Loslaten en mildheid

16 mei 2021

Jaar B, 7e zondag van Pasen, 16 mei 2021
Handelingen 1, 15-17.20a.20c-26, 1 Johannes 4, 11-16 en Johannes 17, 11b-19

Tussen Hemelvaart en Pinksteren is een wat onwezenlijke tijd, voor de leerlingen van Jezus misschien net zo onwezenlijk als voor ons de coronatijd. Jezus heeft afscheid genomen van zijn vrienden. Voor hen is het een tweede afscheid. Ze hebben Jezus’ sterven meegemaakt. Maar daarna hebben ze ervaren hoe Hij verrezen was en bij tijd en wijle aan hen verscheen. Nu is hij ten hemel opgevaren en zijn ze opnieuw verweest. Ze moeten hem loslaten en nieuwe wegen vinden om hun leven vorm te geven in zijn geest. Heel praktisch door Jezus’ voorbeeld na te volgen. Zo lezen we in de Handelingen van de Apostelen dat zij een opvolger voor Judas kiezen om het dienstwerk en apostelambt voort te zetten. Dat dienstwerk weerspiegelt in de woorden van Johannes in de tweede lezing: “Als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten ook wij elkander liefhebben.”

In Trouw (De zin van Peter Nissen, Stijn Fens, 10 mei 2021) vertelde Peter Nissen, hoogleraar oecumenica en remonstrants predikant, over hoe hij de coronatijd ervaren heeft. Hij ontdekte de waarde van loslaten en van mildheid, dezelfde waarden die Jezus’ vrienden opnieuw leerden.

Nissen is in die tijd veel gaan wandelen. Hij zegt hierover: “Als ik vroeger wandelde, was ik in mijn hoofd nog bezig met een artikel dat ik af moest maken of een ingewikkeld besluit dat ik moest nemen. Dit soort dingen kan ik nu veel beter van me afzetten.” Ik herken dat, nu ik de afgelopen tijd zelf ook steeds meer te voet ga.

We hebben veel moeten loslaten de afgelopen tijd. Loslaten hoort bij het leven, maar de coronacrisis confronteert ons met de vraag wat nu echt belangrijk is. En wat we echt missen. Niet de drie zoenen als automatisme bij bezoek. Wel de ontmoeting, het gesprek van mens tot mens; de nabijheid ook, een hand, een knuffel. Ik mis niet de vergaderingen, wel het samenzijn, het zoeken naar wegen om te delen van wat je bezielt, gelooft. Soms mis ik de drukte, het bezig zijn, van afspraak naar afspraak, de tijdsdruk voor een overweging. Op andere momenten vind ik de rust die noodgedwongen in het levenspatroon is geslopen wel goed zo. Of we echt onze vrijheid kwijt raakten, zoals sommigen beweren, kan ik niet beamen. Vrijheid bestaat bij de gratie van verbondenheid, van rekening houden met de ander. Daarbinnen kon en kan er nog een heleboel wel.

Het loslaten van gewoontes, ogenschijnlijke zekerheden, kan beklemmen en je angstig maken, maar het geeft ook ruimte om nieuwe mogelijkheden te verkennen, om dingen eens anders te doen of uit te proberen.

Behalve loslaten is ook mildheid een kernwoord voor Peter Nissen. Hij zegt hierover: “Tijdens de lockdowns heb ik gemerkt dat het heel belangrijk is om met mildheid in het leven te staan. Dus niet met prestatiedrang en vooral niet met de neiging elkaar voortdurend de maat te nemen. Op Twitter lijken de lontjes steeds korter te worden. Iedere beperking of juist de opheffing daarvan kan rekenen op protest van groepen die zich verongelijkt voelen. Kortom: we hebben grote nood aan mildheid.”

Hij noemt dan als inspiratie wat Benedictus in zijn kloosterregel schrijft: “over hoe de abt met monniken moet omgaan. Voor Benedictus is heel belangrijk dat de abt niet alleen moet kijken naar de kampioenen, naar diegenen die heel goed zijn in het monnik-zijn. Hij moet ook letten op de langzaamste monnik. Het enige waar monniken zich echt voor moeten inzetten is optimaal respect hebben voor elkaar.”

Een prachtig voorbeeld van mildheid is verwoord door Marinus van den Berg. Ik las het in De Schakel (mei 2021), het contactblad van de Protestantse Gemeenten Deurne en Helenaveen. Het gedicht heeft als titel “Tussen alles door”:

“Tussen alle roepen door,
tussen stemmen die elkaar overstemmen door,
is er het gefluister van de mens die haast geen kracht meer heeft.
De zachte roep van de gebroken stem
die vraagt om gehoord te worden:
luister naar mijn fluisteren.

Tussen alle rennen door,
tussen allen die zichzelf voorbij hollen door,
is er het geschuifel van de mens die nog maar langzaam vooruit komt.
Het haast niet meer bewegen van de voeten
die vragen om een eindje mee te lopen.
Luister naar het geschuifel.

Tussen alle zekerheden door,
tussen alle woorden van die zo zeker lijken door,
is er de aarzelende vraag
van de mens die vol vragen in het leven staat.
De aarzelende vraag in de ogen
vraagt om gezien te worden.
Luister naar de vragen.

Tussen alle bedrijven door,
tussen het druk zijn met van alles en nog wat door,
is er dat onophoudelijke verlangen
van de mens die vraagt om ontmoeting.
Het onophoudelijke verlangen in het gezicht
vraagt om gehoord te worden:

Geef mij een hart dat het verlangen verneemt.
Geef mij ogen die de vragen zien.
Geef mij oren die het gefluister horen.
Schenk mij de ontmoeting die geneest.”

 

PJ