Overweging: Neerkant – Monument

6 december 2014

Jaar B, 2e zondag van de advent, 6 december 2014
Jesaja 40, 1-5.9-11 en Marcus 1, 1-8
St. Willibrorduskerk Neerkant

Sinds gisteren heeft onze Neerkantse kerk de status van gemeentelijk monument. Ik wil u daar graag mee feliciteren. In de omschrijving staat:

“Het kerkgebouw is van cultuurhistorische waarde als symbool van de wederopbouw van het jonge kerkdorp Neerkant na de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog en daarmee van belang voor de geestelijke ontwikkeling van het dorp in de naoorlogse jaren.
Het bouwwerk is typologisch gezien een bijzondere uitdrukking van een gedurfd en innovatief rooms-katholiek kerkontwerp in de jaren 1950, waarin de architect poogde het traditionele basilicale concept aan te laten sluiten bij de liturgische wensen van die periode en bij een efficiënte bouwmethode.”

Wat is een monument eigenlijk? Het kan een bouwwerk zijn dat door zijn grootse, schone of kunstzinnige vormen opmerkelijk is. Voordat ik aan de priesteropleiding begon heb ik bouwkunde gestudeerd in Eindhoven, architectuur. Met die bril op kan ik dit gebouw waarderen: een mooie, kleurrijke gevel, nog niet zo lang geleden goed in de verf gezet; een prachtige doopkapel; een in al zijn eenvoud mooi lijnenspel van kolommen, balken, beton, baksteen, glas; het fraaie kunstwerk van Pieter Wiegersma boven de voordeur: de zon die ons uitnodigt om het leven ondanks alles wat we aan pijn en verdriet meemaken, toch van de zonnige kant te bekijken. Ook dat spreekt me aan. Ik wil graag positief in het leven staan. Vanuit ons geloof dragen we een positieve boodschap uit. De eerste lezing van vandaag spreekt dat krachtig uit. “Troost, troost toch mij stad…” “Ga mijn volk troosten…” zegt de bijbel in gewone taal. “Laat ze de moed niet opgeven… Jullie God is er!” De stad, Jeruzalem, is het hele volk, iedereen. Mensen hebben behoefte aan troost en bemoediging in de kwetsbaarheid van het leven, waaraan niemand ontkomt; iemand die met hen meegaat. Het licht van de advent geeft aan dat die troost er ook komt, er zelfs al is, in Jezus Christus, geboren in een kribbe, gestorven aan een kruis, voor ons.

Bij een monument bestaat de neiging om vooral naar het verleden te kijken. Een andere betekenis van monument is namelijk: een beeld of gebouw dat uit het verleden stamt of dat je herinnert aan iets uit het verleden. Dat klinkt mooi, maar daar zit een gevaar aan: dat het verleden, dat wat voorbij is, de nadruk krijgt. Dan wordt de kerk een museum, dat alleen maar geconserveerd hoeft te worden. In zo’n kerk zou ik me niet thuis voelen. Een monument wordt religieus erfgoed genoemd. Dat erfgoed geeft een verplichting voor de erfgenamen – en dat zijn wij allemaal samen – om de erfenis goed te beheren, om van onze parochiegemeenschap iets te maken, ook en juist als het moeilijk is.

Een gebouw kan nog zo mooi of waardevol zijn, maar uiteindelijk gaat het om de mensen die er komen en ervan gebruik maken, die hun geloof met hart en handen beleven, zich daarin verbonden voelen met elkaar en met God. Zijn we daarin ook monumentaal, in de zin van indrukwekkend? Ik denk dat daarin nog veel te winnen valt, heel wat bergen geslecht en dalen gevuld kunnen worden.

Onlangs heb ik nog eens de film “As it is in heaven” gezien. Een beroemde dirigent besluit om gezondheidsredenen helemaal te stoppen met dirigeren en zich terug te trekken in zijn geboorteplaats, een klein dorp ergens achteraf. Zijn komst blijft niet onopgemerkt en de dominee weet hem over te halen om het kerkkoor wat nieuw leven in te blazen. Zijn methode is uiterst onconventioneel. Hij begint niet met het oefenen van gezangen, maar probeert los daarvan iedereen zijn eigen grondtoon te laten vinden. Belangrijk daarbij is dat de verschillende personen een groep, een gemeenschap worden. Hij laat de koorleden adem-, stem- en bewegingsoefeningen doen. Hij laat ze voelen hoe ze bij elkaar horen. Dat roept spanningen en emoties op en er moeten gaandeweg heel wat paden rechtgetrokken en bergen geslecht worden, er moet heel wat uitgesproken worden, heel wat getroost en bemoedigd, voor iedereen elkaar kan accepteren en in zijn waarde laten. Uit de mond van een gehandicapte jongen, die er in het begin eigenlijk maar als een lastpost doorheen loopt, klinkt dan de eerste echte grondtoon die ieder op zijn niveau overneemt tot het een lied wordt, de eerste echte samenzang. Daar wordt verbondenheid gevoeld die verder reikt dan een toevallig samenzijn.

Zo mogen wij onze eigen grondtoon opnieuw vinden. Met de fusie van de parochies van Deurne, Helenaveen, Liessel, Neerkant en Vlierden gaan we deel uitmaken van een groter geheel. Maar de insteek van bestuur en pastoraatsgroep is juist: de vitaliteit op locatie. Graag willen wij ons inspannen om samen met u te bekijken op welke manier we in deze tijd nog zinvol parochie, kerk, geloofsgemeenschap, levend en levendig monument kunnen zijn.

De woorden van Jesaja zijn daarvoor essentieel: geef de moed niet op, jullie God is er. Ik geloof inderdaad dat we in staat zijn om bergen te slechten en dalen te vullen. Dat lukt niet door bij de pakken neer te gaan zitten, maar wel door op te kijken naar de zon boven de voordeur, hoog in de lucht en in ons hart en met hart en handen te blijven geloven.

 

PJ