Pinksteren – Geest van Liefde

9 juni 2019

Overweging bij de Vormselviering op zondag 9 juni 2019
in de St. Willibrorduskerk Deurne

Afgelopen zondag reisde ik vanuit Tilburg met de trein terug naar Deurne. Omdat er werkzaamheden op het spoor waren, reed de intercity niet verder dan Helmond. Ik moest daar wachten op de sprinter die een kwartier later zou komen. Alle tijd om wat rond te kijken op het stationsplein. Wat meteen opvalt is een grote schijf waarop korte teksten, gedichtjes, spreuken in allerlei kleuren oplichten en ronddraaien. Eén van die teksten sprak me meteen aan. En ik moest ook meteen aan jullie denken. Er stond:

“Je hoeft niet perfect te zijn,
als je maar echt bent.”

Dat is precies waar wij het in het Vormseltraject over hebben gehad. Als ik straks met chrisma een kruisteken op jullie voorhoofd maakt, dan zeg ik daarbij: “Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods”. Bij de bijeenkomst van ‘Luchtruim’, waar jullie kennismaakten met allerlei vrijwilligers uit de parochie, heb ik jullie verteld over dat zegel. Een zegel is een bevestiging, een bekrachtiging: je kunt het! In de SNARS staat dit bij het zegel:

“Wie je bent: het is goed!
Alles wat je mee gekregen hebt
van je ouders en familie: het is goed!
Alles wat je geleerd hebt
op school of van vrienden: het is goed!
Dat je steeds meer zelf je richting gaat kiezen.
Het is goed!
Dat je bent die je bent: het is goed!
En Gods Geest blijft bij je.
Is dat goed?”

Ik vind het mooi dat dit stukje met een vraag eindigt. Je hoeft er niet meteen ja of nee op te antwoorden. Want jullie zijn op een leeftijd dat je steeds meer je eigen weg gaat zoeken. Dat is een mooie tijd, het is een avontuur, een uitdaging, maar het kan ook een moeilijke weg zijn. Je stelt jezelf steeds meer vragen, en die kun je vaak alleen maar zelf beantwoorden. En niet altijd is er maar één antwoord. Soms stellen anderen jou vragen, of kun je het gevoel krijgen dat je niet begrepen wordt, of proberen ze je een weg te wijzen die jij eigenlijk niet wilt gaan. Laat je daardoor niet van de wijs brengen.

Want het mooie aan kind zijn en jongere, is dat je soms verassend anders naar de wereld kijkt dan volwassenen. Je durft meer, je hebt dromen en idealen, gelooft dat jij de wereld kunnen veranderen. Al hebben ouders daar soms wel eens moeite mee, ik vind dat verfrissend. Ook Paus Franciscus is hiervan onder de indruk. Hij zei pas – vrij vertaald –:

“Als ik aan jongeren denk, dan zie ik jongens of meisjes op zoek naar een eigen weg, vol verlangen om al lopend te vliegen. Ze treden de wereld openlijk tegemoet en bekijken de horizon met ogen vol hoop, toekomst… en ook illusies… Een jongere loopt net als volwassenen op twee voeten. Maar volwassenen houden die voeten het liefst naast elkaar, terwijl een jongere altijd één voet voor de andere zet, klaar om te vertrekken, te ontsnappen, altijd naar voren gericht. Met jongeren praten betekent praten over beloften en ook praten over vreugde. Jongeren zijn beloftes van het leven, zij bezitten een bepaalde ingewortelde vasthoudendheid: zij zijn dwaas genoeg om zich illusies te maken, maar hebben ook het vermogen om teleurstellingen die uit die illusies kunnen ontstaan, te boven te komen.” (Paus Franciscus, God is jong.) Aldus de paus.

Beste jongens en meisjes, vormelingen, jullie staan op het kruispunt van kind zijn naar steeds meer volwassen worden. Dat is een spannende tijd, onzeker soms, met veel veranderingen. Misschien zou je het liefst nog even kind blijven, misschien kun je niet wachten om op eigen benen te staan. Op dat kruispunt ontvang je het Vormsel.

