Ongekend

22 maart 2020

Jaar A, 4e zondag veertigdagentijd, 22 maart 2020
1 Samuël 16, 1-13 Johannes 9, 1-41

Ongekend is het woord dat deze week veel wordt gebruikt om de situatie rond de uitbraak van het Coronavirus en de maatregelen die genomen worden te kenschetsen. Ongekend! In de betekenis van ‘nog nooit eerder meegemaakt’. De ontwikkelingen van de laatste weken plaatst deze vierde zondag van de Veertigdagentijd in een bijzonder daglicht. Halfvasten of ‘Laetare’ betekent van oorsprong dat we ons mogen verheugen op het aanstaande Paasfeest. Het Paasfeest waarbij we het nieuwe Paaslicht gaan ontsteken. Kunnen we het nog opbrengen om die belofte van het Paaslicht te blijven zien? Ook als we weten dat zelfs dat grote feest in beperking zal worden gevierd.

We bevinden ons wat dat betreft in de liturgie op een kantelpunt. Het drieluik van de evangelie lezingen van vorige week, vandaag en volgend weekend vormt als het ware een overgang van gekend worden in ons gebrek door het gesprek met de Samaritaanse vrouw. De schuldvraag rond de genezing van de blindgeboren tot en met de opwekking van Lazarus die als het ware een voorafbeelding vormt van de verrijzenis van Jezus zelf. Gebrek, barmhartigheid, opwekking! Verleden, heden, toekomst!

Vandaag horen we in het evangelie een lang verhaal over de wonderlijke genezing van een blindgeborene. Een jongeman die de wereld om hem heen alleen op de tast heeft leren kennen of van horen zeggen. Zijn genezing is voor hem ongekend! Het verhaal dat we horen is een lange verwikkeling waarin een blindgeborene en zijn ouders herhaald moeten vertellen hoe het zo gekomen is en wat er toch is gebeurd dat de jongeman nu weer kan zien.

Eerst wordt Jezus vanuit zijn eigen kring bevraagd over de schuld van de beperking van deze jongeman. Blijkbaar zitten zijn leerlingen nog vast in het patroon van zonde en vergelding. Zijn gebrek kan toch niet uit de lucht zijn komen vallen: wat hebben zijn ouders, of wat heeft hijzelf fout gedaan waardoor hij blind geboren is? Zo van eigen schuld dikke bult! Voor de Farizeeën is genezing van de blindgeborene ongekend.

Blijkbaar hebben mensen een zondebok nodig om dingen die afwijken van de norm te kunnen verklaren. Deze man is blind en dus zal het ook wel aan hem of zijn ouders liggen! De Farizeeën zoeken een zondebok en een manier om Jezus te betrappen. In die tijd hadden de Joden hadden het gebruik om in de voorbereiding op Pasen hun zonden over te dragen op een offerdier en dit als zondebok de woestijn in te sturen. Daar de verbanning van de zondebok waren zij als het ware verlost van hun zonden en weer in het reine met God.

Jezus wijst zijn apostelen op de openbaring van Gods werken: we zijn allemaal Gods schepping, iedereen is gehouden daaraan mee te werken. Wat ons gebrek of verhindering in onszelf of onze omgeving ook met zich meebrengt. De schuldvraag is nu niet belangrijk. Aan het einde der tijden zal iedereen beoordeeld worden op zijn daden. Jezus zegt: ‘zolang Ik er ben, ben Ik het licht van de wereld’. Leef naar wat je van God hebt gekregen en doe goed aan je medemens.

Dan maakt Jezus met speeksel en zand wat modder en strijkt daarmee op de ogen van de blinde man. Wanneer deze zich heeft gewassen is ook zijn blindheid verdwenen. Hij heeft zichzelf genezen.Wat volgt is totale verwarring: sommige mensen geloven helemaal niet dat de blinde man dezelfde is die nu weer kan zien. Wanneer de man zijn genezing bevestigd wordt Jezus aangevallen op het feit dat Hij op de Sabbat werk heeft verricht en daarmee de wet heeft overtreden. Hoe kan een zondig mens nou wonderen doen in naam van God? De mensen geloven er helemaal niets van en laten zich het verhaal door de ouders van de man nog eens vertellen. Die voelen zich onder druk gezet want ze weten dat het aanhangen van Jezus tot verbanning leidt. Ze zouden als zondebokken uit de gemeenschap worden gezet. Hun bestaan, het gebrek en de genezing wordt niet erkend.

En zo gaat het nog een tijdje door! De Farizeeën ondervragen nog eens de man die weer kan zien maar ze geloven hem niet. ‘Je bent in zonden geboren en jij wilt ons de les lezen?’. Tenslotte gooien ze hem letterlijk buiten.

Wanneer Jezus dit verneemt zoekt hij de man op. Het komt tot een getuigenis van de man die Jezus aanneemt als zijn redder. Dan confronteert Jezus de Farizeeën: ‘Jullie denken wel dat jullie het allemaal zo goed gezien hebben, maar jullie zijn ziende blind geworden’! Jullie zijn het belangrijkste uit het oog verloren. Het gaat niet om schuld en vergelding. Het gaat om de barmhartige liefde die God voor zijn mensen heeft en die Hij als voorbeeld stelt voor de mensen. Voor God als Schepper zijn we allemaal gekend! Onze namen zijn geschreven in Zijn hand. Nog voor we geboren werden kende Hij al ons wezen: Voor God zijn we allemaal geliefde kinderen.

Op deze halfvasten zondag vraagt de situatie waarin we ons bevinden om extra kracht: om hoop te houden, gezond te blijven, ondanks alles het licht van Pasen te blijven zien. Elkaar te helpen in deze ongekende situatie waarin we ondanks de afstand en de beperkingen de onderlinge liefde mogen doorgeven. Dat we het Paasmysterie mogen leren kennen en onze hoop op nieuw licht mogen blijven versterken. Daarvoor zijn we geschapen, daarvoor zijn we gezonden, daarvoor zijn we gekend.

 

BJ