Overweging: Daden

13 september 2015

Jesaja 50, 5-9a, Jakobus 2, 14-18 en Marcus 8, 27-35

Afgelopen zondag zagen we in het Parochiecentrum de film Agora. Die speelt zich af in de 4e eeuw van onze jaartelling in Alexandrië, de tijd waarin de groep christenen steeds groter werd en steeds meer macht kreeg. Dat is ongeveer een eeuw later dan toen de heilige Cornelius (van wie we dit weekend het patroonsfeest vieren) paus was en er nog volop christenvervolgingen waren.

We hadden ons niet gerealiseerd dat de film zo confronterend zou zijn. Hoewel ik niet helemaal zeker ben van de historische betrouwbaarheid van het verhaal, zat er zeker een kern van waarheid in. We zagen hoe fanatieke christenen geen tegenstand duldden en eerst de verering van de Romeinse goden en later het jodendom bekritiseerden en bestraften. Beelden werden stukgehakt en omvergeworpen, wie zich niet bekeerde werd afgeslacht. Dat is een pijnlijk verleden, zeker als we nu met verontwaardiging spreken over wat er in Syrië en Irak gebeurt: onschuldige mensen worden afgemaakt of tot slavernij gedwongen, respectabele oeroude beelden en tempels worden met bulldozers verwoest. De beelden op het journaal zijn niet anders dan die in de film. En er zijn meer momenten in de geschiedenis dat christenen net zo schuldig waren waren en de naam en bedoeling van God en godsdienst misbruikten als radicaal-gelovigen in naam van hun God nu.

Het heeft me de hele week bezig gehouden. Waarom moeten mensen of groepen zich bewijzen? Waarom denken mensen dat ze de waarheid in pacht hebben en dat ze die daarom kunnen opdringen aan anderen? Waarom kunnen we niet verdraagzaam zijn ten opzichte van elkaar en elkaars geloof? Waarom gunnen we anderen niet het geluk en de rijkdom die we zelf ervaren?

Die vragen en andere kwamen ook bij me op als het over de vluchtelingen-stroom gaat en de worsteling hoe we daarmee moeten omgaan. Je kunt de deuren, hekken, grenzen niet sluiten voor mensen in nood. Tegelijk is het niet te overzien als je iedereen toelaat. Op de voorhoofden van mensen staat niet geschreven of ze economische vluchteling zijn of op de vlucht voor oorlog en geweld. Kun je dat onderscheid wel maken? Iedere mens is een gelukzoeker, zoekt naar geluk, toekomst, een sprankje hoop, houvast om verder te kunnen. De opvang van vluchtelingen moet verbonden zijn met bestrijding van de nood in landen waar zij vandaan komen. Maar hoeveel uitzicht is er op terugkeer? Een land als Syrië ligt in puin. Daar valt niet meer te wonen. Daar kun je je kind niet laten opgroeien. We zien de dramatische beelden van miljoenen mensen op de vlucht, onder wie alleen al twaalf miljoen Syriërs, van opvangkampen die de vraag niet aan kunnen, van mensen die zich in bussen en treinen wurmen om maar verder te kunnen reizen. Hoe gaan we daarmee om? Er is geen kant en klaar antwoord. Er is wel angst en er zijn zorgen: wie haal je binnen? Haal je je met al die mensen ook niet een heleboel troubles op je hals? Mgr. De Korte schreef onlangs:

“Deze angst heeft meerdere oorzaken. Veel Europeanen vrezen voor concurrentie op de arbeidsmarkt of een teruggang van hun welvaart. Ook is er een groeiende angst voor vluchtelingen met een moslimachtergrond. Betekent hun komst niet dat het Paard van Troje wordt binnengehaald, een soort 5de colonne die zich vroeg of laat tegen ons zal keren. Maar wij weten allemaal dat angst een slechte raadgever is en mensen kan verlammen. Regelmatig wordt in de media over Europa gesproken als een fort dat de poorten voor de nieuwkomers steeds meer wil sluiten. Is het bouwen van een Europese vesting wel een vruchtbaar antwoord op de geschetste problematiek?

Christenen zouden, naar mijn overtuiging, toch een andere weg moeten kiezen. Het evangelie van Christus wil onze eigen angst bedwingen. Wij zijn geroepen om, voorbij alle angst, een christelijk – sociaal antwoord te formuleren. Voor een complex probleem bestaat natuurlijk geen eenvoudige oplossing.

Uiteindelijk ontkomen wij niet aan een flink oppoetsen van solidariteit binnen Europa. Voorlopig zullen relatief grote groepen vluchtelingen naar Europa komen. Als wij, aan het populisme voorbij, werkelijk onze verantwoordelijkheid nemen, zijn wij tot veel in staat. De Europese Unie is omvangrijk en, ondanks de economische crisis, overwegend welvarend en kan bij goede onderlinge samenwerking veel realiseren. In ieder geval is een nieuw en xenofoob nationalisme de dood in de pot. Er staat veel op het spel. Het project Europa is na 1945 begonnen als een poging om de oude kemphanen Frankrijk en Duitsland economisch met elkaar te verbinden zodat een nieuwe oorlog uit zou blijven. Europa is een waardengemeenschap waar naast vrede, vrijheid en welvaart ook mensenrechten centraal zouden moeten staan. Ook de rechten van ontheemde vluchtelingen.” Aldus mgr. De Korte.

De brief van Jakobus is wat dat betreft vandaag heel praktisch: ons geloof mag zich uiten in concrete daden. Een lerares op een Deurnese basisschool vroeg begin deze week aan een van de leerlingen van groep 7 iets over het nieuws van de afgelopen week te vertellen. Zij dacht dat het wel over het Nederlands elftal zou gaan, maar nee, de leerling was meer onder de indruk van al die vluchtelingen. De docente vroeg of er ook een oplossing was. De leerling had daar ook over nagedacht en zei: “We moeten zorgen voor goede boten. Dan verdrinkt er niemand meer.”

Zo concreet kunnen daden zijn.

 

PJ