Prikkeldraad

5 mei 2020

In het gemeentehuis staat een klein beeld, op een onopvallende plaats. Het is er veertig jaar geleden gekomen, bij de viering van 35 jaar bevrijding. Niet echt een speciaal lustrum, maar blijkbaar in die tijd speciaal genoeg om er extra aandacht aan te besteden met een boekje en een beeld.

Het kunstwerk van de hand van Harry Storms is indrukwekkend en confronterend: een dansende naakte vrouw, met om haar voet prikkeldraad. De prikkeldraad lijkt naar beneden te vallen, de vrouw strekt zich uit. Zij ontworstelt zich aan de ellende, het verdriet, de pijn van de oorlog, om zich in vrijheid volop te richten op de nieuwe vrede. Kwetsbaarheid en kracht komen in die vrouw samen.

Als het over de oorlog gaat, over verzet en bevrijding, dan komt meestal een beeld van stoere mannen naar boven, aan wie we onze vrijheid te danken hebben. Maar ook vrouwen hebben in de oorlog een belangrijke rol gespeeld, die veel te weinig voor het voetlicht gebracht wordt. Zo doet Lou de Jong, de nationale geschiedschrijver, in zijn lijvige boekenreeks over de Tweede Wereldoorlog de werkzaamheden van vrouwen af in één zin. Hij schrijft: “Ook vrouwen en meisjes, soms ook kinderen, hebben een werkzaam aandeel gehad in het illegale werk (er zijn geen cijfers)”.

In een artikel in het meest recente nummer van De Roerom staat hoe vrouwen actief waren bij riskante koeriersdiensten, het helpen van onderduikers, pilotenhulp en illegale pers. Zij vervoerden clandestien allerhand materiaal, zoals brieven, boodschappen, bonkaarten, distributiezegels, geld, spionagegegevens en zelfs wapens, verborgen in kinderwagens, handwerktassen, dubbele rokbeschermers van fietsen, in korsetten en step-ins. Zwangere vrouwen konden vaak nog wat extra’s kwijt onder hun wijde kleding. Zij verzorgden over grote afstanden de contacten tussen verzetsorganisaties en illegale werkers. (De Roerom, jaargang 34, nr. 8, april 2020)

Het beeldje in het gemeentehuis werd in 1980 onthuld door Truus Swinkels-van Geneijgen. Zij was één van die vrouwen, actief in het verzet, samen met haar toenmalige verloofde Piet Brouwers, die kort na de oorlog op een tragische manier om het leven kwam. Zijn naam staat op de gedenksteen in het torenportaal van deze kerk.

Truus en Piet en nog een aantal anderen legden bij pastoor Witlox een eed af om elkaar nooit te verraden. Truus begeleidde mensen die via de Zwarte Plak doorverwezen werden naar afgelegen boerderijen, waar ze konden onderduiken of verder werden geleid naar veilig gebied. Haar dagboek vermeldt dat zij 134 personen, waaronder Amerikaanse, Engelse en Franse piloten en ook joden, naar de vrijheid geholpen heeft.

En zo zijn er veel en veel meer vrouwen die op de achtergrond, vaak in stilte en verborgen, zonder dat anderen het wisten, onopvallend, trouw enorm veel hebben betekend voor de bevrijding van ons land, en vooral voor de vrijheid van zoveel mensen.

Hoe cruciaal de bijdrage van vrouwen kan zijn, merk ik ook op in de huidige crisis. Ik wil de mannen niet tekort doen, maar zijn het niet vooral vrouwen die in ziekenhuizen en verpleeghuizen de verzorging zo goed en zo kwaad als het kan, met overtuiging en soms wanhopig gestalte geven? Het lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet.

Ik denk ook aan hen, als ik naar de foto van dat beeldje kijk van die haast dansende vrouw die zich losmaakt uit de pijnlijke stekels van het prikkeldraad om haar enkel.

Zo is dat beeld ook bedoeld. Zo is onze viering van 4 en 5 mei ook bedoeld. Om het herdenken te betrekken op de huidige tijd. Burgemeester van Genabeek zei het destijds en ik kan het alleen maar beamen: “wie om zich heen kijkt, ziet dat bevrijding geen voltooide tijd is. […] Wanneer er een daad gesteld moet worden, wanneer er van ons gevraagd wordt in actie te komen, dan is het inderdaad de vraag: wie komt er in actie tegen het onrecht?”

PJ