Overweging: Maria is erbij

24 mei 2015

Handelingen 2, 1-11, Galaten 5,16-25 en Johannes 15,26-27; 16,12-15

“Ze waren allen bijeen.” Daarmee begint het tweede hoofdstuk van de Handelingen der Apostelen. In het eerste hoofdstuk van datzelfde staat wie die ‘alle’ waren, samen in de bovenzaal, met ramen en deuren gesloten: “Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.”

Maria was er ook bij. Het staat er wat terloops, maar het is denk ik wezenlijk voor onze geloofsbeleving. Maria is getuige van het Pinksterwonder. De vruchten van de Geest, zoals Paulus die noemt, zijn vooral ook op haar van toepassing: “liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid.”

Voor veel mensen is juist Maria goed te benaderen. Zij weet hoe mooi het leven kan zijn en ook hoe zwaar. Deze maand worden weer extra veel kaarsen opgestoken bij haar beeld. Maria staat voor ons gevoel niet boven ons, maar naast ons. We gaan ervan uit dat zij weet en aanvoelt wat wij meemaken in ons leven. Het licht van een kaars zegt vaak meer dan zoveel woorden. Zij begrijpt ons. Zij brengt ons gebed wel verder, naar Jezus, naar God.

Karakteristiek aan de vruchten van de Geest is dat ze allemaal gericht zijn op de ander: liefde voor de ander, vreugde om een ander, vrede met anderen, geduld met de ander, vriendelijkheid voor anderen, goedheid naar anderen, trouw aan anderen, zachtheid tot anderen, ingetogenheid omwille van de ander. Bij Maria staat de ander centraal: jij die bij haar beeld een kaars ontsteekt.

Toch is het niet altijd gemakkelijk om Maria aan te spreken en contact met haar te leggen. Als de nood het hoogst is, als ziekte je overmant, verlies je lamslaat, dan komt het soms voor dat je geen woorden kunt vinden voor je gebed. Iemand die altijd heel gelovig is geweest, vertelde pas dat zij, toen zij ernstig ziek was, zelfs de woorden van het Onze Vader en het Wees gegroet opeens kwijt was. Dat vond ze verschrikkelijk. Zo’n ervaring is heel confronterend. Je kunt je daarbij zo ontzettend alleen voelen, van mens en God verlaten, opgesloten in je onmacht en leed, in jezelf. Ik moet denken aan hoe Jezus, toen hij aan het kruis hing, een zelfde ervaring had en uitriep: “God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?”

Het is een hele opgave om uit die cocon van eenzaamheid te breken. Dat kan soms een tijd duren. Zo zaten de leerlingen van Jezus na zijn dood ook bij elkaar. Ze sloten zich op in de bovenzaal en ze voelden zich opgesloten en ontheemd. Hoe nu verder? Ramen en deuren bleven gesloten.

Maar… Maria was erbij.
Maria is erbij, juist als het moeilijk is, ook als je zelf geen woorden kunt vinden, of de oude niet eens kunt uitspreken. Zij is er gewoon, reikt ons vol liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zacht en ingetogen, de vruchten van de Geest aan, om tot rust te komen, om onszelf opnieuw te openen naar buiten, naar de ander. Daar begint Pinksteren.

 

PJ