Overweging: Rollator

26 juli 2015

Jaar B, 17e zondag door het jaar, 26 juli 2015
Johannes 6, 1-15

“Waar is mijn rollator?” vraagt de vrouw. Onrustig kijkt ze om zich heen. Voor en na de maandelijkse viering in het Stiltecentrum van De Nieuwenhof voor de mensen van de besloten afdelingen is het altijd wat rommelig. Mensen worden gebracht en gehaald. Niet iedereen kan tegelijk mee, sommigen moeten even wachten. Dat geeft onzekerheid, net als de rollator die we op de gang zetten, omdat er anders niet genoeg plaats is. “Ik ben hem al een keer kwijt geraakt,” zegt de vrouw. Ze wordt gerustgesteld en even later gaat ze op in eucharistieviering. Daarin zit veel herkenning van vroeger. De bladzijdes in de boekjes weet bijna niemand te vinden, maar meezingen doen ze bijna allemaal. Na de mis staat de vrouw meteen op en kijkt weer zoekend rond. “Waar is mijn rollator?” Ik heb met haar te doen. Haar rollator is letterlijk en figuurlijk nog een van de weinige stabiele factoren in haar leven.

Thuis blader ik in een voorpublicatie van het boek ‘Honger’, waarin de journalist Martín Caparrós schrijft over een probleem waar iedereen weet van heeft, maar slechts weinig mensen echt iets over weten. De wereldwijde honger is van grote invloed op tal van andere wereldwijde problemen, terwijl het gek genoeg het eenvoudigste is om op te lossen. De schrijver prikkelt de lezer om het boek niet weg te leggen, maar verder te lezen. Zijn doel is het verkleinen van de emotionele afstand die wij tussen onszelf en de slachtoffers van honger hebben aangebracht. Hij ziet het als een deel van de oplossing. Op de eerste bladzijde zoomt hij in op een moeder in Niger bij een ziekenhuisbed, kijkend naar haar kind dat zojuist van de honger is gestorven. De journalist had haar voor die tijd al gesproken en gevraagd wat ze graag zou wensen. Aanvankelijk antwoordde ze bescheiden: een koe die veel melk geeft. Daarmee zou ze zich kunnen redden. Toen de journalist aandrong, dat ze echt alles mocht vragen wat ze wilde, antwoordde ze: twee koeien. “Met twee zal ik zeker nooit meer honger hebben.” Het was zo weinig en toch was het zo veel: stabiliteit, een basis om te overleven. Maar uiteindelijk gaat ze met haar dode kind naar huis. Ik besluit het boek te kopen, al zie ik er tegenop om het te lezen.

Uiteindelijk zijn we allemaal op zoek naar zekerheid in ons leven. Maar al te vaak worden we ermee geconfronteerd dat er maar weinig zekerheden zijn. Het is alweer een jaar geleden dat we in Neerkant geconfronteerd werden met de gevolgen van het neerstorten van vlucht MH17. Onze dorpsgenoten, buren, vrienden, klasgenoten, kennissen, de zes leden van het gezin Wals-Martens kwamen om het leven. Ik heb de reportage op SBS6 gezien. Een integer verslag van de pijn die blijft, een onbestemd gevoel dat iets van de vanzelfsprekendheid van ons leven voorgoed vervaagd is. Het doet ons wankelen en hunkeren, hongeren naar gerechtigheid, naar vrede, naar rust, in de wereld, in onszelf.

Wat mij boeit in het verhaal van de broodvermenigvuldiging, is dat Jezus niet op die groene berghelling vol enthousiaste mensen blijft. Hij trekt zich terug. En de mensen blijven achter. Wat zouden zij daarna gedaan hebben? Zijn ze naar huis gegaan, ieder voor zich? Of hebben ze elkaar gevonden, en laten ze elkaar voortaan niet meer los. Dat zou pas echt een wonder zijn, als niemand meer buiten de boot zou vallen, als ondanks alle onzekerheden in het leven er toch een fundament onder ons bestaan is, al is het maar een rollator buiten zichtveld, twee koeien om te overleven.

 

PJ