Ruimte voor velen

14 mei 2017

Jaar A, 5e zondag van Pasen, 14 mei 2017
Johannes 14, 1-12

Het eerste deel van de evangelielezing wordt vaak bij een uitvaart gelezen. Het zijn woorden van troost: ben maar niet bang. Er is een toekomst en er is plaats genoeg. Tegelijk geeft de tekst ruimte aan vragen. Hoe zit dat met leven na de dood. Is er wel leven, is er wel een hemel, en hoe moeten we daar komen? Thomas verwoordt wat veel mensen denken. Het antwoord van Jezus is heel stellig: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen…”

Vorige week zondag, 7 mei 2017 is een goede collega en vriend van mij gestorven: Omèr Gielliet, oud-pastoor van Breskens. Vrijdag 12 mei 2017 is hij begraven. Als kunstenaar gaf hij zijn priesterschap een extra dimensie. Hij kapte beelden uit hout dat hij aangespoeld vond langs de kust of van forse boomstammen die hij van her en der kreeg. Hij zou deze zondag 92 jaar geworden zijn. Nog niet zo lang geleden zei hij: “Het is ook niet normaal dat ik op mijn 91ste nog een boom sta uit te zagen. Maar als ik straks klaar ben, begin ik gewoon opnieuw. Woest en ledig.” Hij was een schepper. De bijbelse verhalen bracht hij tot leven door zijn beelden en de heerlijke verhalen die hij erbij vertelde.

Zowel in Den Bosch als in Goirle heeft hij een beeld gemaakt voor de parochie waarin ik toen werkte. Voor de Lucaskerk in Den Bosch zochten we naar een nieuw Lucasbeeld. Er was er wel één, maar dat hing verscholen in een hoekje en er stond een prikbord voor. Weinig inspirerend. Iemand was ooit in Breskens geweest en vertelde van de pastoor-beeldhouwer. We zijn bij hem op bezoek gegaan. Hij wilde wel een beeld voor ons snijden, maar dan moesten we eerst huiswerk maken: we moesten nadenken over wat Lucas en zijn evangelie voor ons betekende. Daarna konden we terugkomen. Dat hebben we gedaan. We hebben de bijbel erbij gepakt en zijn samen gaan lezen. Boeiende avonden werden dat!

Uiteindelijk heeft de kunstenaar van een boomstam een grote esculaap gemaakt (Lucas is de patroon van de artsen) met een slang die eromheen kronkelt. En daartussen kapte hij allerlei afbeeldingen uit het Lucasevangelie. Omèr Gielliet kwam zelf naar Den Bosch om erover te vertellen en hij nam Cisko Osmanovski mee. Die had hem geholpen. Jezus’ uitspraak: “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen” bracht Omèr Gielliet letterlijk in praktijk. Hij ving in zijn huis uitgeprocedeerde vluchtelingen op, was als een vader en een moeder voor hen. Zij kregen eten en onderdak en ze hielpen hem mee bij het zwaardere kapwerk. Cisko was zo’n vluchteling, uit Macedonië, een moslim. Omèr liet hem een bijbelse tekst op het beeld uitkappen. En die mocht hij ook voorlezen in de kerk. “De Geest van JHWH rust op mij. Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij gezonden … om verdrukten in vrijheid te laten gaan…” Het was muisstil.

Een van de afbeeldingen die Gielliet uitsneed in het hout van de Lucasboom was een jongeman in de vorm van een grote X. Die jongen had hij ooit ontmoet. Hij was moedeloos en voelde zich helemaal niks waard. Omèr had geantwoord: “Maar weet je dan niet, dat God uit niks alles geschapen heeft?” Er staan ook twee moeders op die Lucasboom, Maria en Elisabet. Hun ronde buiken vol verwachting raken elkaar in een vreugdevolle ontmoeting. Dat kostelijke tafereel is gevat in de Hebreeuwse letter Jod, de J van JHWH, “Ik ben er voor jou”.

Zo getuigde de priester-beeldhouwer Omèr Gielliet eigenlijk heel eenvoudig, maar wel indringend, hoeveel ruimte God ons allemaal geeft, en hoeveel ruimte wij elkaar mogen geven. “In het huis van mijn Vader/Moeder is ruimte voor velen…”

 

PJ