Overweging: Losser

21 december 2014

Jaar B, 4e zondag van de advent, 21 december 2014
Ruth 4 en Lucas 1, 26-38

Met het laatste hoofdstuk van het boek Ruth vallen alle puzzelstukjes precies op hun plaats. Dat het verhaal van een eenvoudige vrouw, arm en weduwe, en nog van buitenlandse afkomst ook, in de bijbel staat is niet toevallig. In het allerlaatste woord wordt dat duidelijk. Het gaat om David, de herdersjongen die koning zal worden.

Betlehem heet niet voor niets ‘huis van brood’. Het heeft vruchtbare grond. De goudgele aren bevatten een gigantische levenskracht.

Ruth… via een ingewikkelde procedure wordt zij in ere hersteld. Als vrouw zonder man en zonder kinderen en vooral zonder zoon was er in die tijd geen toekomst mogelijk. Het was een gewoonte, zoals trouwens ook in onze streken tot nog niet zo heel lang geleden, dat kinderen voor hun ouders zorgden en hen tot het eind van hun leven verzorgden. Er waren geen zorgcentra en verpleeghuizen. Met alle veranderingen en bezuinigingen in de zorg, uitgaande van een participatiemaatschappij, worden we steeds meer gedwongen die oude principes weer op te pakken.

Hoe dan ook: in vroeger tijden was een zoon een garantie dat je naam, je geslacht, bleef voortbestaan. Een dochter kon nog zo goed zorgen voor haar moeder, maar zonder man en zoon, zonder naam dus, was zij veroordeeld tot de bedelstand, kon zij aren lezen achter de maaiers.

Maar er was ook nog een vorm van sociale bijstand. Een familielid van je overleden man kon de weduwe lossen, verlossen, vrijmaken, door het land van de overledene en alles wat daarbij hoort te kopen en de weduwe tot vrouw te nemen. Zo leefde de naam van de gestorvene toch voort op zijn land en werden vrouw en kinderen opgenomen in de familie van de losser. Het was een ereplicht om zo te waken over je familie, maar het had ook consequenties. De aangekochte akker zou niet het eigendom van de losser blijven, want het eerste kind dat uit dit zwagerhuwelijk geboren werd, is erfgenaam.

De eerste losser in het verhaal van Ruth mag geen naam hebben. Hij wil de consequenties niet dragen en Noömi niet lossen. Boaz neemt de familieplicht wel op zich, en zelfs meer dan dat. Want hij neemt ook Ruth op in zijn familie door haar te huwen.

Er is volop vreugde als het kind geboren wordt. Een zoon, een nieuwe erfgenaam, letterlijk: losser, een nieuwe verlosser, voor Noömi, voor heel het volk. In het boerengezin van Boaz en Ruth in Betlehem ontkiemt een koningsgeslacht.

De kleinzoon van Ruth heet Isaï, of Jesse in de oude benaming en haar achterkleinzoon is David, de jongste zoon van Isaï, een rossige herdersjongen, met mooie ogen en een prettig voorkomen, die koning van Israël zal worden.

Eeuwen later ziet de profeet Jesaja in hen een nieuw en hoopvol toekomstvisioen: “Uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de Heer zal op hem rusten.” (Jesaja 11, 1-2)

Niet voor niets begint Matteüs zijn evangelie met waar het verhaal van Ruth eindigt en plaatst Lucas het kerstverhaal op de velden van Betlehem. Zo nemen zij het visoen van Jesaja weer op. Lucas laat het de engel Gabriël aankondigen. In het huis van David zal een kind geboren worden, hij moet Jezus heten. Dat betekent ‘Redder”. Hij is de nieuwe losser voor allen die in nood zijn.

PJ

 

Lees hier de overwegingen bij alle hoofdstukken van Ruth:

overweging 141130 advB01 PJ Ruth 1

overweging 141207 advB02 BJ Ruth 2

overweging 141214 advB03 PJ Ruth 3

overweging 141221 advB04 PJ Ruth 4