Overweging: Trouw

17 januari 2016

Jaar C, 2e zondag door het jaar, 17 januari 2016
Jesaja 62, 1-5 en Johannes 2, 1-12

Het eindigt met een huwelijk, maar bruid en bruidegom zijn niet de hoofdpersonen in het verhaal. Dat zijn een gevangenisbewaarder die zich opwerkt tot politiechef en een man die voor het stelen van een brood negentien jaar in de bak heeft gezeten en daar afgebeuld werd met zware dwangarbeid.

Het begint met een huwelijk, maar bruid en bruidegom zijn niet de hoofdpersonen. Dat is een man die het feest redt door een wonder te doen als zijn moeder hem daarom vraagt.

Twee bruiloften, in Frankrijk aan het begin van de 19e eeuw en in Kana aan begin van onze jaartelling. Twee verschillende feesten, twee verschillende verhalen. De film ‘Les Miserables’ was pas op televisie. Hij is net zo fascinerend als de gelijknamige beroemde musical. Het verhaal van de bruiloft van Kana blijft een geliefd maar ook merkwaardig bijbelverhaal.

De hoofdrolspelers, Jean Valjean en Jezus, lijken helemaal niet op elkaar. Toch zie ik overeenkomsten in hun zoektocht naar wat hun roeping is.

Jean Valjean, door zijn gevangenschap getekend voor het leven – eens een dief altijd een dief – moet worstelen om zich los te maken van dat beeld en van zijn wraakgevoelens. Als hij bij een bisschop, die hem onderdak geeft, kostbare kandelaars steelt en opgepakt wordt, neemt de geestelijke het voor hem op. Hij verklaart dat hij de kandelaars aan Jean Valjean heeft gegeven. Dat opent zijn ogen. Jaren later is er nog zo’n moment. Hij is dan directeur van een fabriek en wordt zelfs burgemeester. Hij heeft hart voor zijn personeel, maar een jonge moeder ontglipt aan zijn aandacht. Zij wordt ontslagen en belandt in de goot. Als hij haar later tegenkomt in de sloppenwijken van de stad, herkent hij haar amper. Hij belooft haar, vlak voor zij sterft, voor haar dochter te zorgen. Ook dat moment bepaalt het leven van Valjean. Het is een nieuwe zet in de rug om zijn leven in dienst van het goede te stellen. Hij is daarin zo consequent dat hij zelfs het leven spaart van zijn belager, de gevangenbewaarder Javert die hem zijn leven lang achtervolgt om hem opnieuw achter de tralies te krijgen.

Ook Jezus heeft een zet in de rug nodig om zijn roeping te erkennen en ermee aan de slag te gaan. Herders en koningen hebben hem herkend als de Messias. Johannes heeft hem aangewezen als Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt. Bij de bruiloft in Kana vertelt Maria hem fijntjes: nu is het jouw beurt, nu ben jij aan zet. De reactie van Jezus lijkt op die van een weerbarstige puber, die geen zin heeft om op de voorgrond te treden, er in zijn ogen nog niet aan toe is. “Nog is mijn uur niet gekomen,” sputtert Hij tegen. Maar als Maria tegen de bedienden zegt: “Doet maar wat Hij u zeggen zal”, is het goed. Jezus laat zich zien als de redder van het feest, de redder van het volk. De woorden van Jesaja worden zijn woorden: “Omwille van Sion mag ik niet zwijgen…” Zijn leven zal voortaan in het teken staan van aandacht voor elke mens vanuit een goddelijke overtuiging dat ieder een beeld van God is, ook al lijkt dat soms ver weggestopt.

Voor Jean Valjean luidt de bruiloft het einde van zijn leven in. Eén van de beginscènes van de film is tekenend voor die weg: hij wordt gedwongen een zware scheepsmast op te tillen en mee te sjouwen. Hij wankelt, maar hij houdt vol. Het beeld van het kruis komt bij mij op. Ook Jezus weet dat hij moet sterven. Hij staat nog aan het begin van zijn weg. Maar het zal niet lang duren voordat het kruishout zich laat voelen.

Maar nu nog niet. Nu is het feest. Er wordt bruiloft gevierd.
Nu moet de wijn rijkelijk vloeien.

 

PJ