Poorten, ga open !

8 september 2019

KringGildeDag Liessel, 7 september 2019
Psalm 24 en Lucas 18, 18-27

Een kameel door het oog van een naald. Dat kan nooit! Nu was ‘het oog van de naald’ een klein poortje in de grote stadsmuur van Jeruzalem. Je kon er wel door. Zelfs een kameel kon er door, maar alleen zonder bepakking, zonder de rijkdom. Het was dus een poort waar bescheidenheid past.

De dertig prachtige bogen die de straten van Liessel dezer dagen sieren, zijn zeker niet bescheiden. Ze eren de nieuwe koning van het St. Hubertusgilde en geven hem alle ruimte. Een oude traditie die nog steeds op een prachtige manier gestalte krijgt. En deze maand mag ook het Kringgildefeest meegenieten. Ze deden me denken aan de mooie psalm die we als eerste lezing lazen:

Poorten, ga open.
Ga wijd open, prachtige deuren!
De grote koning wil binnenkomen.

Ik zie het al voor me en het klinkt al in mijn oren hoe de blazers hun bazuinen aan de mond zetten een eresaluut geven, een eerbewijs, een ereboog voor de koning. De koning van het gilde, de koning van alle koningen ook: God.

Maar misschien zijn die bogen nog meer een eerbetoon aan en een schitterende verbeelding van de broederschap en van verbroedering. Als er één woord bij gilden past, dan is het wel ‘broederschap’.

Bij de voorbereiding van deze viering merkte Hans van Someren op dat verbroedering iets anders is dan vriendschap. Dat zette me aan het denken. Wat is broederschap dan eigenlijk?

De Franse Revolutie had het woord in haar lijfspreuk staan: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Maar lang daarvoor bestonden de gilden al. Broederschap kan een bloedverwantschap, een familieband betekenen – veel gilden zijn ook familiegilden – maar het gaat verder. De essentie van broederschap is een gevoel van verbondenheid met de andere mens, in het besef dat die ander net zo wezenlijk is als wijzelf. Hieruit volgt een fundamentele en spontane vriendelijkheid naar de ander. Vrienden kies je en soms gaan vriendschappen stuk. In social media als Facebook en Instagram kun je vrienden maken, en je kunt ook mensen ‘ontvrienden’.

Broederschap werkt zo niet. Nieuwe gildebroeders en –zusters worden door de andere broeders en zusters gekozen – over het lidmaatschap wordt gestemd –, maar je kiest elkaar niet uit. Je mag lid zijn met de anderen samen. Gildebroeders en – zusters kunnen uit alle lagen van de bevolking komen, maar in het gilde is iedereen gelijk. “Hé broeder!” roep je naar elkaar, zonder onderscheid van persoon.

Het is de taak van een gilde om de verbroedering tussen de gildeleden te bevorderen te stimuleren. Dan gaat het om de zorg voor elkaar, aandacht, bijspringen waar nodig. Vroeger was het vanzelfsprekend dat buren voor elkaar zorgden. Veel van die zorg is in de loop van de tijd door de overheid geregeld, maar in onze tijd zie je steeds meer dat die zorg teruggelegd wordt bij de burger. Daar is op zich niets mis mee, maar het wringt wel met de groeiende individualisering van de samenleving. Respectloos gedrag naar anderen, een egoïstische mentaliteit, de nadruk op economisch denken, vertroebelen de blik op de aandacht voor de ander. Ze zijn een te zware ballast die het haast onmogelijk maakt om – om met de woorden van het evangelie te spreken – door ‘het oog van de naald’ te gaan, zelfs niet onder de Liesselse erebogen door.

Elke vereniging, ook elke parochie heeft te maken met een teruglopend aantal mensen dat zich als vrijwilliger wil inzetten voor de club. De gilden hebben denk ik een grote verantwoordelijkheid en een voorbeeldfunctie. Van veel gildegebruiken en –tradities kun je je soms afvragen of ze nog wel van deze tijd zijn. Maar broederschap vormt de kern die altijd zal blijven.

Misschien zouden de gilden anno 2019 die broederschap meer naar buiten mogen uitstralen in verbroedering naar de ander. Waar van oorsprong de taak van gilden was de verdediging van kerk en staat, de zorg voor orde en veiligheid, mag in onze tijd het gilde de aandacht voor de ander in de samenleving centraal stellen en daarin zelf het voorbeeld geven.

Wat ik zo mooi vind hier in Liessel, is dat het St. Hubertusgilde de hele samenleving weet te betrekken bij hun feest. Door die dertig bogen zijn evenveel groepen buurtgenoten bezig om er iets moois van te maken. Het zijn dertig prachtige symbolen van verbroedering. Een boog, daar kun je onderdoor: het zijn eigenlijk poorten zonder deuren. Ze nodigen uit om binnen te komen, zijn een teken van hartelijkheid en gastvrijheid. Een boog verbindt ook. Het verbindt de mensen die ermee bezig zijn om hem te maken. Het verbindt de ene kant van de weg met de andere kant, de ene mens met de ander.

Poorten, ga open.
Ga wijd open, prachtige deuren!
De grote koning wil binnenkomen.

Ik zou het naar nu willen vertalen met:

Bogen, ga open.
Straal van gastvrijheid, verbondenheid, broederschap,
die de ander uitnodigt om binnen te gaan.

Daar mogen de bazuinen voor geblazen worden!

 

PJ