Ruimte voor velen

10 mei 2020

Jaar A, 5e zondag van Pasen, 10 mei 2020
Johannes 14, 1-12

Ruimte voor velen…

Dit deed me denken aan een verhaaltje over de hemelpoort. Om de hemel binnen te komen, zo wordt er verteld, word je aan de poort gewogen of je goed genoeg bent om binnen te gaan. Op een keer stond er een man op de weegschaal en zijn goede en slechte daden hielden elkaar precies in evenwicht. Feitelijk kwam hij één goede daad tekort om naar binnen te mogen.

De bewaker van de poort zei tegen hem: “Zo kan ik je niet binnen laten, maar ga naar de mensen die achter je staan en vraag of iemand uit zijn voorraad goede daden er één aan jou wil geven. Eén is genoeg, dan kun je door de poort naar binnen.”

De man liep naar achteren en vroeg aan de wachtenden of ze hem één van hun goede daden konden geven. Maar ieder die de vraag hoorde, keek de andere kant op. Een goede daad weggeven, dat was heel riskant, verbeeld je dat hij er zelf dan een tekort zou komen.

De man begon wanhopig te worden, maar opeens vroeg iemand hem: “Beste man, je kijkt zo verdrietig, wat is er aan de hand?” De man vertelde dat hij één goede daad tekort kwam om in de hemel te komen. “Wel,” zei de onbekende, “je mag mijn goede daad wel hebben. Ik heb er maar één, en die zal me niet door de poort helpen.”

Blij liep de man naar de poortwachter. “Ik heb een goede daad gekregen.” Die vroeg: “Hoe ben je eraan gekomen? Stralend van geluk vertelde de man wat er gebeurd was. De poortwachter lachte en liet de onbekende halen die zijn ene goede daad had weggegeven. Hij zei tegen hen beide: “Geef elkaar de hand en ga samen door de poort naar binnen.”

In het evangelie van vandaag hoorden we Jezus zeggen: in het huis van mijn vader is ruimte voor velen. Deze tekst wordt wel eens bij een uitvaart gelezen, als teken van ons geloof, hoop en vertrouwen dat ons leven niet ten einde komt maar dat we eenmaal herenigd zullen worden in Gods zonlicht dat geen einde kent. Al kunnen we ons hier geen voorstelling van maken hoe dit dan wel zal zijn.

Het huis van God is ook onze wereld hier en nu, en daarin is ruimte voor velen, ruimte voor allerlei soorten mensen. Dat zou tenminste de werkelijkheid moeten zijn. Ruimte voor alle rassen en talen, ruimte voor mensen van allerlei culturen, ruimte voor mensen met allerlei godsdienstige overtuigingen en tradities. De realiteit is helaas vaak anders.

Afgelopen week stonden we stil bij dodenherdenking. Dit jaar helaas niet in gezamenlijke bijeenkomsten zoals hier in deze kerk. En ook was er voor velen een vrije Bevrijdingsdag.
75 jaar geleden werden we bevrijd uit de Duitse onderdrukking. Maar helaas konden we dit niet samen vieren. Veelal thuis, door de Coronamaatregelen op gepaste afstand en door velen ervaren als in beperkte vrijheid. Maar we doen dit omdat onze vrijheid niet ten koste mag gaan van de gezondheid van de ander.
Of het nu juist komt door de maatregelen weet ik niet maar er werd in de afgelopen week voor mijn gevoel juist meer stil gestaan bij de essentie van beide dagen. Er werd meer over gesproken en ook heel nadrukkelijk gezocht naar wegen om hier wèl bij stil te staan. Gezamenlijk maar op afstand.

In het evangelie vragen de leerlingen naar de weg naar de Vader, naar dat huis van God waarin ruimte is voor velen en Jezus zegt dan: kijk naar mij: ik ben de weg, de waarheid en het leven. En dan zien we een Jezus die in zijn leven ruimte had voor zondaars en tollenaars, die omgang met hen had en hen niet buitensloot, zoals zoveel anderen. We zien een Jezus die vertelt dat hij 99 schapen achter zou laten om een verloren schaap te gaan zoeken. In ons zakelijk denken is dat absoluut niet logisch, maar voor hem wel. We zien een Jezus die niet naar de prestaties kijkt maar wel of je je talenten goed gebruikt. We zien een Jezus die steeds weer oproept tot delen, al is het nog zo’n klein beetje.

In het huis van de Vader is ruimte voor velen, als wij onze goede daden willen delen met anderen. Het aantal is niet belangrijk. In het huis van de vader kan één goede daad soms meer ruimte scheppen dan een hele serie goede daden die vanzelfsprekend lijken te zijn.

HvO