Overweging: Liefde

10 mei 2015

Handelingen 10, 25-48, 1 Johannes 4, 7-10 en Johannes 15, 9-17

Ik herkende haar meteen op de foto. Vorige week had ik haar zoon nog aan de telefoon. Het ging slecht met haar gezondheid. We hebben in de tijd dat ik pastoor was in Goirle veel samengewerkt. Zij leidde de bloemsiergroep. Maar haar creativiteit kon zij vooral kwijt in het boetseren. Ik heb thuis een afgietsel van een Mariabeeld met kind. Het origineel staat aan de zijkant van de Goirlese kerk. We hebben er veel over gesproken hoe dat beeld eruit moest komen te zien. Het werd een jonge sterke vrouw, met haar kind stevig op de arm. Het kind reikt z’n hand naar de overkant van de straat, waar de huiskamers zijn van het verpleeghuis. Mijn laatste officiële handeling, net na de afscheidsviering in 2005, was de inzegening van een monument voor levenloos geboren en ongedoopte kinderen op de begraafplaats. Ook bij het vormgeven van dit beeld betrok zij mij. In de maan, die overgaat in de zon, ligt een klein kindje, vredig. Donker kon voor veel mensen eindelijk overgaan in licht. Ze vond dat heel waardevol, om zo van gedachten te wisselen en daar samen rijker van te worden.

riet van de louw

In de krant waar ik haar op de foto zag, ging het over een beeld dat zij drie jaar later heeft gemaakt en waarover veel te doen is geweest. Het verbeeldt de Duitse soldaat Karl-Heinz Rosch die met twee kinderen onder zijn armen naar de kelder van een boerderij rent. Daar liet hij hen schuilen voor geallieerde beschietingen. Zo werden ze gered. Zelf kwam hij kort hierna om het leven. Nog maar net achttien jaar jong ligt hij begraven op de Duitse oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. “Dit beeld is een eerbetoon aan hem en allen die het goede doen in kwade tijden”, staat eronder. De Gemeente Goirle wilde het beeld niet aanvaarden. Het staat er toch, maar op particuliere grond.

De laatste jaren laait steeds weer de discussie op of rond Dodenherdenking en Bevrijdingsdag het zwart-wit beeld van goed en fout meer genuanceerd mag worden. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft dit heel duidelijk afgebakend: “Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en daarna in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.”

Maar bij de Dodenherdenking gebeurt meer. Ik merk dat in de toespraken en de gedichten die uitgesproken worden, ook altijd een relatie naar de tegenwoordige tijd gezocht wordt. Wat kunnen wij leren uit de oorlog om het niet meer zover te laten komen? Juist in onze tijd is die vraag hoogst actueel, als we zien hoe overal ter wereld mensen hun eigen ideologieën opdringen aan anderen en daarvoor wreed geweld niet schuwen. Hoe kunnen zij zover komen? Hoe is het te voorkomen dat mensen radicaliseren?

“De verhalen moeten verteld worden,” zegt men elk jaar even stellig. En daar zit het probleem: de verhalen kunnen en mogen niet allemaal verteld worden, juist niet op die ene dag dat we er massaal bij stilstaan.

In sprookjes is het altijd helder wie de goeden en wie de slechten zijn. In de werkelijkheid van het leven is het zwart en wit van vijand en vriend niet zo duidelijk. De ‘goeden’ kunnen ook verkeerde dingen doen, of juist door niets te doen fout zijn. De ‘slechten’ zijn niet alleen maar slecht. Jongens van zeventien/achttien zijn niet alleen maar moordmachines omdat ze een bepaald uniform dragen. Hun moeders huilden net zo hard bij het horen dat hun zoon gesneuveld was als de moeders van andere dode kinderen. Ik hoorde een opmerking van iemand die zei dat in onze omgeving ook sommige bevrijders niet altijd even begaan waren met het lot van burgers.

Een leraar vertelde dat zijn groep-achters niet zoveel hebben met de Dodenherdenking zoals die nu is. Zij worden niet aangesproken door wat er gezegd wordt. Wanneer wij onze jeugd iets willen meegeven voor hun toekomst, dan wordt het tijd om het grijs tussen het zwart en wit meer voor het voetlicht te halen. Juist van de nuance kunnen zij leren. Het grote kwaad is ooit ergens klein begonnen. En ook het grote goed heeft een basis in hoe eenvoudige mensen met elkaar omgaan, voor elkaar opkomen. Wanneer je het kleine kwaad kunt herkennen in de verhalen van toen, is het wellicht mogelijk om het nog om te buigen tot iets goeds voor nu. Wanneer je het kleine goede kunt ontdekken in een ander – hoe afkeurenswaardig z’n gedrag verder ook is –, kan de liefde waarover de lezingen vandaag spreken voorzichtig ontluiken.

Tijdens het bevrijdingsconcert op 5 mei in de Deurnese St. Willibrorduskerk speelde Jan van Geffen op zijn mondharmonica ‘La paloma’. Het gaat over een witte duif, die vanaf een zinkend oorlogsschip naar huis werd gestuurd om de dood van de soldaten te melden, maar vooral om te laten weten dat de liefde wat er ook gebeurt altijd overwint.

 

PJ