Onbeslagen spiegel

16 augustus 2020

Maria Tenhemelopneming, 15 augustus 2020
Openbaring 11,19a; 12,1-6a.10ab, 1 Korintiërs 15, 20-26 en Lucas 1, 39-56

De lezing uit de Apocalyps, de Openbaring van Johannes, heeft veel kunstenaars geïnspireerd bij het maken van beelden van Maria. Een vrouw bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.

Ik zie het terug in het Marianum, de dubbelafbeelding van Maria in het middenschip van de St. Willibrorduskerk Deurne, maar ook in het Mariabeeld vooraan in de St. Jozefkerk Deurne. Daar kronkelt er ook nog een slang rond en onder haar voeten, die een appel verorbert. Maria staat op het kwaad. Het kwaad heeft geen vat op haar. Zij wordt gezien als de nieuwe Eva, Jezus als de nieuwe Adam. In Maria’s jawoord en Jezus’ verrijzenis wordt het verbond van God en mensen hersteld en voltooid. Oorspronkelijk was er een stralenkrans rond dit Mariabeeld, voorzien van lichtjes. De zon is het beeld van de dag, het licht, het leven. De maan is teken van de nacht, maar zij weerspiegelt ook het licht van de zon. Maria weerspiegelt het licht van Christus.

Bij het Marianum in de St. Willibrorduskerk Deurne is geen slang te zien, maar wel twee menselijke gezichten. Eén was ook genoeg geweest, maar de maker heeft de dubbelafbeelding consequent doorgezet.

Als toeristen de kerk bezoeken, krijg je regelmatig de vraag waarom die gezichten daar zijn afgebeeld. Ik heb daar geen kant en klaar antwoord op, maar die vraag zet me wel aan het denken. Zijn die koppen misschien een spiegelbeeld van onszelf? Maar dat is wel confronterend. Want bij Maria kun je toch altijd terecht? Zij zal nooit iemand vertrappen, verwerpen, afwijzen. Zij komt naar je toe, zoals Maria naar Elisabeth gaat en er een vonk van genegenheid en herkenning overspringt. God is met haar. “Gezegend is de vrucht van haar schoot”.

Maar als je het Magnificat van Maria leest, dan blijkt dat zij een strijdbare vrouw is. Ze laat niet over zich lopen. Zij prijst God, omdat Hij wie klein en weerloos is verheft, omdat Hij de zelfvoldane trotsheid van hart uiteen laat spatten, heersers hun macht ontneemt, de klatergouden rijkdom laat wegsijpelen als zand tussen grijpende vingers. Het slechte in de mens, de draak die we soms zijn en die ons leven bedreigt en wegleidt van het goede: daar keert Maria zich van af. Maar, zoals God, is zij een en al barmhartigheid. Inderdaad, je kunt altijd bij haar terecht, met je goede en je slechte kanten, je licht en je donker, met het duivelse dat soms de kop opsteekt, met de vredige menslievendheid die veel sterker is.

Maria verwerpt het kwade, maar ze omarmt het goede, het kind dat zij baart en beschermt, het kind dat wij zijn. En dat staat dan weer bijzonder mooi – als nergens anders – afgebeeld in het beeld van Maria ter Schoot in het zijportaal van de kerk in Vlierden.

Een tijd geleden kreeg de parochie een beeld terug dat ooit voor de St. Willibrorduskerk Deurne is gemaakt: de jonge Maria met haar ouders Anna en Joachim op de achtergrond. Ook dit meisje staat op de maan en onder haar kronkelt een draakachtige slang. Alleen… de kop van dit duiveltje ontbreekt. Ik heb overwogen om een handige kunstenaar te zoeken, die zo’n kopje in hout kan snijden, maar iemand stelde voor: “Eigenlijk zou je er iets eigentijds op moeten maken”. Dat sprak me wel aan. Ik kwam bij een spiegeltje uit, een dodehoekspiegel. Als je erin kijkt… zie je jezelf… Dat is confronterend, net als die twee gezichten onder het Marianum. Maar dat is denk ik ook precies de bedoeling van dat duiveltje, die draak, of die slang. Soms heb je een spiegel nodig om je eigen gedrag te zien. Maria nodigt je uit om in de onbeslagen spiegel van je hart te kijken en draak en slang geen kans te geven, maar te kiezen voor het goede, zoals Jezus dat consequent deed en tot het einde van zijn leven, tot voorbij de dood.

Ik las op Facebook een gebed voor de heilige Clara, van wie afgelopen week het feest was, maar het is ook van toepassing op Maria. Ik heb het iets herschreven.

Barmhartige God,
U hebt Maria
geroepen bij haar naam
en haar gemaakt
tot een heldere spiegel van uw licht.
Op haar schittering komen wij af,
mensen van de weg.
En op haar voorspraak bidden wij:
noem ook ons bij onze eigen naam;
verlicht onze weg,
opdat wij uw Zoon volgen ten einde toe
op onze weg van tijd naar eeuwigheid.
Amen.

 

PJ