Overweging: De graankorrel die in de aarde valt

6 april 2015

Jaar B, Pasen, 5 april 2015
Marcus 16, 1-8

Op Witte Donderdag was op tv “The Passion” te zien, een enorm spektakel, dit jaar in Enschede, de universiteitsstad die vooral in het nieuws is geweest bij de vuurwerkramp van vijftien jaar geleden. Tegen het einde zei verteller Robert ten Brink: “Het motto van de wetenschappers van de Universiteit van Twente is waarschijnlijk: ‘eerst zien en dan geloven’. Of is het misschien toch andersom: ‘eerst geloven… en dan pas… ga je het zien’.”

Dat is een interessante gedachte, waarover het ook volgende week nog zal gaan als we horen hoe Tomas, een van de vrienden van Jezus, niets van de verrijzenis van Jezus wil weten, voordat hij Hem met eigen ogen heeft gezien.

Eerst zien en dan geloven. Dat is eigen aan ons westerlingen en aan deze tijd. Misschien is het wel gewoon heel menselijk. We willen zekerheden, hebben niets aan vaag geklets, kunnen meestal weinig met vroom gedoe. Op zich is daar niets verkeerds aan, maar ‘eerst zien en dan geloven’ is wel een nogal veilige weg. Bij alle zekerheden hoef je niet zoveel na te denken. Het is gewoon zo. Je hoeft niet verder te kijken. Zolang alles goed gaat kun je daar heel gelukkig mee zijn. Eerst zien… maar geloven hoeft dan eigenlijk al niet meer…

Tegelijk merken we dat lang niet alles zo zeker is. Van de ene op de andere dag kun je geconfronteerd worden met de broosheid van het bestaan. We hebben dat in Deurne het afgelopen jaar op verschillende manieren van dichtbij en heel confronterend ervaren. Veel mensen worden geslagen door het leven als zorgen, ziekte of dood hen of hun dierbaren overkomt. We worden er ook op tv mee geconfronteerd waar de beelden van terroristische daden wereldwijd mensen lamslaan. De ene misdaad is nog gruwelijker dan de andere. En dan zijn er nog de verhalen van mensen die niet in het nieuws komen maar wel zoveel meemaken. Hoe ga jij, hoe gaan zij en wij om met de kwetsbaarheid van het leven, als er geen bevredigende diagnose kan worden gesteld, geen behandelplan, vooruitzicht of kant en klare oplossing is, geen protocol?

Onlangs presenteerde Ad de Keijzer, medewerker van het Titus Brandsma-instituut, zijn boek ‘Bachs grote passie’, een boek over de Mattheus-Passion. Daarover is al heel veel geschreven, maar hij kiest een liturgisch-spirituele invalshoek, een nog vrijwel onontgonnen terrein. Hij vraagt zich af waarom de Mattheus-Passion zoveel mensen, gelovig of ongelovig, aangrijpt. Zijn boek is zeker niet bedoeld als een eindconclusie om Bachs meesterwerk te doorgronden. Iedere onderzoeker kijkt op een eigen manier naar het muziekstuk. Wat me opviel is dat de schrijver stelt dat je met elk uitgangspunt jezelf meteen grenzen oplegt. Als je vanuit een bepaalde invalshoek gaat onderzoeken, vind je alleen antwoorden op de vragen die je stelt, niet op wat je je bij een andere invalshoek zou afvragen. Eerst zien… Maar dat zien is beperkt. ‘Eerst zien en dan geloven’ kan eigenlijk niet. Sommige dingen, gebeurtenissen, gevoelens zijn niet te zien, niet te vatten; met de beste wil van de wereld niet, met de meest deskundige wetenschappers niet.

Kijk alleen al eens naar zo’n kleine graankorrel. Het is niet voor te stellen hoe die in de aarde gelegd, wachtend, afhankelijk van zon en water, kan ontkiemen, en zo groot kan groeien tot een aar met zoveel korrels. Waar komt die groeikracht vandaan? Je kunt de korrel uit elkaar peuteren, maar je vindt de levenskracht erin niet. Je kunt elke dag de korrel uitgraven om te zien hoever hij gegroeid is, maar doorgronden kun je hem niet – je belemmert eerder het groeiproces.

Waar ik me ook over verwonder is hoe ooit die allereerste bakker op het idee is gekomen om graan fijn te malen, het te mengen met water en andere ingrediënten, het te kneden tot deeg en in vuur te bakken tot brood.

Net zo min kan ik begrijpen hoe een simpele rups zich inspint in een cocon en transformeert tot een prachtige vlinder. Biologen zullen er heel veel over kunnen vertellen, maar de essentie van die groeikracht is niet te zien. En toch is die er.

Is het misschien dan toch andersom, zoals bij ‘The Passion’ werd beweerd: eerst geloven en dan zien…? Ik denk van wel. Geloven vraagt om openheid, onbevangen vertrouwen dat er meer is en kan, dat er toekomst is hoe dan ook. Geloven geeft ondanks de dood zicht op leven, brengt ons van Witte Donderdag en Goede Vrijdag naar Pasen.

Ik wens u toe dat u, ook als u het even niet ziet, toch kunt of blijft geloven in nieuw leven, opstanding, verrijzenis. Zalig Pasen!
PJ