Onvoorstelbaar

26 april 2020

Jaar A, 3e zondag van Pasen, 26 april 2020
Lucas 24, 13-35

Afgelopen maandag brak een grote brand uit in de Mariapeel ten oosten van Liessel. Vanuit Neerkant zagen we de rookwolken overtrekken. Niet veel later gevolgd door blushelikopters die tot en met donderdag met hun zware kloppende geluid overdag de lucht beheersten. Ook op de grond zijn vele mensen – vaak met handwerk – bezig geweest de veenbrand te stoppen. Mensen rond de Peel moesten huis en haard verlaten vanwege de doordringende geur van verbrande turf en de slechte luchtkwaliteit. In Liessel werd de Wellenshof geëvacueerd. Het moet – bovenop de maatregelen van quarantaine – een angstaanjagend gebeurtenis zijn geweest voor bewoners om naar een vreemde plaats te worden gebracht. Het is onvoorstelbaar, ongekend.

Dachten we juist weer een versoepeling van maatregelen te krijgen nu zijn we dubbel getroffen. Eerste in afzondering voor het Corona-virus en daarna ramen en deuren dicht vanwege de rook. We hunkeren naar hoe het voor de crisis was. Terug naar ‘normaal’, al wordt er eigenlijk vanzelfsprekend gesproken over het ‘nieuwe’ normaal dat in de zgn. anderhalve meter maatschappij zal moeten plaatsvinden. Ik vind dat ongekend en onvoorstelbaar.

Het inschatten van de schade en hoe het herstel van de natuur in de Mariapeel zal verlopen is nog onzeker. Er wordt al gesproken over één van de grootste natuurbranden van de afgelopen jaren. Honderden hectaren zijn verwoest. Je kunt je daar nauwelijks een voorstelling van maken. Het is onvoorstelbaar, ongekend.

In het evangelie horen we hoe twee mensen teleurgesteld terug gaan naar huis. Tenminste daar ga ik van uit. Ze zijn enkele weken daarvoor vol enthousiasme naar Jeruzalem getrokken om daar een nieuwe leermeester te volgen: Jezus van Nazareth die de nieuwe koning werd genoemd. Met palmtakken en hosanna hebben ze hem de stad ingehaald. Ze zagen hoe zijn passie voor rechtvaardigheid en liefde uitliep op verraad en een groot fiasco. De nieuwe koning werd gevangen genomen en op aandringen van de bevolking ter dood gebracht aan het kruis. Er doen zich wel geruchten voor dat het graf waarin hij was gelegd leeg was en dat Hij verrezen is maar het lijkt erop dat het project mislukt is. Terug naar huis. Gewoon weer hun oude leven oppakken. Terug naar ‘nieuwe normaal’ zouden we tegenwoordig zeggen. Voor de twee is dat onvoorstelbaar en ongekend.

Zo lopen de twee de 11 km terug naar hun dorp. Dat is ongeveer de afstand van Deurne naar Neerkant. Genoeg tijd om met elkaar van gedachten te wisselen over wat er nou precies gebeurd is. Ze hadden zo gehoopt dat Jezus een verandering in hun leven zou maken. Hunkerden zij ook niet naar rechtvaardigheid en liefde? Wanneer Jezus zich bij hen voegt hebben ze dat niet door en verwonderen zich over het feit dat Hij van niets lijkt te weten. Voor de twee was de aanwezigheid van Jezus in hun midden als de verrezen heer onvoorstelbaar en ongekend. Pas bij het breken van het brood zien ze wie Hij werkelijk is: zij herkennen Hem, maar Hij verdwijnt uit hun gezicht.

Ze zeggen tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften uitlegde?’ Ze verlangen naar een nieuw normaal waarin rechtvaardigheid en liefde kan zegevieren. Waarin het kwaad niet meer aan de macht is. Waarin de dood niet meer het laatste woord heeft. Waarin verbondenheid en zorg voor elkaar de basis van het leven.

Ondertussen blijven we bij elkaar uit de buurt. We winkelen verplicht met een karretje en volgen de opgegeven route door de gangpaden. We betalen contactloos en leveren ons winkelwagentje in bij iemand die het grondig gaat ontsmetten. Die onze aanwezigheid en gebruik met ontsmettingsmiddel uitwist. Mensen zijn niet gemaakt om contactloos door het leven te gaan. Niet op fysiek en ook niet op geestelijk vlak. Onze huid waarmee we voelen is het grootste zintuig dat we hebben. Onder invloed van aanraking worden hormonen aangemaakt en reageert onze hartslag en gemoedstoestand. Ook dat is in deze tijd onvoorstelbaar en ongekend.

Verbonden kun je niet afdwingen met gezwollen spreuken op abri’s en tv. Verbondenheid is niet zomaar een goed gevoel. Het gaat uit van de aanwezigheid van de ander. Niet perse in de dezelfde tijd en ruimte maar vooral op geestelijk vlak. Niet zomaar bedacht en dus product van onze eigen geest maar als geloof in de belofte en het vertrouwen dat verbondenheid blijft bestaan. Geloven we in die belofte van Jezus? Geloven we in Hem, in elkaar en in het er voor elkaar zijn?

De machthebber in Jeruzalem dachten Jezus door Hem te kruisigen uit te kunnen wissen. Als een winkelwagentje dat ontdaan wordt van alle besmettingsbronnen. Jezus stierf om zijn passie te doorleven. De gedachte van de verrijzenis die wij vieren in de Eucharistie maakt dat we ons verlangen weer mogen laten aanwakkeren. Zoals het vuur werd aangewakkerd door de oosten wind en de Peel tot een smeulend landschap omvormde. Is dat het nieuwe normaal? Nee, het is vruchtbare grond waaruit nieuw leven kan ontstaan. Kunnen we ons dat voorstellen?

Terug naar normaal wil niet zeggen dat alles wordt zoals het vroeger was, of dat vroeger alles beter was. Wij mogen erop vertrouwen dat God een nieuwe wereld schept, iedere dag. Dat we in het heden mogen putten uit het verleden en onze toekomst zich elke dag van ons leven in Christus mag vernieuwen. Laten we dat vuur aanwakkeren en de hoop niet opgeven dat deze fase in ons leven een doorgang is zoals Jezus die voor ons zelf ook heeft doorgemaakt. We mogen ondanks alles in verlangen zingen: ‘Hosanna, hosanna, God geef ons vrede!’

 

BJ
foto: Dirk Verberne