Prikkelend

26 maart 2017

Jaar A, 4e zondag veertigdagentijd, 26 maart 2017
1 Samuël 16, 1-13 Johannes 9, 1-41

Ik herinner me nog de eerste les van mijn tekenleraar op de middelbare school, Jan Thomassen. Hij zei: tekenen is kijken. Het begint met kijken, observeren. Pas daarna kun je de eerste potloodlijn of penseelstreek zetten. Bij fotograferen is dat net zo. Het verschil tussen een foto en een kiekje is de manier waarop o.a. compositie en lichtinval overdacht zijn.

Je kunt kijken zonder te zien, blind zijn voor wat er om je heen gebeurt. Liefde maakt blind, zeggen ze wel eens. Je focust dan zo op één, dat je de rest om je heen niet meer ziet.

In de Wereldwinkel is een kleine expositie te zien over het Vastenactieproject. Er staan ook verschillende voorwerpen uit Batouri. Eén trok mijn aandacht: een beeld van een man waarin talloze spijkers zijn geslagen.

Een soortgelijk beeld zag ik bij een expositie in het Noord-Brabants Museum. Daar is het een Mariabeeld, een piëta, met spijkers doorboord. In de Nieuwenhof in Deurne, in het stiltecentrum, hangt trouwens ook een spijkerbeeld: de Christusafbeelding boven het altaar is opgebouwd uit spijkers en andere metalen voorwerpen. Je kunt je bij het zien van dergelijke beelden afwenden, maar ik was te nieuwsgierig om niet verder te kijken, naar wat ze willen uitdrukken.

Aan een Afrikaans spijkerbeeld wordt een bovennatuurlijke kracht toegedicht. Bij alle bedreigingen, angst en onzekerheid in het leven, kon men via zo’n beeld het lot in gunstige zin beïnvloeden. Het beeld is een soort medicijnman of voorouder, die bemiddelt tussen goden en mensen. Het beeld werd letterlijk ‘geprikkeld’ – door er een spijker in te slaan – om in actie te komen. Hoe meer spijkers er in het beeld zitten, des te belangrijker het was. In de Deurnese Wereldwinkel mag het ons prikkelen om de Vastenactie te ondersteunen.

Een Afrikaans spijkerbeeld is, zou je kunnen zeggen, een ruige versie van onze Mariaverering. In het Noord-Brabants Museum wordt de relatie tussen die twee gelegd in het Mariabeeld vol spijkers. Het staat er in de expositie “Verspijkerd en verzaagd”. Sinds de jaren zestig zijn veel kerkinterieurs versoberd en religieuze beelden in huiskamers aan de straat gezet. Diverse generaties kunstenaars, waaronder Jacques Frenken, hebben de afgedankte heiligen verspijkerd en verzaagd en zo getransformeerd tot kunstwerken. De expositie roept heftige reacties op. Sommige mensen vinden bepaalde beelden aanstootgevend, worden kwaad, lopen weg. Ze kijken niet meer verder, proberen niet te ontdekken wat de bedoeling is van de kunstenaar.

Monseigneur De Korte zei over deze tentoonstelling en over de Piëta vol spijkers: “De kunst mag heilzame verwarring stichten. Mensen mogen worden uitgedaagd. Kunstenaars kunnen beelden maken die voor christenen vervreemdend zijn. Maar je hebt heilzame verwarring en onheilzame verwarring. Dat laatste zou je zelfs blasfemie kunnen noemen – althans voor de gelovigen. Sommige gelovigen zullen geschokt zijn door al die spijkers in de Piëta van Jacques Frenken. Maar je kunt ook zeggen, met Pascal: Christus lijdt tot aan het einde van de wereld, in alle anderen. Christus wordt opnieuw gekruisigd in de slachtoffers van onze dagen.” (Verspijkerd en verzaagd, Noordbrabants Museum en Wbooks Zwolle, 2017) Vlakbij de Piëta met de spijkers hangt een Christuscorpus waarop en omheen Jaques Frenken een schietschijf heeft geschilderd. Dat is schrikken als je die zo ziet hangen. Je kunt het heiligschennis noemen en heel wat mensen doen dat ook. Toen ik afgelopen donderdag in het museum was, zag ik daar ook de kunstenaar zelf. Ik heb een tijdje met hem bij die schietschijf staan praten. Hij zei: “Jezus is altijd het mikpunt geweest van spot.” Daar heeft hij gelijk in. Het kruis is in wezen een aanstootgevende afbeelding, net zo aanstootgevend als met kerstmis een kind in een kribbe. Een mens hoort niet aan het kruis, een kind niet in een voerbak. Dat weten we maar al te goed, en toch zien we het niet meer, worden pas wakker geschud als dat kruis door een schietschijf wordt vervangen en weten er dan geen raad mee…

Jezus’ boodschap van liefde, medemenselijkheid, barmhartigheid blijft de gemoederen bezig houden, wordt lang niet altijd gewaardeerd. Je kunt daarvan wegkijken, er blind voor zijn, zoals de Farizeeën in het evangelieverhaal. Je kunt je ook openstellen zoals die blindgeborene. Dat is niet gemakkelijk, want we hebben meestal ons oordeel al klaar. Met de vormelingen spelen we bij een van de bijeenkomsten een vooroordelenspel. Het is voor iedereen verrassend hoe snel ze op het verkeerde been worden gezet, hoe gemakkelijk je een oordeel velt dat helemaal niet blijkt te kloppen. De profeet Samuël in de eerste lezing heeft daar ook last van. Eigenlijk zou iedereen dat vooroordelenspel een keer moeten spelen.

Om bevrijd te worden van je blindheid moet je goed kijken, kijken als een tekenleraar of kunstenaar, kijken met je hart, kijken met de ogen van de ander. Het kan een verschil van dag en nacht uitmaken, van blind zijn of zien.

 

PJ