Overweging: Middenweg

10 januari 2016

Jaar C, Doop van de Heer, 10 januari 2016
Jesaja 40,1-5.9-11, Titus 2,11-14; 3,4-7 en Lucas 3,15-16.21-22

“Niets is zo laf als de middenweg”, las ik in de Filmkrant. Een uitspraak van een van de twee filmmakers die afgelopen jaar de Prins Claus prijs ontving. Daar stond ik even met de mond vol tanden. Ik koester namelijk de middenweg. Ben ik dan laf? Ik meen van niet. Ik ben wel voorzichtig.

Misschien moet je bij het maken van een film heel uitgesproken zijn; in de pastorale zorg, waar het om het echte leven gaat, is het belangrijk om heel zorgvuldig om te gaan met wie kwetsbaar zijn, met het unieke geloofsverhaal van elk afzonderlijk, met zachtheid en schoonheid. En dat alles gespiegeld aan de rijke geloofstraditie van 2000 jaar.

Ik geloof niet in een onderscheid – en daarmee een keuze – tussen leer en leven. Ze horen bij elkaar, beïnvloeden elkaar, bevragen elkaar, helpen mensen op hun zoektocht naar zin en geluk.

Mij spreekt dan ook de oproep van paus Franciscus om het heilig jaar van Barmhartigheid te vieren aan. De werken van barmhartigheid kunnen een enorme inspiratiebron zijn om ons parochieleven opnieuw vorm te geven. We zien bij de vieringen vaak veel lege plaatsen in onze kerken, het is moeilijk om financieel het hoofd boven water te houden, de gemiddelde leeftijd van onze vrijwilligers stijgt en ook het aantal voorgangers daalt. Toch is er nog veel geloof, ook bij jongeren. Dat wordt meer individueel beleefd: het zoeken naar stilte, het opsteken van een kaarsje, een ‘altaartje’ thuis met foto’s van overleden dierbaren…

En dat individuele geloof wordt ook heel concreet vertaald: in de zorg voor de naaste, soms noodgedwongen als mantelzorger, soms bewust gekozen als vrijwilliger.

Als parochie willen wij daar ruimte voor bieden: open deuren bij Mariakapelletjes, het signaleren van problemen in de samenleving, met elkaar zoeken naar oplossingen. De werken van barmhartigheid zijn zo helder als het maar kan: hongerigen te eten geven, dorstigen te drinken geven, naakten kleden, vreemdelingen opnemen, zieken bijstaan, gevangenen bezoeken, doden begraven.

Daaraan mogen ook de geestelijke werken van barmhartigheid worden toegevoegd: de twijfelenden raad geven, de onwetenden onderrichten, de zondaars vermanen, de bedroefden troosten, beledigingen vergeven, lastige personen geduldig verdragen, tot God bidden voor de levenden en de doden.

Alles bij elkaar kan de beoefening ervan de wereld een beetje mooier maken.
Vanuit de parochie willen wij daarbij graag aansluiting zoeken. Maar niet radicaal als een olifant in de porseleinkast – daar maak je teveel mee kapot –, ook niet wegkijkend alsof er niets aan de hand is – dat zou pas laf zijn. Ik kies als pastoor liever voor de moeilijkste weg: die van bescheidenheid en openheid, van luisteren en zoeken: de voorzichtige, zorgvuldige middenweg van geloven met hart en handen.

 

PJ