Overweging: Angst

26 april 2015

Jaar B, 4e zondag van Pasen, 26 april 2015
Handelingen 4, 8-12, 1 Johannes 3, 1-2 en Johannes 10, 11-18

Met een goede herder hoeven de schapen niet bang te zijn. Angst werkt verlammend. “Je lijdt het meest onder het lijden dat je vreest”, zie je wel eens in een wachtkamer van een dokter hangen.

Vorige week zaterdag, bij de gildemis van het St. Jorisgilde in de Deurnese Willibrorduskerk, heb ik het verhaal van Sint Joris verteld. Het ging over een vierkoppige draak die door een dappere schildknaap verslagen werd. In de kerk hangt een schilderij van Hendrik Wiegersma waarop Sint Joris de draak verslaat. De misdienaar naast me, jeugdlid van het gilde, merkte op dat op het schilderij de draak meer een krokodil is, met maar één kop. Ik antwoordde dat het een verhaal is en iedereen vertelt een verhaal anders en elke schilder schildert een verhaal op zijn eigen manier. Maar waar het om gaat is dat het kwaad, de draak, verslagen wordt door het goede, de ridder. De jonge denker naast mij was daar niet helemaal tevreden mee. Want een draak of een krokodil kan ook leuk zijn. “Misschien”, zei ze, “kijken kinderen daar anders tegenaan dan volwassenen.” Daar had ze inderdaad gelijk in.

Kinderen zijn vaak nog onbevangen. Ze zien het kwaad nog niet zo. Of beter: ze zien vooral het goede. Zij hebben vertrouwen in het leven, vertrouwen dat hopelijk niet te gauw wordt beschaamd.

In een artikel in het laatste nummer van De Roerom werd gesteld dat angst het tegenovergestelde van vertrouwen en geloof is. Als je je iets probeert voor te stellen bij de vliegtuigrampen waarmee we het afgelopen jaar werden geconfronteerd, dan kun je besluiten om nooit meer te vliegen. Maar laat je je dan niet door angst bepalen? In De Roerom staat dit:

“‘Wees niet bang’ is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik heb een collega die moslim is. Als we werkafspraken maken zegt ze dikwijls ‘inshallah’. Dit betekent ‘zo God het wil’. (…) Het is haar manier om aan te geven dat een mens zijn uiterste best kan doen, maar dat een deel van de werkelijkheid gewoon niet door ons beïnvloed kan worden. Dat deel laat ze graag aan God over. Ik vind dit een mooie en troostrijke gedachte.”

Tijdens de vergadering van de pastoraatsgroep stonden we stil bij een fragment uit de inaugurele rede van Nelson Mandela in 1994, waarin hij een gedachte van Marianne Williamson citeert:

“Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn. Onze diepste angst is dat we mateloos krachtig zijn. Het is ons licht, niet onze duisternis, waarvoor we het meest bang zijn. We vragen onszelf af: ”Wie ben ik om briljant te zijn, prachtig, talentvol, fantastisch?” Zowaar, wie ben je om dat niet te zijn? Je bent een kind van God. We zijn geboren om de pracht die in ons is te openbaren. En als we ons eigen licht laten schitteren, geven we onbewust toestemming aan andere mensen om net zo te zijn. Als wij van onze eigen angst bevrijd zijn, bevrijdt onze aanwezigheid vanzelf anderen.”

Een rijke gedachte, een aansporing van een goede herder om niet in je schulp te kruipen, niet bang te zijn, maar als een kind de ruimte te nemen die je gegeven is. Geen wolf, geen draak kan die van je afnemen.

 

PJ