Meedoen ?

27 september 2020

Jaar A, 26e zondag door het jaar, 27 september 2020
Ezechiël 18, 25-28, Filippenzen 2, 1-11 en Matteüs 21, 28-32

Overweging Liduina van den Broek, veteranenaalmoezenier bd, 27 september 2020
Onder deze overweging staat de overweging van pastoor Paul Janssen

Dat waren straffe woorden van Jezus, die we zojuist hoorden in het evangelie. In zijn repliek aan de hogepriesters en oudsten van het volk neemt hij bepaald geen blad voor de mond, hij plaatst tollenaars en ontuchtige vrouwen zomaar boven hen, die zichzelf zonder meer als rechtvaardigen beschouwen. Zij vertegenwoordigen immers de Joodse Wet, wat moet daar nog bij, zo redeneren ze.

Voor Jezus is het inmiddels erop of eronder: hij is een dag eerder onder gejuich Jeruzalem binnengereden, zittend op een ezel. Hij heeft nog maar een week de tijd om de Blijde Boodschap te verkondigen en de mensen metterdaad te tonen wie zijn Vader is. Hij komt dan ook meteen terzake: wij kunnen God alleen behagen door het goede te dóén. Mooie woorden, beloftes en gevoelens zijn van nul en generlei waarde als we ze niet omzetten in daden, wanneer we daartoe de kans hebben.

Die daden kunnen voor iedere mens anders zijn, al naar gelang onze levenssituatie en de verantwoordelijkheid die we daarin dragen. In deze viering van veteranen wil ik inzoomen op de context van de militair, gezien in het licht van de lezingen van vandaag.

Wanneer militairen vandaag de dag in beeld worden gebracht, is dat steevast als ‘bevorderaars van vrijheid, vrede en veiligheid’. Er gaat geen veteranendag of herdenking voorbij of deze woorden komen aan bod. Vaak met de toevoeging “dat ze deze vrijheid, vrede en veiligheid desnoods met geweld mogen bewerkstelligen.” Daar zijn ze immers militair voor. Wat we inmiddels ook weten, is dat het voor de militair niet louter volstaat om bevelen op te volgen en zo in orde te zijn. In orde zijn met de internationale regelgeving is één ding, maar hoe staat het met het in orde zijn met het eigen geweten? Een militair is eropuit in de situatie waarin hij of zij zich bevindt zijn taak zo goed mogelijk te vervullen. Dat kan alleen, als hij handelt vanuit de militaire, maar dat is ook de menselijke, moraal. Steeds opnieuw moeten er dus keuzes worden gemaakt, soms in ‘a split second’. En ja, dan kan het gaan over leven of dood en het dragen van de gevolgen van deze keuze, een leven lang.

Maar geldt dit willen volgen van de juiste moraal niet voor ons allemaal, als we tenminste goede mensen willen zijn?

De vraag voor ons, christenen, is welke maatstaf, of richtsnoer, wij kunnen hanteren bij het kiezen voor het goede. Hoe bevorderen wij het best vrijheid en vrede in onze wereld? Hierbij kunnen de lezingen van vandaag ons helpen. Het allerbelangrijkste is, dat het voor God altijd ‘nu’ is: wanneer de onrechtvaardige zich bekeert en het goede doet, ziet God hem ook als goed. Het verleden wordt uitgewist. Bij God is immers vergeving, zo weten we. Meer nog, Hij herschept ons hart. Maar er komt nog iets bij. Een góéde daad kan alleen maar gesteld worden uit een goede gezindheid, dus met het hart op de juiste plaats.

Paulus weet precies waar dat is, namelijk, als wij leven in de gezindheid van Jezus Christus. Dan zijn wij altijd bedacht op het goed van onze naaste. In een steeds meer afdalende liefde kijken wij als het ware de ander omhoog, tot in de bevrijdende glimlach van God. En tot onze verbazing ontdekken wij dan zèlf blijer en vrijer te worden, vol vrede en vreugde. “Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.” Wat een prachtige belofte van Jezus in zijn zaligspreking, een belofte die onfeilbaar waar wordt, voor wie gelooft én doet.

