Soms bij vlagen…

8 november 2020

Jaar A, 32e zondag door het jaar, 8 november 2020; Hoogfeest Willibrord
Wijsheid 6, 12-16, 1 Tessalonicenzen 4, 13-18 en Matteüs 25, 1-13

“Wie houdt er in dit avondland
de stormlamp wachtend in de hand,
waar God in oplicht soms bij vlagen?”

Zo staat er in het derde couplet van het Willibrordlied dat we aan het begin van de viering zongen. Het lied is geschreven in 1989, toen het 1250 jaar geleden was dat Willibrord stierf in Echternach op 7 november 739. Destijds is dat groots gevierd, maar het Willibrordlied hoor je bijna nergens meer. Dat is jammer, want de tekst is nog altijd actueel.

Jan Duin, de schrijver van het lied, vond dat de tijd van Willibrord en onze tijd in bepaalde zin op elkaar lijken. Het evangelie, het verhaal van Jezus was in Willibrords tijd nauwelijks bekend in onze omgeving. In onze tijd is dat niet veel anders. Velen hebben geen boodschap meer aan de kerk, zijn erdoor gefrustreerd of hebben er afstand van genomen.

Het lied stelt een aantal vragen, vragen die we onszelf ook kunnen stellen. Jan Duin zegt: “Misschien moet ook nu iemand over water naar ons toekomen, zoals de Verrezene over het meer naar zijn leerlingen kwam en Willibrord over de Noordzee naar ons. En zie, langzaam aan werden vragen tot geloof, en angsten veranderden in de vrijheid van de kinderen Gods.”

Mij spreekt vooral het derde couplet aan, omdat het de kwetsbaarheid van ons mensen beschrijft: de sterke golfslag, stromingen, meningen die vaak over elkaar heen donderen en ons leven overspoelen. Wie houdt dan het licht in de hand, de stormlamp die zelfs bij sterke wind blijft branden?

We hebben zoveel behoefte aan licht. De coronamoeheid overspoelt ons. Alweer aangescherpte maatregelen verminderen de zorgen om hoe het verder moet niet. Het ontbreken van uitlaatkleppen maakt steeds meer mensen ongedurig, agressiever ook. Daar tussendoor zaaien jihadistische aanslagen op onschuldige mensen angst. Je wordt niet vrolijk van de polariserende verkiezingsstrijd in Amerika of van de vreedzame vrijheidsstrijd in Wit-Rusland die wreed de kop wordt ingedrukt.

Er lijkt nog lang geen land in zicht op de stormachtige zee van ons bestaan. Je zou er somber van kunnen worden, en sommige mensen zijn dat ook. Toch probeer ik altijd weer dat licht in de verte te zien, die stormlamp die nooit uitwaait, “waar God in oplicht soms bij vlagen” – zoals het lied zingt.

Dat is mooi verwoord: God – en daarmee liefde en bemoediging – licht op in hele kleine dingen: in een hartelijk en spontaan dankjewel voor een mooie digitale Allerzielenviering; in een ontroerend gedicht van harte geschreven; in een kort maar hartelijk gesprekje op straat, al mag je daar maar met twee mensen samenzijn; in huisartsen die blij zijn dat de griepprik in de kerk gegeven kan worden en vertellen hoe mensen het fijn vinden dat ze toch weer even in de kerk kunnen zijn; in zoveel lichtjes en noveenkaarsen bij Maria;

God die in ons oplicht soms bij vlagen…