Overweging: Melk en honing

26 december 2015

Eerste Kerstdag, 25 december 2015
Jesaja 7,14-16.21-22; 9, 1-6 en Lucas 2, 1-14

“Milk & honey” was de naam van de Israëlische groep die in 1979 het Eurovisie Songfestival won met het lied “Hallelujah”. Het was een oproep om vrolijk en positief naar het leven te kijken, vrij te zijn, je vleugels uit te slaan, te genieten, van de lucht, bomen, vogels, de zon, liefde hand in hand.

Hun lied droomt van een wereld waarin iedereen geaccepteerd en gekend is, zichzelf mag zijn; een wereld van vrede. “Milk & honey”, melk en honing, dat verwijst naar het bijbelse land van belofte, het beloofde land, het land van melk en honing.

De kerstgroep in de St. Willibrorduskerk staat in het teken van melk en honing. Bijenkorven en een honingslinger, melkbussen en een melkkar zijn er te zien.

In het kerstverhaal proef ik iets van dat land van melk en honing. Al is het in die stal verre van comfortabel, er heerst een serene rust, een vredige sfeer rond het pasgeboren kind, licht in het donker. Waarom spreekt dat ons zo aan, dat wij er elk jaar weer een groot feest van maken, dat we het sprookjesachtig licht maken in onze huiskamers en op straat, dat we warme gezelligheid zoeken, elkaar proberen te vinden?

Het land van melk en honing wordt in de bijbel op verschillende plaatsen genoemd, vooral in het verhaal van Mozes die door God uitgedaagd wordt om zijn volk te bevrijden uit de slavernij in Egypte en met hen op weg te gaan naar het land van melk en honing. Wat ermee bedoeld wordt, wordt nauwelijks uitgelegd. Het is een begrip op zich, dat blijkbaar voor de lezer helder moet zijn. Als ik zo door de bijbel blader, dan gaat het om een mooi en uitgestrekt land – dat wil zeggen: er is plaats voor iedereen –; het is de parel onder alle landen – daar wil je wel wonen – en er is voor iedereen volop te eten. Het land van melk en honing wordt geplaatst tegenover de ellende en slavernij in Egypte en tegenover de woestijn waar het leven ondraaglijk is.

Maar het belangrijkste is wellicht dat melk en honing producten zijn die de natuur ons levert. Het is wonderlijk hoe melk en honing ontstaan. Koeien, schapen en geiten hoeven in wezen niet veel meer te doen dan te grazen in de wei om melk te produceren. Via de magen wordt wat er binnenkomt omgezet en uiteindelijk geven de uiers melk af. Het maken van honing is een enorm karwei. Duizenden bijen zijn druk met het bezoeken van honderden bloemen en het meenemen van de nectar naar de bijenkorf. Daar wordt deze opgeslagen en uiteindelijk omgevormd tot honing.

Is er vrediger voedsel denkbaar dan melk en honing? Geen leven hoeft er het leven voor te laten, geen dier hoeft ervoor te bloeden. Ik denk dat dit laatste precies is waarom melk en honing beeld zijn van het Beloofde Land, de ideale wereld waarvan we met kerst een glimp hopen op te vangen: geen leven hoeft er het leven voor te laten, geen dier hoeft ervoor te bloeden. De wereld zoals God die bedoeld heeft, wordt ons geschonken, zoals melk en honing ons geschonken worden. Het is een gift, van de natuur, van God.

Het land van melk en honing is een gave van God, maar het komt je niet aanwaaien. Zoals het maken van melk en honing een enorm biologisch proces is, zo is het hard werken om het Beloofde land te vinden. Het is geen Luilekkerland met elke dag een kerstdiner. Het ligt op je te wachten, maar je moet er wel wat – of misschien wel heel veel – voor doen om er te komen. Je moet ervoor openstaan, de tekenen van de tijd duiden, de engelen om je heen zien die licht brengen. En zoals de herders op weg gaan, de nacht in, op zoek naar die stal ergens achteraf, ver weg van paleizen, machthebbers en het grote geld. En je laten raken door een kind dat pasgeboren is, je aankijkt en vertedert, een en al gave, melk en honing.

