Overweging: Kwellingen

24 april 2016

Jaar C, 5e zondag van Pasen, 24 april 2016
Handelingen 14, 21-27, Openbaring 21, 1-5a en Johannes 13, 31-35

Wij moeten door vele kwellingen het Rijk van God binnengaan”, zo zeggen Paulus en Barnabas in de eerste lezing. Wat wordt er met die ‘kwellingen’ bedoeld? Gaat het over martelingen, pijn en lijden, of toch over iets anders.

Als je de geschiedenis bekijkt dan is sinds de eerste christenen veel strijd geweest en nog steeds. Lystra, Ikonium, Antiochië en zoveel andere steden zijn in de loop der eeuwen door moslimheersers veroverd. Christenen werden en worden er gediscrimineerd, vervolgd, verjaagd, beroofd, vermoord. De poorten ven het geloof waarover Paulus en Barnabas spreken, zijn zeker niet overal open blijven staan. Integendeel.

Er zijn nog meer ‘kwellingen’, dichterbij, in ons zelf. Het Rijk van God is niet alleen de hemel die we hopen te verdienen na onze dood, maar het is ook het Rijk van God hier op aarde: een Rijk van liefde en vrede, van broederlijkheid en gerechtigheid, van goedheid en barmhartigheid. Een Rijk dat de hemel op aarde kan brengen, maar dan moeten mensen er wel aan willen bouwen. Precies daar beginnen de ‘kwellingen’. Het is immers niet altijd gemakkelijk om te volharden in goedheid, liefde, vrede. En ook broederlijkheid en barmhartigheid liggen niet altijd voor de hand. Want we zijn God niet, we zijn mensen, we zijn dus niet volmaakt. We hebben onze kwaliteiten, maar ook onze gebreken, tekortkomingen, ons eigenbelang, ons egoïsme en nog zoveel meer negatieve kanten. Dat zijn de kwellingen die verhinderen dat we het Rijk van God binnengaan.

Vorige week zondag had Leo Fijen voorafgaande aan de eucharistieviering op TV een geloofsgesprek met Niek Hanckmann. Hij is de jongste Nederlandse frater van Tilburg. Bij deze communiteit leerde hij de waarde van barmhartigheid die begint met zien, verder gaat met geraakt worden en uiteindelijk kiest voor doen en actief worden. Zo ervaart hij barmhartigheid als een daad van wederzijdse betrokkenheid.

Hij noemde het voorbeeld van een fotograaf die een meisje fotografeert dat een knuffelbeer geeft aan een jongetje. Het meisje was veel groter dan het kind. Maar de fotograaf had zijn camera gedraaid, waardoor beide gezichten op dezelfde hoogte terecht kwamen. Die gelijkheid in relatie is essentieel bij het beoefenen van barmhartigheid.

Het beoefenen van barmhartigheid blijkt niet altijd gemakkelijk. Niek Hanckmann vertelde dat hij de geestelijke werken van barmhartigheid belangrijker vond dan de lichamelijke werken van barmhartigheid, omdat hij ze in zijn dagelijks leven veel meer tegenkomt. De onwetenden leren, de lastigen geduldig verduren, degenen die jouw kwaad doen vergeven, dat je de zondaars vermaand. Die komen veel dichterbij dan hongerigen voeden, gevangenen bevrijden. Hij heeft zelf nooit honger gehad, nooit in de gevangenis gezeten. Hoewel de lichamelijke werken van barmhartigheid veel concreter zijn staan ze verder van ons af. De geestelijke werken van barmhartigheid staan veel dichter bij ons omdat we allemaal soms die zondaar zijn, allemaal fouten maken, troost nodig hebben. Als je daar echt werk van wilt maken, kan dit een behoorlijk grote kwelling zijn, maar ook een zegen, iets van Gods Rijk dat tastbaar wordt.

 

 

PJ met dank aan HvO