“Open up”

23 mei 2021

Pinksteren, 23 mei 2021
Handelingen 2, 1-11, Galaten 5, 16-25 en Johannes 15, 26-27; 16, 12-15

Een plein vol mensen, een groot podium. Iedereen juicht, de kasteleins krijgen de vaten niet aangesleept, muziek, kleurig licht. Het zou de Royal Music Night kunnen zijn of een Carnavalsspektakel of festival. Of zoals deze week het Songfestival. Heel wat mensen verlangen ernaar om weer een keer helemaal uit hun dak te gaan. Na een tijd van beperkingen, mogen de deuren in hun ogen wel weer open.

Zoiets stel ik me voor bij het Pinksterverhaal in de Handelingen van de Apostelen. De vrienden van Jezus hebben zich een tijd lang bang en onzeker teruggetrokken in een bovenzaal, op dezelfde plek waar ze met Jezus het laatste avondmaal vierden. En dan is er opeens die wonderlijke ervaring die Lucas zo mooi beschrijft: “een gedruis alsof er een hevige wind opstak”, “iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette”. Opeens weten ze wat ze moeten doen. Opeens zien ze het weer zitten, zijn ze vol vurig enthousiasme. En dat werkt aanstekelijk. Net na het fragment dat we lazen staat dat mensen helemaal van hun stuk gebracht zijn en zich afvragen wat dit allemaal toch te betekenen heeft. Anderen zeggen spottend: “Ze zullen wel dronken zijn”. Dat geeft de sfeer goed weer.

Ik las op de website van Volzin (18 mei 2021) een artikel van Tom Engelshoven, waarin hij een boek van predikant Tom Mikkers en journalist Hijlco Span bespreekt: “Hallelujah Eurovision – De magie van het Songfestival”. Zij leggen een link tussen het festival en levensbeschouwing en dagen de lezer uit om het songfestival te zien als een magisch pleidooi voor vrijheid en dromen die uit kunnen komen. Het gaat om meer dan zoveel keer twaalf punten, de excentrieke kostuums, de meest spectaculaire act, of – je zou het bijna vergeten – het mooiste lied. De schrijver zegt over de magie van het songfestival:

“Het is een heel mooi sprookje. Kijk maar hoe Nederland, dat lange tijd sliep, in 2019 muzikaal wakker werd gekust door de overwinning van Duncan Laurence. Het is ook een metafoor. Het is een liturgie. Iets waar de kerk vroeger heel goed in was. Ooit was de kerk een technisch hoogstandje. Wij vinden het nu een soort museaal gebouw, maar in de middeleeuwen was de kerk juist zo bijzonder, omdat hij eruit knalde. De muren waren niet wit, maar kleurrijk beschilderd. De kerk was Las Vegas. Of: het grote podium van het Eurovisie Songfestival, maar dan voor het brede publiek en heel erg religieus geladen. De hedendaagse kerk is sober en unplugged, het songfestival is in zekere zin een voortzetting van die middeleeuwse vroomheid. Het is voor alles een radicaal vrolijk geloof: kleurrijk en mierzoet.”

Zo had ik het nog nooit bekeken, maar er zit wel iets in. Als wij vandaag Pinksteren vieren, dan steken wat extra kaarsen aan, maar verder bruist het niet van enthousiasme. In de Carnavalsmis zit meer kleur en leven. Het Rijke Roomse leven had iets betoverends. Als de zon door de neogotische gebrandschilderde ramen schijnt, kleuren alle pilaren, banken, stoelen, tegels in vrolijke rode, blauwe, groene, gele vlekken. “Iets dat op vuur gelijkt,” noemt schilder Lucas het. De verlichting van de Songfestivalzaal heeft een vergelijkbaar effect.

En wat nog belangrijker is dan het visuele aspect: het Songfestival verbindt mensen en landen. Toeschouwers, tv-kijkers, artiesten verstaan elkaar. Tom Mikkers zegt hierover: “Religie zorgt ervoor dat mensen symbolen hebben, waaromheen ze zich kunnen groeperen en samenwerking tot stand kunnen brengen. Het songfestival doet hetzelfde voor het moderne Europa. Het geeft onze samenwerking een symbolisch kader. Het festival is het kerstmomentje dat we met elkaar hebben als landen van Europa. Daardoor kun je het de rest van het jaar, wanneer je wat zakelijker met elkaar moet omgaan, beter uithouden. Die functie vervulde religie van oudsher. Alleen is religie op dit moment een hele slechte samenbinder, zeker op macroniveau binnen Europa, waar gelovigen ook een geschiedenis vol conflicten meebrengen.”

Zo wordt ons op Pinksteren door het Songfestival een spiegel voorgehouden.
Het motto van het Songfestival is “Open Up”. Open up staat voor vertrouwen blijven houden en dichtbij elkaar zijn, ook al leven we al bijna een jaar op afstand van elkaar. Je openen voor elkaar, voor dromen, voor een nieuwe toekomst. Een prachtige Pinkstergedachte: “Open up” mag voor ons een oproep zijn om het parochieleven nieuw elan te geven, ons te openen niet alleen voor elkaar, maar ook voor God.

Dat hoeft niet per se met veel spektakel. Het gaat uiteindelijk niet om de buitenkant – daarin is het Rijke Roomsche leven tekort geschoten –. Het gaat om de binnenkant, hoe we van harte leven. Met de vruchten van de Geest kunnen we aan de slag: “liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. Dat is het vuur waaraan we ons mogen warmen, en waarvan we niet genoeg kunnen krijgen en zelfs dronken mogen worden.

 

PJ