LvdB

 

Overweging pastoor Paul Janssen, 26 en 27 september 2020

“Ik doe niet meer mee”, ik moest bij het lezen van het evangelie meteen denken aan het groepje BN-ers dat begin van de week genoeg had van de coronamaatregelen en daarom besloot dat zij dan maar niet meer mee deden. De dommigheid straalde ervan af. Ik zou ook graag terug willen naar hoe het was, niet dat vervelende afstand houden, geen handen schudden, het eindeloos ontsmetten van handen. Ik mis ook een heleboel samenkomsten waar ik graag naar toe ging en waaraan ik graag meedeed. Maar het kan niet.

Ik sprak een collega die in op het dieptepunt van de coronacrisis zeven weken als pastor op een corona-afdeling werkte. Zij deed dat omdat haar collega’s het niet aandurfden, maar vooral ook omdat zij vond dat ze het moest doen. Waar ik in die tijd geen enkele ziekenzalving heb gedaan en geen zieken kon bezoeken, stond zij dag in dag uit ingepakt in schorten, maskers en handschoenen aan bedden van mensen die ze niet kende, die haar ook niet konden herkennen, om een ziekenzegen te geven, terwijl de kinderen met een skypeverbinding het alleen op afstand mochten volgen. Je moeder of vader zien sterven terwijl je er niet bij kunt zijn is afschuwelijk en onvoorstelbaar. Als pastor erbij staan en niets voor die mensen kunnen betekenen is onverteerbaar. Mijn collega heeft naderhand zelf hulp moeten zoeken om alles te verwerken.

Nu zitten we in een hele andere fase van de coronapandemie, maar er is geen reden tot feest. Als je de afbeeldingen van de coronaverspreiding van het RIVM bekijkt, dan worden ze weer wekelijks donkerder van kleur: meer besmettingen. En de maatregelen worden weer aangescherpt. Er zijn genoeg mensen die zich hier zorgen over maken. Ik denk dat je je niet teveel moet laten leiden door angst, maar het minste dat je kunt doen is te proberen om handen regelmatig te ontsmetten en die 1,5 meter afstand te houden – en dat is best lastig, maar het kan wel, ook hier in de kerk –. Er is geen keus om wel of niet mee te doen.

De laatste zondag van mei vieren we in onze gemeente (althans de kern van Deurne) de bevrijding van de Tweede Wereldoorlog – nu 76 jaar geleden. En we herdenken de gestorven Deurnese veteranen van Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Geen enkele burger wereldwijd heeft voor die oorlog gekozen. Iedereen werd erin meegezogen, ook de meeste Duitse jongeren die het leger in moesten. Op de facebookpagina van Vlierden 1300 staat over één van hen, gesneuveld in Vlierden, een ontroerend verhaal.

Over de deelnemers aan de politionele acties in Nederlands-Indië en later de strijd in Nieuw-Guinea is tegenwoordig veel te doen. Er wordt anders tegenaan gekeken dan toen die jongelui vertrokken. Zij kozen niet voor oorlog. Zij gingen in dienst van de vrede, ook al bleek achteraf dat vrede uit een andere hoek moest komen en zij opeens de bezetter waren.

Hadden zij een keuze? Een aantal ging vanwege de dienstplicht. Anderen gingen omdat ze in Nederland niets te verliezen hadden direct na de oorlog.

Hadden ze anders kunnen handelen? Met de kennis van nu waarschijnlijk wel. Maar zoals zij er toen instonden, liep het zoals het liep. Het is een trauma dat veel veteranen – ook van latere vredesmissies – hun leven lang meedragen samen met zoveel vragen over goed en fout en ‘wat?’ en ‘als…’ en ‘waarom?’

Jezus spreekt de laatste weken vaker over het Rijk Gods. Dat is geen hemel ver weg, maar een wereld hier en nu die we samen opbouwen, waarin we samen leven; een wereld die dan ook geen ruimte kent voor egoïsme, maar wel voor aandacht en zorg voor elkaar. En het is gelukkig ook een wereld waarin je tot inzicht mag komen, van je nee een ja kun maken. Zoals die BN-ers die zich alsnog bedenken en de een na de ander hun actie “ik doe niet meer mee” toch maar afblazen. Of zoals die ene zoon in het evangelie, die aanvankelijk tegen zijn vader zei dat hij niet in zijn wijngaard wilde gaan werken, maar het uiteindelijk toch deed.

PJ