Onvoorwaardelijk

18 juni 2017

Jaar A, Sacramentsdag, 18 juni 2017
Deuteronomium 8,2-3.14b-16a, 1 Korintiërs 10, 16-17 en Johannes 6, 51-58

Ik krijg niet zo gauw tranen in mijn ogen, maar vorige week vrijdag stroomden ze over mijn wangen bij het zien van het optreden van Deurnese Daniël in “Holland’s got talent”. Het liet me niet los afgelopen week. Hij danste zijn eigen verhaal, over pesten en anders zijn, een eigentijdse interpretatie van het Zwanenmeer. Hij in het wit, een veertiental anderen in het zwart. Met zijn allen tegen één. Heftig was dat. Daar kun je niet onberoerd naar kijken. Maar de kleine tienjarige danser in het wit bleef overeind. Ongelooflijk knap hoe hij met zijn vrienden van de dansschool een statement maakte. Bijzonder hoe hij dat wat hem is overkomen weet te overstijgen en tot iets positiefs weet om te buigen. Met zijn coach combineert hij zijn passie om te dansen met een krachtig signaal dat iedereen zichzelf mag zijn en zich geaccepteerd en gerespecteerd mag weten en voelen.

Dat is een belangrijke boodschap, ook op Sacramentsdag. De katholieke kerk kent zeven sacramenten. Allemaal gaan ze over relaties, relaties met God en relaties met de ander. Bij het doopsel mag je je kind van God weten en opgenomen in de gemeenschap van mensen. Bij de eucharistie, waarvan de eerste communie een speciaal moment is, gaat het om het ontvangen van het Lichaam van Christus om Lichaam van Christus te zijn, iedereen samen. Bij het vormsel staat Gods geestkracht centraal om op een goede manier in het leven met anderen te staan. Bij het huwelijk bevestigen twee mensen voor God dat zij er voor elkaar willen zijn. Bij de priesterwijding wordt de geroepene vertegenwoordiger van Christus ten dienste van de mensen. Bij het sacrament van boete en verzoening wordt weggenomen wat de relatie met God en mensen vertroebelt. Bij het sacrament van de ziekenzalving staat het vertrouwen in God centraal, de verbondenheid met mensen rondom de zieke, waarbij ook het afscheid nemen niet onbesproken blijft.

Op Sacramentsdag staat vooral de eucharistie centraal. “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald, ” zegt Jezus. Met hem is het niet als met het manna, dat elke dag als sneeuw de aarde bedekte, om het volk van Mozes in de tocht door het woestijn te voeden. Jezus komt van God, maar hij noemt zich de “Mensenzoon”. Hij heeft als mens geleefd, heeft zijn leven helemaal gegeven. De essentie van het levend brood dat Jezus geeft, is dat het gebroken wordt om het te delen. De zelfgave van Jezus krijgt pas gestalte in zijn zware lijden en zijn bittere dood, in zijn zweet, bloed en tranen. Dat is wezenlijk. Pas na Witte Donderdag en Goede Vrijdag wordt het Pasen. Na het vallen komt de opstanding, na de dood glorieert het leven. Jezus overstijgt zichzelf in het gebroken brood dat eenheid voedt.

Zo is Sacramentsdag een oproep tot eenheid en verbondenheid. Die zijn soms ver te zoeken, zoals pijnlijk bleek rond de oecumenische gebedsdienst die volgende week op Roze Zaterdag gepland was in de Bossche Sint Jan. Bisschop De Korte zag kansen tot dialoog, om de gevoeligheden rond homoseksualiteit bespreekbaar te maken, om mensen te bemoedigen en te sterken in hun geloof dat God ons in Christus onvoorwaardelijk liefheeft. Hij zag zich echter genoodzaakt zijn medewerking in te trekken, vanwege de vele protesten van mensen die die dialoog niet zagen zitten, of ten minste niet de locatie. Je proeft de teleurstelling als mgr. De Korte schrijft: “Als bisschop blijf ik zoeken naar een goede vorm van dialoog, zowel intern als extern, hoe moeizaam en ondankbaar die vaak ook is. Mensen van welke geaardheid ook moeten in ieder geval binnen onze katholieke gemeenschap hartelijkheid, veiligheid en vriendschap ondervinden. Ieder mens is in onze geloofsgemeenschap welkom.”

Bemoedigend was woensdag de gezamenlijke video-oproep tot eenheid en wederzijdse vriendschap van de meest prominente leiders van de wereldreligies, onder wie paus Franciscus. Persoonlijk contact, zo stellen zij, is een belangrijk middel in de strijd tegen de wijdverbreide misvattingen over aanhangers van een ander geloof, tegen vooroordelen en tegen wantrouwen.
De paus onderstreepte de onvoorwaardelijkheid van Gods liefde. Hij zei: “Geluk is de omhelzing van God die van ons houdt zoals we zijn.”