Onze Vader

27 november 2016

Jaar A, 1e zondag van de advent, 27 november 2016
Jesaja 2, 1-5, Romeinen 13, 11-14 en Matteüs 24, 37-44

Afgelopen vrijdag mocht ik met de kerkwachten van de St. Willibrorduskerk, als afsluiting van het seizoen, het Boerenbondsmuseum in Gemert bezoeken. Achter het geboortehuis van pater van den Elsen waan je je in een dorp van een eeuw geleden, een verrassend mooi plekje dat met veel vrijwilligers levend gehouden wordt. Het is mooi om te zien hoe het leven tussen ongeveer 1850 en 1950 geleefd werd. Bij sommigen riep het nostalgische gevoelens op. Zij herinnerden zich hun jeugdjaren, hoe het leven nog eenvoudig was. De verhalen kwamen als vanzelf boven. Maar het was niet alleen maar ‘die goede ouwe tijd’. Het was hard werken op het land en in de wintermaanden soms wat gezelligheid rond de kachel.

Ik heb die tijd niet meegemaakt. Ik ben opgegroeid in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Ik zie vooral hoe het leven zich ontwikkeld heeft, dankzij de technische vooruitgang, die tot op de dag van vandaag doorgaat en in een ongelooflijke stroomversnelling is geraakt van wasbord naar de modernste huishoudapparatuur, van televisie naar tablet en smartphone.

Constante factor in al die tijd, is dat de manier waarop wij leven voortdurend verandert. Dat kun je niet tegenhouden, al wringt dat wel eens. Je kunt de ontwikkelingen bijna niet bijhouden. Niet iedereen zoekt dat ook. Veranderingen geven een gevoel van onzekerheid. Waar moet het heen? Naarmate de wereld steeds meer toegankelijk en nabij wordt voor iedereen, is er een grotere roep om de eigen omgeving af te bakenen, zich terug te trekken. De verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten past daarin, ook de zwarte-pietendiscussie in Nederland. Onvoorstelbaar hoe die laatste zo’n felle reacties – tot doodsbedreigingen toe – teweeg brengt.

Vandaag beginnen wij een nieuw kerkelijk jaar. We hebben de eerste van vier adventskaarsen ontstoken. We rollen langzaamaan de nostalgie van het kerstfeest in. Maar het evangelie schudt ons wakker uit de droom van vroeger tijden. Het roept ons op tot waakzaamheid, juist waar het leven schuurt en pijn doet. Tegelijkertijd horen we dat prachtige visioen van Jesaja: dat alle volken samen zullen komen, dat zwaarden omgesmeed worden tot ploegijzers, speren tot sikkels. Gereedschappen die inmiddels alleen nog in het museum getoond worden. Maar de boodschap is helder: alle oorlog en haat zullen voorbij zijn.

Met de advent krijgen wij een herziene tekst van het Onze Vader aangereikt. Vanaf vandaag zal die in de liturgie gebeden worden. Het gaat niet om een nieuwe vertaling, maar om een aanpassing van de oude. Concreet zijn er zeven woorden gewijzigd in twee zinnen. “Waarom is dat nodig?” vroegen sommigen. Anderen reageren fel, geërgerd. Ik had er zelf ook mijn vraagtekens bij. Waarom ontneem je mensen iets wat zo vertrouwd is en blindelings wordt meegebeden? Toch zit daar ook een andere kant aan, ben ik gaandeweg gaan ervaren. Ik heb het vorige week al gezegd: alles is in beweging. Een Boerenbondsmuseum laat dat zien, maar ook Techniek met een Ziel in Neerkant en Museum De Wieger. Het dagelijks leven, de techniek, de kunst, er zit beweging in, het verandert voortdurend. Dat geldt ook voor taal. En eigenlijk was het vreemd dat voor eenzelfde taalgebied – Nederland en België – twee versies in omloop waren van het Onze Vader, dat toch juist het familiegebed bij uitstek is.

Bij de herziene tekst is voor ons het eerste deel hetzelfde gebleven. De mensen in Vlaanderen zullen juist aan die woorden moeten wennen. De zin “Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven” heeft meer het accent van de Belgische vertaling gekregen: “Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren”. Het woord ‘schuldenaren’ wordt door ons niet zo veel gebruikt, maar het is wel een goed Nederlands woord. De dubbele beweging die in het gebed zit komt zo nog meer tot uiting. Wij kunnen God wel om vergeving vragen, maar dat houdt vanzelf in dat mensen die ons om vergeving vragen, die ook van ons mogen verwachten. Niek Hanckmann, een van de jonge fraters van Tilburg zegt daarover: “Het is de enige zin in het Onze Vader waarin ook een belofte van onze kant zit.” (Het gebed van Jezus, Adveniat 2016) Een essentiële zin in het gebed, een essentiële christelijke levenshouding.

De zin “leid ons niet in bekoring” ondergaat een wezenlijke verandering. “Breng ons niet in beproeving” bidden we voortaan. “Hoe kon God nu zijn geliefde gelovigen verleiden?” schrijft cultuurtheoloog Frans Bosman. “Het paste niet in mijn Godbeeld te moeten geloven in een barmhartige God die moedwillig zijn kinderen op de proef gaat stellen om te checken of ze wel een stevig geloof hebben.” De nieuwe vertaling hielp hem immens. Zo zegt Bosman: “Ik lees het gebed nu met nieuwe ogen. Beproevingen kom ik als christen nog wel eens tegen. De neiging om mee te doen met een protest tegen een AZC op de hoek, mopperen op ‘die gewelddadige moslims’, die ene verlepte vriend niet meer bellen wegens ‘geen zin’. Je mond houden als het christendom weer eens ritueel door het riool wordt getrokken op dat feestje waar je bent. Je wilt die beproevingen niet, dus je bidt God eigenlijk om twee dingen. Eén, heel praktisch, om de kat niet op het spek te binden. En twee, als de beproeving voorbij komt, om niet onderuit te gaan.” Aldus Bosman (Het gebed van Jezus, Adveniat 2016).

Zo is er nog veel meer over het Onze Vader te zeggen. Op één wil ik u nog wijzen: het woord ‘onze’ roept ons op om samen dit gebed te bidden. Hierin krijgt het visioen van Jesaja van alle volken die samenkomen gestalte. U heeft in uw boekje een gebedskaart gevonden met de tekst van het Onze Vader. Van de achterkant zijn vier versies. Het zijn vier delen van één afbeelding: van zegenende handen die brood breken en delen. Met één kaart is het niet compleet. Samen bidden en Gods zegen daarin herkennen, maakt het Onze Vader nog waardevoller.

Zo worden wij aan het begin van de advent opgeroepen om heel concreet waakzaam te zijn, alert op wat we bidden, daarover na te denken, het blindelings bidden, de routine te doorbreken en weer eens fris en goed naar de tekst en de inhoud te kijken en die te bidden.

 

PJ