Reflectie

23 oktober 2016
Voorkant brochure ‘Reflectie’, tekening Hendrik Wiegersma door Lizzy Geurts van Kessel

Jaar C, 30e zondag door het jaar, 23 oktober 2016
Sirach 35, 12-14.16-18, 2 Timoteüs 4, 6-8.16-18 en Lucas 18, 9-14

Dit weekend is alweer voor het laatst de expositie “Reflectie” te bewonderen in de Deurnese St. Willibrorduskerk. Zo’n 4000 mensen kwamen vanaf 29 mei kijken. De reacties zijn enorm positief. Wat wij zelf al ervoeren wordt ook door anderen gemerkt: er straalt een enorme positieve energie uit de oude en nieuwe kunstwerken die door teksten met elkaar in verband werden gebracht. De frisse kleuren, het sombere bruin, de schilderijen, beelden spreken aan. Kunstenaars waren verrast dat zij gaandeweg een ander beeld van kerk hebben gekregen. Als je de oude bijbelse verhalen naar nu kunt vertalen – en dat hebben de twintig deelnemers allemaal gedaan – dan gaan die verhalen leven, blijken ze actueel te zijn.

In maar liefst achttien overwegingen liet ik me door de werken inspireren. Ik blader nog eens door de brochure ‘Reflectie’. “Jij bent mijn kind, ik hou van jou”, is een van de thema’s. Gods relatie met ons is een krachtige bedding voor onze levensstroom. Ik kijk naar het schilderij “Licht en leven” van Jeanne van den Broek- Jakobs. Zonder water geen leven… Annie van de Corput-Vanlier maakte van textiel een waterstroom. Als de wind door gaten en kieren de kerk binnendringt, waaien de doeken op en lijkt het water te stromen.

Dat het levenswater verschillende kanten kan opstromen blijkt in het evangelie van vandaag: twee mensen die gelovig zijn, maar allebei op een andere manier bidden, met opgeheven hoofd, of terneergeslagen ogen. Ik zie de ingetogen vrouw die door Emelie Jegerings met transparante kleuren op plexiglas werd geschilderd. “Binnen de hectiek van deze tijd en de wereld waarin wij nu leven, zijn mensen steeds vaker op zoek naar momenten van stilte en bezinning, naar ‘wie ben ik nu eigenlijk’?” schrijft Emilie erbij. Wie ben ik? Ben ik die Farizeeër tevreden met zichzelf? Ben ik die tollenaar, bescheiden en schuldbewust? Of heb ik van allebei wel iets.

In het beeld “Sint Franciscus” van Miny Mennen komen beide terug. “Het naar binnen gekeerde gezicht van dit beeld geeft het innerlijke aan. Ze vertelt: “Als we de wereld vanuit ons hart beschouwen, en vandaaruit handelen, kan dit de wereld een stukje mooier maken.” Behalve dat naar binnen gekeerde gezicht, laat het beeld ook een krachtige beweging zien, in de mantel die Franciscus omslaat, een mantel waaronder iedereen mag schuilen. Zij laat de goede strijd zien die Paulus heeft gestreden en waarop hij terugkijkt in het vooruitzicht van het naderende einde. Het leven is vaak een strijd, tussen goed en kwaad, in en om jezelf. De zestig prenten van de Apocalyps laten dat zien. Monika van Kempen verbeeldde wat Paulus het hemels koninkrijk noemt in een soort zandkasteel of bruiloftstaart met bovenop Jezus met een ballon in zijn hand als een blij kind dat zich vrij voelt, beeld van een nieuw begin.

Heel wat kunstenaars legden een relatie naar de vluchtelingenstromen in Europa. Hoe daarmee om te gaan? Alleen naar onszelf kijken, de grenzen sluiten, je kop in het zand steken, kan geen oplossing zijn. De Farizeeër in de tempel, die zichzelf boven de anderen plaatst, komt er niet verder mee. Zijn levensweg loopt dood. De tollenaar, die meer bescheiden ziet dat hij het lang niet altijd goed doet, heeft meer kans. Hij is in staat om zich te openen voor de ander. Paus Franciscus hamert daar voortdurend op: aandacht voor de ander en vooral voor wie het het minst hebben getroffen en het meest nodig hebben. Trees de Kruijf-Swart maakte uit marmer een vluchtelingenboot. De steentjes erop doen me denken aan joodse graven waarop bezoekers steentjes leggen. Zo laten ze zien dat ze er geweest zijn, dat ze aan hun dierbaren hebben gedacht. En zo worden wij opgeroepen aan elkaar te denken. Emy Breedveld geeft dat in haar schilderij “Onderweg” mooi aan: vluchtelingen die steun vinden bij elkaar. Wil Teeken schilderde de lijdende mens. Maar wel met een troostende mens ernaast. Ze schrijft: “Uit elk lijden kan ook weer iets goeds naar voren komen. Daar geloof ik heilig in.” In haar andere schilderij “Zij lopen de kruisweg” is het Jezus die voorop gaat, die met vluchtelingen en allen die lijden meeloopt, de weg wijst.

Jezus gaat voorop, draagt de lusten en de lasten van het leven mee. Dicky Drenth schilderde Christus met de rietstaf in een lang en smal schilderij als een soort paaskaars. De rietstaf en de doornenkroon maakt hij wit, licht, hoop, leven door de kwetsbaarheid en de dood heen.

“Ik heb de goede strijd gestreden…” zegt Paulus. Even stel ik me voor hoe Hendrik Wiegersma ooit als de Farizeeër uit het evangelie met opgeheven hoofd hier in de kerk heeft gestaan – zo was hij wel –, en tegelijk zie ik hem somber, verdrietig, getekend in de donkerste tijd van zijn leven, klein als die tollenaar. Zie de mens… Ik ben hem en de twintig hedendaagse kunstenaars dankbaar. Zijn branie en zijn broosheid, hun onbevangen creativiteit, hebben ons uitgenodigd en uitgedaagd tot reflectie op het grote en kleine verhaal van onze levensstroom.

 

PJ