Nieuws: Geloven

20 september 2015

Jaar B, 25e zondag door het jaar, 20 september 2015
Wijsheid 2, 12.17-20, Jakobus 3, 16-18; 4, 1-3 en Marcus 9, 30-37

De ouderenviering in het Gerardushuis heeft altijd een wat informeel karakter. We zitten – doorgaans met zo’n twaalf bezoekers – rond de tafel. Er is ook ruimte voor eigen inbreng van de meevierders. Bij de voorbeden kan ieder een eigen intentie of gebed bidden. En soms leiden de lezingen tot een gedachtewisseling als overweging.

Afgelopen woensdag zei iemand na de korte overweging: “En toch heb ik er moeite mee, met dat woordje ‘geloof’.” Er ontstond een mooi gesprek. Het valt niet te ontkennen dat in naam van het geloof de meeste oorlogen werden en worden gevoerd. IS verantwoordt al hun gruwelijke daden uit hun radicale geloofsopvatting. Daarover is niet te discussiëren. Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland stelde tegenover onze angst voor de islam een oproep voor nieuwe aandacht voor onze christelijke wortels in daden en in gebed. Geloof en leven zijn met elkaar verweven. Dat kan een probleem zijn.

Waar gaat het dan mis? In het evangelie van vandaag zien we het gebeuren, nota bene onder de eerste en trouwste leerlingen van Jezus zelf. Ze hebben een woordenwisseling over wie de grootste is, de belangrijkste, de baas. Het gaat om macht. Elke oorlog draait om macht: wie is het sterkste, wie kan zijn wil opleggen aan de ander. Dat heeft niets met geloof en godsdienst te maken. Ze zijn hooguit een dekmantel om jezelf niet te hoeven verantwoorden. Als iets in naam van een god wordt gedaan, heeft die god altijd het laatste woord en is daar niets op in te brengen. Want god is almachtig.

Ik opperde woensdag in die viering dat het mis loopt waar geloof tot ultieme waarheid wordt uitgeroepen. Als je het ene tot waar verklaard, wordt het andere daarmee automatisch onwaar. “Toch hebben we het wel zo geleerd,” merkte iemand op: “ons geloof is waarheid, daar hoef je niet over te twijfelen.” Ik moest bekennen dat ik het ook zo geleerd heb. En toch meen ik dat geloven nooit helemaal zeker weten is. Er past bescheidenheid bij. Het gaat niet om zekerheid, het gaat om vertrouwen, dat het goed komt, met alle vragen die je bij het leven en wat je meemaakt hebt, vertrouwen dat er een God is die met je meeleeft en meelijdt en die je nooit alleen laat.

Dat heeft niets met macht te maken, ook niet met waar of niet waar, wel met vrede, vrede in jezelf. Als je iemand vertrouwt, dan voel je dat zo, dan is het gewoon zo. Het is het gevoel van een kind dat als vanzelf de hand van papa of mama vastpakt, dat nog geen weet heeft van de kleine en grote zorgen van het leven en dat nog openstaat voor de weg die de ouders het wijzen.

Geloven is openstaan voor de richtingwijzers die God ons biedt en daarin je eigen weg zoeken, met vallen en opstaan. In de Gerardusschool ging de openingsviering van het schooljaar afgelopen week over ‘groeien’. De kinderen zongen een lied. De tekst gaat zo:

Groeien is knokken om verder te komen
Vallen en opstaan. Een lach en een traan.
Groeien is zoeken en kiezen en vragen,
Ergens aan werken en ergens voor staan.

Groeien is denken en kennis vergroten .
Steeds meer ontdekken en steeds meer gaan zien.
Groeien is telkens weer grenzen verleggen,
waar maken waar je van droomde misschien.

Groeien is dingen soms los durven laten.
Beelden gaan barsten en schieten tekort.
Groeien is botsen met God en ontdekken
dat je geloof daar niet minder van wordt.

PJ