Overweging: In de voetsporen van Jezus

24 januari 2016

Jaar C, 3e zondag door het jaar, 24 januari 2016
Lucas 1, 1-4.14-15

Waartoe zijn wij op aarde? Het is de eerste vraag uit de schoolkatechismus waarvan velen het antwoord uit het hoofd hebben geleerd en het op aanvraag konden opdreunen. ‘Wij zijn op aarde om God te dienen en om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn’. Zo’n eenvoudig en geruststellend antwoord is tegenwoordig voor nog maar weinig mensen afdoende. De vraag is echter ruim vijftig jaar later nog hoogst actueel. ‘Waartoe zijn we op aarde’ schijnt de vraag te zijn die ons het meest interesseert.

In de nieuwe jongeren catechismus YouCat die in 2011 werd uitgegeven staat: ‘Wij zijn op aarde om God te kennen en lief te hebben, naar zijn wil het goede te doen en ooit in de hemel te komen’. Het zijn wezenlijk andere woorden dan die van de oude schoolkatechismus. In plaats van ‘God dienen’ horen we ‘naar zijn wil het goede te doen’. En het is de bedoeling dat we God kennen en liefhebben. Als we naar de tekenen van de tijd kijken is het de vraag of mensen God nog kennen. En als dat zo is: hoe kunnen we dan weten wat zijn wil is, laat staan hoe kunnen we God liefhebben? En wat die hemel betreft: willen we geloven dat er zoiets als het hiernamaals bestaat?

Is zo’n moderne versie dus afdoende in onze zoektocht naar zinvol leven? Als we ons oordeel moeten laten afhangen van een definitie dan raken we al snel teleurgesteld. Kunnen we aan alle voorwaarden voldoen? In de praktijk kunnen wij hard zijn in ons oordeel over onszelf en anderen. Gebruikt God soms een checklist waarmee Hij ons de maat neemt? Ik geloof het niet. God is onwaarschijnlijk barmhartig. God is bovenmenselijk vergevingsgezind.

Hoe geeft God zelf zin aan zijn bestaan? In het evangelie van vandaag horen we hoe Jezus zichzelf kenbaar maakt. Hij maakt bekend wat de zin van zijn bestaan is. Ik ben gezonden om aan arme mensen de blijde boodschap te brengen. Ik ben gekomen om blinden te laten zien. Ik ben gekomen om gevangenen en verdrukten te bevrijden. Daarvoor is de Geest over Jezus gekomen en is Hij gezalfd tot de Messias. Jezus zegt: ‘precies dat kom ik doen’. Niet meer en niet minder. Zoals het opgeschreven staat. Als we het opvatten als een taakomschrijving die lang geleden voor Jezus is opgeschreven doen we onszelf tekort.

Hoe staat het met onze eigen armoede als het om de blijde boodschap gaat? Kunnen wij die verstaan? Begrijpen we werkelijk wat Jezus bedoelt? Zijn we misschien blind voor het geluk dat voor onze voeten ligt en voelen ons meer als gevangenen en verdrukten die bevrijding nodig hebben?

Zin geven aan het leven is: ondanks alles onze armoede afleggen. Ons er niet door laten ketenen of beperken. Onze ogen openen voor de medemens en ons laten bevrijden uit de gevangenschap die materialisme en dadendrang met zich mee kunnen brengen. Zin geven aan je leven is dus niet een lijstje afwerken. Aan voorwaarden voldoen. Het is in de voetsporen van Jezus treden. Met Hem de taak aanvaarden die God voor ons heeft weggelegd. Die opdracht komt niet in een kant en klare functieomschrijving of een briefje op de koelkast.

In de encycliek Laudato Si die vorige jaar met Pinksteren van de hand van Paus Fransciscus is verschenen pleit hij voor een spiritualiteit van tederheid. Wie gebruikt dat woord nog tegenwoordig. Tederheid voor onszelf, onze medemens en ons milieu, onze planeet. Goed doen is niet af te dwingen. Het vraagt om een cultuur van barmhartigheid. Juist in het jaar van Barmhartigheid.

Onze opdracht in het leven vinden we door samen met God op te wandelen. Daarbij dicht bij onszelf te blijven. Onze talenten te koesteren en er te zijn als anderen ons nodig hebben. Ondanks een wereld waarin steeds weer sporen van geweld opduiken is de wereld doordrenkt met goedheid.

Wat weerhoudt ons?

 

BJ