Ik vind dat best wel een moeilijk sacrament. De doop en de eerste communie zijn veel concreter: Bij de doop gaven je ouders aan: wij willen graag dat ons kind niet alleen ons kind is, maar ook kind van God. Bij de eerste communie ging het om het voorbeeld van Jezus: hoe hij brood deelde en daarmee zijn leven. “Ik heb mijn leven met jullie gedeeld,” zei Hij, “deel het ook met elkaar.” Dat voorbeeld van Jezus: goed doen, liefde geven, delen met elkaar, niemand buitensluiten, is nog altijd actueel.

Bij het Vormsel gaat het over de Heilige Geest, de helper die Jezus stuurde, toen hij teruggegaan was naar God. Probleem is alleen: die Geest, die zie je niet. In de allereerste bijeenkomst hadden we het daarover: ‘Geest’ komt van het Hebreeuwse woord ‘Ruah’, dat betekent: levensadem. Je ziet hem niet, maar hij is er wel.

Nu kun je zeggen: wat je niet ziet, bestaat niet. Maar er zijn meer dingen die je niet ziet en toch bestaan. Het 4G-netwerk, waarop je mobieltje werkt, bijvoorbeeld, of vriendschap of liefde, geluk, dromen, gedachten, gevoelens, je adem, muziek. Je ziet wel dat iemand verliefd is of onzeker, gelukkig of ongelukkig, maar de verliefdheid zèlf de onzekerheid zèlf, het geluk of ongeluk zèlf, zie je niet. Maar je voelt het wel. Je hoort een muziekstuk, ziet de muzieknoten, de instrumenten en zangers, maar de muziek zèlf zie je niet. En toch klinkt die. Je ademt in en uit en het lijkt vanzelf te gaan.

Zo is het met die Geest van Jezus, die heilige Geest ook. Je ziet hem niet, maar hij is er wel en je kunt hem voelen. Het Engelse woord voor Geest is ‘spirit’. Iemand die vol spirit is, is enthousiast, bezield, Dat betekent vurig, bezield, vol hartstocht, vol inspiratie, in vuur en vlam om wat van je leven te maken, om de wereld te verbeteren en wat mooier te maken. Jullie hebben het in je, ook al denk je soms van niet.

Dit weekend is voor de 50e keer het festival Pinkpop in Landgraaf. Daar treedt ook Duncan Laurence op. Misschien hebben jullie pas het songfestival gezien. Prachtig dat Nederland eindelijk eens een keer won. Duncan zong de sterren van de hemel met zijn lied Arcade. Eigenlijk is het een heel droevig liedje – het gaat over een relatie die stuk loopt – maar er klinkt ook kracht in door, kracht waarmee je verder kunt. In een interview vertelde Duncan dat hij vroeger als kind gepest werd. Maar hij zei ook: “Wat de pesters weghaalden, kwam weer terug met de muziek.”

Voor hem is de muziek de spirit geweest die hem kracht gaf. Die spirit, die geestkracht, dat enthousiasme, die heilige Geest, houdt je op de been.

“Je hoeft niet perfect te zijn,
als je maar echt bent.”

Beste jongens en meisjes,
Misschien wil je graag groot worden en je eigen weg gaan. Dat moet ook, en dat is goed. Maar probeer ook het kind in jezelf vast te houden en te koesteren.
Niet omdat je ouders dat zo graag willen – juist niet, want je moet je eigen weg zoeken – Maar voor jezelf, om onbevangen in het leven te staan, vol verwondering om zoveel dat er te zien en te beleven is. Je hoeft niet bang te zijn dat het kleine vuurtje dat in je brandt uitdooft. Laat het maar oplaaien, zoals het paasvuur bij de Paaswake, waaraan jij je doopkaars mocht aansteken. Hou het vuur brandend van waar jij in gelooft en waar jij enthousiast voor gaat.

“Het leven is een reis
die je zelf moet maken.
Het leven is een geheim
dat je zelf moet ontdekken.”

Durf die weg te gaan. En weet dat God bij je is, met zijn geestkracht, heilige Geest. “Want God is ook jong geweest, is nog steeds jong, net als jullie, omdat hij alle dingen nieuw maakt en van uitdagingen en avontuur houdt; omdat Hij verwondering oproept en van verwondering houdt; omdat Hij droomt en ons wil laten dromen.” (Paus Franciscus, God is jong.)

 

PJ