Luisteren

29 oktober 2017
Foto: Hubertusraam in de St. Willibrorduskerk Liessel

Hubertusviering, 29 oktober 2017
1 Koningen 17, 2-6; 19, 3-13 en Lucas 12, 22-31

Ik heb de lezingen voor de Hubertusviering o.a. uitgekozen omdat er een raaf in voorkomt. Waar Matteüs in het bekende evangelieverhaal over de vogels in de lucht en de bloemen op het veld algemeen over ‘vogels’ spreekt, noemt Lucas hier raven. Raven ook zorgen dat Elia als hij moeite heeft met het leven en met wat hem overkomt, gevoed wordt.

Dat is opmerkelijk, omdat in de joodse traditie raven als onreine dieren gezien worden. En in het Hebreeuws is hun naam ook nog eens een scheldwoord voor bepaalde tegenstanders van het volk. Tegelijk is een raaf een teken van hoop, beeld van vertrouwen. In het verhaal van de ark van Noach stuurt hij een raaf weg om te verkennen of er weer land in zicht is.

Raven komen in onze omgeving nauwelijks voor. Van de kraaiachtigen, waartoe de raaf behoort, zijn kauwen en roeken des te meer aanwezig. Ze zijn beschermd, maar ze worden vaak genoeg vervloekt, als ze een kerkhof onderpoepen, als ze zich te nadrukkelijk laten horen en andere vogels wegjagen.

Ik moest hieraan denken toen ik in het ED de column van Tommy Wieringa las, over hoe hij ervan getuige was dat een jager een neergeschoten maar niet dood kauwtje met de hak van zijn laars de modder in drukte. Bij navraag bij de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging kreeg hij te horen dat het zo niet de bedoeling was. Hij werd gewezen op de weidelijkheidsregels, bij iedere jager bekend. “Het is de bedoeling dat als je schiet, het dier dood naar beneden komt…” “Als er één ding is waar een goede jager een hekel aan heeft, dan is het aan een slechte jager.” Wieringa sloot af met: “Uit deze gesprekken concludeerde ik dat het ook in jagerskringen uitmaakt hoe je een dier uit zijn lijden verlost. Niet met de hak. De hak vernedert het dier in de dood.”

Een dag later stond er in de krant een ingezonden stuk: “Niet de hak vernedert het dier in de dood, want dieren verliezen hun waarde nooit ook al respecteert men hun waarde niet. Men verliest wel de eigenwaarde.”

Een en ander geeft aan hoe gevoelig het onderwerp van wildbeheer ligt, in de samenleving en tussen jagers onderling. De heilige Hubertus geeft ons gelegenheid om daar even bij stil te staan. Hij is de jager die niet schiet. Bij het wildbeheer is een richtlijn dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen schot. Je mag schieten, maar je moet niet. Als je het niet zeker weet, hou je je vinger recht. Dat is een kwestie van ethiek: hoe ga je met de natuur om, hoe ga je met elkaar om.

Als ik jagers hoor vertellen over hun ervaringen, dan valt me op dat zij vaak vooral genieten van het één met de natuur zijn, het stil zijn en wachten. Luisteren is een eigenschap die onontbeerlijk is. Daarnaast respect voor het wild, voor de omgeving, voor collega’s en anderen.

Dat dit lang niet altijd gemakkelijk is, heeft de wildbeheereenheid Deurne aan den lijve ervaren afgelopen jaar. Het heeft alles te maken met de wetgeving die jagers verplicht om lid te zijn van een wildbeheereenheid. Je bent dan tot elkaar veroordeeld, en dat kan frustraties oproepen, zeker als je het gevoel hebt dat die wetgeving achter de feiten aanloopt, te weinig rekening houdt met wat er in het veld leeft.

Er is veel winst te behalen als overheden meer zouden luisteren naar alle betrokken partijen, nog meer met hen in dialoog zouden gaan; als de wildbeheerders elkaar in hun waarde laten, luisteren naar elkaar, geduld hebben met elkaar.

De raaf die voor Elia zorgt in de eerste lezing, is een beeld van vertrouwen, dat het goed komt. De raven op het veld, die Lucas ziet vliegen, roepen op ons niet vast te bijten in zorgen, maar open te staan voor kansen en mogelijkheden. Misschien doen de kauwen op ons kerkhof dat ook wel.

 

PJ