Pelgrim van de vrede

14 maart 2021

Jaar B, 4e zondag van de Veertigdagentijd, 14 maart 2021
2 Kronieken 36, 14-16.19.23 en Johannes 3, 14-21

Paus Franciscus reisde vorige week naar Irak. Iedereen verklaarde hem voor gek dat hij naar zo’n gevaarlijk gebied ging, en ook nog in coronatijd. Maar hij ging toch, als pelgrim van vrede. En zo werd hij ook ontvangen. Op de beelden van het bezoek zijn schrille contrasten te zien: de onvoorstelbare puinhopen van de verwoesting van het land en tegelijk vrolijke en gastvrije mensen die snakken naar bemoediging en vrede. De beelden passen naadloos bij de eerste lezing van vandaag waarin koning Cyrus van Perzië op de resten van de afgebrande tempel in Jeruzalem de herbouw van het Godshuis aankondigt.

De paus schuwde niet om het duister van oorlog en terrorisme te noemen. Hij sloot aan bij de evangelist Johannes die constateert: ‘Het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden het duister meer dan het licht.’

Hij voelde mee met de pijn en het verdriet door de open wonden van de terreur en nog meer in de schrijnende verhalen van mensen die getuigden over wat zij hadden meegemaakt. Zo sprak hij voor vertrek enkele mensen die gevlucht waren uit Irak, en tijdens de reis de vader van het jongetje dat verdronken aanspoelde op het strand van Bodrun.

De paus zei in een van zijn toespraken:

“Als God de God van het leven is – want dat is Hij –
dan is het verkeerd om onze broeders en zusters in zijn naam te doden.
Als God de God van vrede is – want dat is Hij –
dan is het verkeerd dat we oorlog voeren in zijn naam.
Als God de God van liefde is – want Hij is zo –
dan is het verkeerd dat we onze broeders en zusters haten.”

Franciscus proefde ook de vreugde en hoop die uit vele getuigenissen sprak, hoop op een duurzame vrede in het land. Die hoop was af te lezen “op de stralende gezichten van de jongeren en in de levendige ogen van de ouderen”. Zoals Johannes oproept om verder te kijken dan het donker en altijd het licht op te zoeken, zo sprak paus Franciscus:

“Vandaag bevestigen wij, ondanks alles, onze overtuiging dat broederschap (fraternità) sterker is dan broedermoord (fratricidio), dat hoop sterker is dan de dood, dat vrede sterker is dan oorlog. Deze overtuiging spreekt met een stem die meer welsprekend is dan die van haat en geweld; die stem kan nooit tot zwijgen worden gebracht door het bloedvergieten van degenen die de naam van God perverteren om hun paden van vernietiging op te gaan.”

Het donker wint het nooit van het licht. Daarom roept Johannes op om op te kijken naar het kruis, zoals mensen in de tijd van Mozes moesten opzien naar een slang om gered te worden. Het kwaad bestrijd je niet door je je ervan af te wenden, je kop in het zand te steken, of je er door neer te laten drukken, maar door het onder ogen te komen, in de ogen te zien. Pelgrim van de vrede wordt je door omhoog te kijken. Dat geldt niet alleen voor mensen in oorlogslanden, maar net zo goed voor ons in de puinhopen van de crisis die wij doormaken. “Hoog Sammy, kijk omhoog, Sammy, want daar is de blauwe lucht”, zong Ramses Shaffy ooit.

Paus Franciscus zal het lied wel niet kennen, maar iedereen keek omhoog toen hij als pelgrim van de vrede boven de ruïnes van Mosul een duif vrijliet.

 

PJ