Sint Maarten

12 november 2018

Jaar B, 32e zondag door het jaar, 11 november 2018
1 Koningen 17, 10-16 en Marcus 12, 38-44

De viering van dit weekend heeft vele gezichten. Zo horen we in de lezingen over de armoede en het weggeven van het allerlaatste wat we bezitten. Een weduwe offert haar laatste centen in de offerkist en Jezus vertelt ons dat ze het meest heeft gegeven van allen. We vieren in lijn hiermee de gedachtenis van Heilige Martinus van Tours. Wij zeggen: Sint Maarten. Hij geeft een de helft van zijn mantel aan een arme. Zijn gedachtenis valt precies samen met de datum die voor veel mensen belangrijk is en die feitelijk het nieuwe Carnavalsseizoen inluidt: de 11e van de 11e om 11 minuten over 11 wordt op veel plaatsen de nieuwe prins Carnaval bekend gemaakt! Tenslotte is het dit jaar 100 jaar geleden dat op deze dag de wapenstilstand van de Eerste Wereld Oorlog werd getekend. Ook al was Nederland neutraal het is goed de zinloze moordmachinerie die deze oorlog was te herinneren.

Ook in Neerkant hebben dit weekend bij gelegenheid van Sint Maarten de vuren gebrand. Op de Korte Zeilkens hebben we dat als buurtvereniging ’t Kappelleke gedaan. Wanneer je bij helder weer over de A67 richting Venlo rijdt dan zie je van ver af de rookpluimen over het land trekken.

Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten.
De meisjes hebben rokjes aan. Daar komt Sint Martinus aan.
Geef een appel of een peer. Ik kom het hele jaar niet weer.
Het hele jaar dat duurt zo lang, tot mijn lichtje branden kan.

Op Wikipedia lees ik: Sint Maarten was vroeger de datum waarop de oogst binnengehaald moest zijn en het vee op stal ging. Op die dag werden ganzen geslacht. Op 11 november werden de grote Sint Maartensvuren ontstoken. Dit gebruik gaat terug op een Germaans feest ter ere van Wodan. De vuren werden aangestoken om de vruchtbaarheid van het land en vee te bevorderen. Sint Maartensfeest is in onze tijd vooral ook een kinderfeest. Op sommige plaatsen trekken kinderen met lampions langs de deur voor snoep en fruit. Ook het uit Amerika overgewaaide Halloweenfeest dat in de afgelopen weken op diverse plaatsen werd gevierd lijkt zich op die vorm te betrekken maar mag er zeker niet mee worden verward.

Sint Maarten is vanuit kerkelijk perspectief vooral een herinnering aan het delen van onze overvloed met anderen. Zoals Sint Maarten dat deed door een deel van zijn mantel te geven aan een ander om zich te warmen zo komen de kinderen langs de deur om iets lekkers te ontvangen. Eigenlijk is loopt er vanaf vandaag via Sint Maarten, Sinterklaas, Kerstmis, Driekoningen tot aan Carnaval een hele reeks van momenten waarop we delen in de overvloed die we hebben. Het zijn wat we noemen bedelfeesten. Op al die momenten is er overvloed en wordt er een beroep gedaan op onze vrijgevigheid. Blijkbaar hadden en hebben we dit soort tradities nodig om de donkere dagen van Herfst en Winter door te komen.

Terug naar de lezingen van vandaag. In zowel de eerste lezing als het evangelie is sprake van een weduwe. Het evangelie heeft het zelfs specifiek over een ‘arme’ weduwe. In de samenleving van toen zonder sociale voorzieningen waren vrouwen die hun man verloren overgeleverd aan de hulp en zorg van hun schoonfamilie. Wanneer ze die zorg niet konden of wilden geven dan overleefden ze maar amper!

De situaties die we horen is een reële. Dat wil zeggen: het zijn geen verhalen of parabel die door Elia of Jezus als illustratie worden vertelt. Elia draagt de weduwe op van het laatste wat ze heeft brood te bereiden. Jezus zit bij de geldkist en ziet wie er wat ingooit. Wanneer de weduwe haar bijdrage geeft richt Jezus zich tot zijn leerlingen. Sommige zijn verontwaardigd. Waarom gooit iemand het laatste wat ie heeft weg? Daar zit God toch niet op te wachten! Elia en Jezus laten ons zien dat je je pas geeft wanneer je bereid bent alles weg te geven. Het is in die zin een voorafspiegeling van zijn zelfgave aan het kruis: Jezus is arm geworden – dat wil zeggen: uitgestoten, berooft en ter dood geoordeeld – om ons te redden. Wij krijgen het leven door zijn dood en verrijzenis.

Bij het surfen over internet kwam ik een paar praktische vragen die we als ouder of grootouder rond feest het van Sint Maarten kunnen hebben. Tegelijkertijd tonen ze ook de rijkdom waarmee we vandaag de dag mee zijn toegerust. Je zou ook kunnen zeggen: waar maken we ons druk over. Op de website die zich richt op de opvoeding van jonge kinderen staat een artikel dat de vraag stelt: Wat doe je met al dat snoep? Voor veel kinderen is het blijkbaar een topsport om zoveel mogelijk snoep te verzamelen én op te eten. Wat kun jij hier als ouder mee doen? Het artikel geeft vijf tips:

1. Spreek met je kind af hoeveel snoep hij per dag mag eten;
2. Ruil het snoep in voor iets gezonds of leuks;
3. Laat je kind eerst goed avondeten voordat hij op pad gaat;
4. Spreek af bij welke deuren je kind langs mag gaan;
5. Laat je kind alles opeten!

Wat moeten we met al die adviezen? Helpen ze ons werkelijk de diepere betekenis van armoede en delen in rijkdom over te brengen? We zijn weliswaar niet arm als het gaat om de dingen die we nodig hebben om in leven te blijven. Maar op geestelijk vlak vinden we het lastig om aan geloofsoverdracht te doen. Veel mensen vragen zich af: wat kan ik nog doen om onze kinderen en kleinkinderen de ‘rijkdom’ van ons geloof mee te geven?

Sint Maarten laat ons zien waartoe hij zich liet inspireren. Hij leeft ons voor in het delen van zijn overvloed. Hij leeft ons de boodschap van Jezus voor. Eerst arm worden, iets verliezen, misschien wel alles verliezen en tenslotte bidden: ‘Kijk God, hier ben Ik om te doen wat U wil’.

 

BJ