Overweging: Drie koningen ?

3 januari 2016

Openbaring van de Heer, 3 januari 2016
Jesaja 60, 1-6, Efeze 3, 2-3a.5-6 en Matteüs 2,1-12

Al voelen ze zich wel zo, ze zijn geen koning. Ze zijn neven van elkaar. De ene is emigratie-makelaar. Hij schiet mensen die de overtocht naar Amerika willen maken hun reisgeld voor en ontvangt het dan later met rente terug. De andere is apotheker, maar speelt dokter voor de buitenvelders, zoals de mensen in het veen worden genoemd, sloebers die in plaggenhutten wonen en dag in dag uit turf steken, zwaar werk dat weinig oplevert. De plaatselijke huisarts komt er zelden of nooit. De apotheker trekt zich daarom het lot van de mensen aan en matigt zich competenties aan die hij niet kan verantwoorden. En de derde neef was kastenbouwer. Maar omdat daarin niets te verdienen viel, heeft hij zich toegelegd op het bouwen van violen.

Die laatste is de eigenlijke hoofdpersoon van de film en het boek “Publieke werken”. Hij woont in een huisje aan de Prins Hendrikkade tegenover het in aanbouw zijnde Centraal Station in Amsterdam. Een hotelketen wil de straat opkopen om er het Victoriahotel te bouwen. Maar de violenbouwer wil zijn huis en dat van zijn buurman die volledig op zijn verkooptalent vertrouwt, tegen een te hoge prijs verkopen. Hij rekent zich rijk, omdat ze volgens hem niet om hem heen kunnen en dus wel zullen betalen. Hij heeft er alleen geen rekening mee gehouden dat ze wèl om hem heen zouden bouwen. Dat was niet zo erg geweest, als hij niet zijn geld al op voorhand had belegd in de lucratieve mensenhandel van zijn eerste neef en de buitenvelders van de tweede neef een reisovereenkomst naar Amerika had aangeboden. De mensen zijn al op weg gegaan naar hun beloofde land, met de trein naar de haven en dan de boot in.

Drie koningen die volledig mislukken in hun zucht naar erkenning en naar geld. De mensenmakelaar in Amerika gaat ten onder aan zijn goudkoorts en slaat op de vlucht voor de belastingdienst, de vioolbouwer beseft te laat dat hij vooral zichzelf heeft bewierookt. Hij heeft verkeerd gegokt en pleegt zelfmoord. De apotheker-dokter, die merkt dat zijn zalfjes toch geen mirre zijn, valt door de mand, ook letterlijk als hij struikelt over de bijenkorf van de buitenvelders en aan alle kanten door de bijen wordt aangevallen.

Die bijenkorf is wel een mooi beeld door heel het verhaal heen. Aan het begin woont en werkt het bijenvolk er nog in harmonie met de omgeving. Als de buitenvelders wegtrekken missen ze hun verzorging, hebben ze moeite om te overleven. Wanneer de apotheker over de bijenkorf valt ziet het bijenvolk dit als een levensbedreigende aanval. Enige tijd later liggen de restanten van de korf en wat honingraat er desolaat bij. Het bijenvolk heeft het niet overleefd.

De laatste jaren gaat het door allerlei omstandigheden niet goed met de bijenvolken. Zijn zij wellicht een graadmeter hoe het met ons mensenvolk gaat? Ook in het afgelopen jaar heeft de mens zijn koninklijke mogelijkheden enorm overschat of doelbewust misbruikt ten koste van zoveel mensen.

Gelukkig zijn ook die andere koningen, die zich niet laten leiden door macht en geld. Wijzen worden ze genoemd. Hoeveel het er zijn, staat niet in het verhaal. Drie misschien, twee of tien. Herodes laten ze links liggen. Zij laten zich verrassen door een ster en vertederen door een kind. Ze maken zich klein in hun grootheid, groot in hun kleinheid. Wie het zijn weet niemand. Melchior, Balthazar, Caspar, zo vertelt de traditie. Maar misschien heten ze wel Karel, Riekie, Jan, Esther, Piet of Ans, gewone mensen als u en ik, die zich proberen te bekommeren om elkaar, die zich herkennen in wat Herman Finkers zei aan het einde van zijn oudejaarsconference: “De wereld is imperfect dus kunnen wij aan de slag met kwetsbaarheid, zachtheid en schoonheid.”

Kwetsbaarheid, zachtheid en schoonheid… Dat zijn de koninklijke geschenken – goud, wierook en mirre – voor onze tijd.

 

 

PJ