan vastmaken, maar het hoefde niet. Iemand merkte op dat hij het zo fijn vond dat we juist niet met allerlei goedbedoelde tips kwamen. Marinus van den Berg stelt in het verlengde daarvan dat lijden en leed niet perse bestreden hoeft te worden. Je mag erkennen dat er altijd wel weer op de een of andere manier lijden is in het leven. Het is de kunst om lijden te verlichten, niet door iets te doen, maar door er te zijn. Van den Berg schrijft: “Veel mensen willen graag een ander helpen, ‘Je mag me altijd bellen’, zeggen ze dan, of: ‘Als ik iets voor je kan doen dan zeg je het maar.’ Maar iemand zei tegen me: ‘Als je in de put zit, bel je niet.’ Veel goedbedoeld aanbod wordt niet aanvaard, komt niet aan.”

Lijden verlichten speelt zich op een ander vlak af: het niveau van niets doen, er zijn, “mee-leven, erbij blijven, de onmacht met elkaar uithouden”. Van den Berg schreef er dit gedicht over:

 

Een zachte tissue              Marinus van den Berg

Als de tranen stromen
ga ze niet opdrogen

als verdrietigen huilen
ga ze niet troosten

als wanhopigen schreeuwen
ga ze niet sussen

blijf liever stil zitten
stil en aandachtig

de tranen troosten zelf
huilen en schreeuwen geven ruimte

laat je stille nabijheid
een zachte tissue zijn.

 

Er is geen kant en klare oplossing hoe met lijden om te gaan, hoe daar doorheen te komen, hoe je daaraan te ontworstelen. Het is wel de kunst om die worsteling aan te gaan, niet bij de pakken neer te gaan zitten, de ruimte die je tranen je geven en de stille nabijheid van anderen als een baken te ervaren waarmee je je uit het drijfzand van je pijn kunt optrekken. Bij de expositie ‘Reflectie’ in de Deurnese St. Willibrorduskerk staat een beeld, gemaakt door Leny van den Eerenbeemt dat daarover gaat. Het staat op een sokkel, maar eigenlijk moet het op de grond, in het zand staan. Het is een mens die zich met veel inspanning, met de kracht van al z’n spieren aan de aarde probeert te ontworstelen. Hij kijkt niet naar beneden, naar dat wat hem vasthoudt. Hij kijkt naar boven, naar daar waar nieuw perspectief zich aandient. Wilma Koolen-Hermkens schreef er het volgende gedicht bij:

 

Ontworsteling                WKH

Gezegend ben je
als je alles achterlaat
bezinnen. Dan opnieuw beginnen.

De boeien breken
de banden losgesneden.

Nieuwe mens mag je zijn:
rond in je volheid
groot in je denken
zacht in je wezen
kracht in je hart.

De macht van de mildheid
zal je kronen
met duizenden lelies.

Ruik hoe die geur van frisheid je raakt
als jij je langzaam opricht.

De nieuwe mens
met nieuwe ogen
en handen tot in de hemel.

 

PJ