PJ

 

Overweging:  Een beter land…

schreeuw munch

Tweede Kerstdag, 26 december 2015
Matteüs 2,13-23

Een beter land…
In bijbelse termen heet dat het beloofde land, het land van melk en honing. Het is er nog niet, maar je kunt ernaar op weg. En Jezus noemt dit het Rijk van God, de wereld zoals die bedoeld is, waarin kinderen veilig kunnen opgroeien, niet hoeven te vluchten, iedereen gelukkig kan zijn.

Geluk is niet vanzelfsprekend. Er zijn genoeg redenen om je niet gelukkig te voelen: zorgen, ziekte, moedeloosheid, onzekerheden. Steeds meer lijkt daar de dreiging van terrorisme, oorlog, dood bij te komen, vluchtelingenstromen, de angst voor het onbekende. “Herberg Europa”, zo heet een televisieprogramma van de EO. Vanuit die herberg klinkt steeds harder de schreeuw van ‘vol is vol’, ‘geen plaats’. Grenzen worden gesloten en daarbuiten wordt ieder aan zijn lot overgelaten. Hadden ze maar niet moeten komen.

Gelukszoekers worden ze genoemd. Ja, dat klopt. Maar daarmee zeg je eigenlijk niets. Want we zijn allemaal gelukszoekers. We zoeken geluk voor onszelf, onze kinderen, toekomst, vrede. Je mag blij zijn als je niet hoeft te vluchten, dat je geluk dichtbij kunt omarmen. Maar wat als dat niet is? Dan hoop je dat de grens niet gesloten is, dat er een herberg is waar je welkom bent in een beter land…

Vluchtelingen komen niet zomaar. Zij zijn ook niet zomaar van huis weggegaan. Ze hebben vaak jaren van ontbering doorstaan, bombardementen overleefd, steeds nagedacht: zullen we of zullen we niet. Maar je laat je moederland niet zomaar achter, de plaats waar je geboren bent, waar je woont en leeft, vrienden en familie hebt. Totdat het echt niet meer gaat, totdat er maar één weg is tussen angst en verlangen: weggaan, vluchten.

Nico ter Linden schrijft in ‘Het verhaal gaat’ (deel 1, p.294): “De eeuwige strijd tussen angst en verlangen. Het verlangen zet ons in beweging. We trekken op uit het land of het huis waaraan we zijn ontgroeid. We verlangen naar de vrijheid. Maar we zijn er tegelijk bang voor, want we betreden onbekend terrein. Wie treffen wij daar aan? Zullen wij wel vinden wat we zoeken? We deinzen terug. De angst kan zelfs zo hevig worden dat we geen stap meer durven te zetten. Kunnen we niet beter teruggaan? Angst en verlangen bepalen hoe wij de wereld en de mensen waarnemen.” Zo weerhoudt angst ons ook om onbekenden te ontvangen, voor hen open te staan. Het kan ons verlammen en ons in de schulp doen kruipen van gesloten grenzen.

In oktober zag ik in het Van Goghmuseum het bekendste werk van Edvard Munch: “De schreeuw” (1893). Munch raakte tijdens een wandeling met vrienden totaal overweldigd door de grootsheid van de natuur en daardoor door zijn eigen nietigheid. Zijn paniek vertolkte hij in een schreeuwende mensfiguur op een brug met een kolkende natuur erom heen. Het schilderij heeft een bijzondere aantrekkingskracht, misschien wel omdat het de angst verbeeldt die ons kan afhouden van waarnaar we ten diepste verlangen, dat beloofde land waar alles goed is, het land van melk en honing.

Ik denk dat het daarom belangrijk blijft om kerstmis te vieren, dat oeroude kerstverhaal te lezen met zijn ontroering en ontluistering, zijn donker en licht, zijn chaos en vrede, dood en leven. De geboorte van een kind houdt de hoop levend op die betere wereld…

 

PJ