Overweging: Wat kan ik doen?

13 december 2015

Jaar C, 3e zondag van de advent
Sefanja 3, 14-18a, Filippenzen 4, 4-7 en Lucas 3, 10-18

“Wat moeten we doen,” vragen de mensen aan Johannes de Doper. Het antwoord is heel concreet.

Afgelopen dinsdag opende paus Franciscus het Heilig Jaar van Barmhartigheid in Rome. Een dag later sloten wij ons als een van de eerste parochies in Nederland bij dat thema aan in een drukbezochte en mooie viering in de St. Willibrorduskerk Deurne. Paus Franciscus heeft een oud woord van stal gehaald om op te roepen om zo concreet mogelijk kerk en gemeenschap te zijn: door barmhartig te zijn naar de mensen om je heen.

De Fraters van Tilburg hebben in hun Beweging van Barmhartigheid dat oude woord al jaren geleden afgestoft. Barmhartig zijn, dat is: zien, bewogen worden, in beweging komen. Het leed om je heen zien, je er niet van afwenden, maar het laten doordringen en je erdoor laten raken. En dan in beweging komen, samen zoeken naar oplossingen. De oproep om barmhartig te zijn is heel actueel.

Een aantal vertegenwoordigers van groepen liet in de viering zien hoe zij vandaag de dag barmhartigheid beoefenen in onze omgeving. . Het doet goed om te zien dat er toch heel wat mensen actief zijn om andere mensen te helpen. Tegelijk geeft dit aan dat er ook veel nood en leed is, dat aandacht verdient.

“Wat moeten we doen?” vragen de mensen in het evangelie aan Johannes de Doper. Je mag daar rustig van maken: “Wat kan ik doen?” Zien, bewogen worden en in beweging komen. Eerst dat zien… Als je het leed om je heen en in de wereld niet wilt zien, als je je ogen afwendt, kom je al helemaal niet toe aan barmhartig zijn. Het is heel gemakkelijk om te zeggen: “Kan ik er wat aan doen?” of “Je kunt er toch niets aan veranderen” of “Het zal mijn tijd wel duren”. Het is ook niet moeilijk om een beschuldigende vinger uit te steken naar anderen. Als je de verantwoordelijkheid van wat er gebeurt altijd bij een ander legt, blijf je zelf buiten schot, hoef je niets. Met een dergelijke instelling is de wereld niet geholpen en jij zelf ook niet. Maar als je het wel ziet en geraakt wordt, dan stel je als vanzelf die vraag: “Wat kan ik doen?”

Ik haalde afgelopen woensdag een gedachte aan van Frans van der Lugt, een Jezuiet die 48 jaar in Syrië werkte en vorig jaar daar in Homs vermoord werd. Ik citeer:

“Ergens, diep in het merg van je mens-zijn –
daar waar God kan huizen, heel misschien – ,
voel je aan dat het er op de eerste plaats niet om gaat
volle of vuile handen te hebben,
maar dat je moet gaan proberen te aanvaarden,
moeizaam en langzaam,
dat je handen leeg zijn, dat je niets hebt,
dat je alles opnieuw mag en moet ontvangen
en dat je alleen maar ontvangend kunt geven.

Alleen met lege handen
kun je een medemens werkelijk ontvangen,
je handen met hem vullen,
hem ruimte geven in je armen,
zijn naam noemen, zijn taal spreken.

Alleen met lege handen kun je werkelijk
geven, doorgeven,
zonder dat de ontvangene zich de mindere hoeft te voelen,
agressief hoeft te worden
of onderdanig hoeft te zijn.”

Paul Begheyn sj (red.), Frans van der Lugt sj, 1938-2014. Bruggenbouwer en martelaar in Syrië.

 

Een citaat dat aan het denken zet. En dat is juist de bedoeling. Johannes de Doper vertaalt dit in hele concrete antwoorden op de vraag: “Wat moeten we doen?” Delen wat je hebt, eerlijk zijn, rechtvaardig zijn.

In de woorden van Johannes hoor ik: Hou het dicht bij jezelf. Gewoon doen is al genoeg. Dat je je afvraagt of je iets kunt doen, is al een goed begin: zien en bewogen worden. En daarna in beweging komen.

Eigenlijk worden we vandaag al uitgenodigd om goede voornemens te maken, niet die waarover na nieuwjaarsdag niet meer gesproken wordt, maar concrete dingen, kleine stappen die je kunt zetten om de wereld wat mooier te maken.

 

PJ