Stilte ná de storm

9 augustus 2020

Jaar A, 19e zondag door het jaar, 9 augustus 2020
1 Koningen 19, 9a.11-13a en Matteüs 14, 22-33

Overweging pastoor Paul Janssen:

Stilte voor de storm…
Een stralende bruid op een mooi stadsplein. Ze poseert trots voor de camera op de dag van haar leven. En dan opeens die harde knal en de luchtdruk die alles omver gooit, ramen uit de huizen blaast, een stad in puin legt. Beiroet, dinsdag in de namiddag.

De foto’s in de krant van een dag later verschillen niet zo veel van die van Hiroshima en Nagasaki na de ontploffing van de atoombommen op 6 en 9 augustus, nu 75 jaar geleden, die een nog grotere impact hadden op de bevolking, nog meer doden, gewonden, nog meer schade. En ook de beelden van nine-eleven, de aanslagen op het World Trade Centre in New York, binnenkort alweer 19 jaar geleden komen weer bij me boven.

Van zo’n gebeurtenissen ver weg, kun je je nog afwenden als je dat wilt. Je hoeft de TV niet aan te zetten of de krant te lezen, de media te volgen. Tijdens een straatenquête werd de vraag gesteld of je een gift aan het Rode Kruis wilde doneren voor hulp aan Beiroet. Velen antwoordden: “Ja, natuurlijk”, maar er was ook iemand die zich afvroeg: “Waarom?” Verweggistan bestaat blijkbaar nog steeds.

Maar er gebeuren ook dingen waar je niet omheen kunt. Als jou in je eigen kring iets overkomt kan dat net zo ingrijpend en afschuwelijk zijn als een ramp op wereldniveau. Als ziekte, of de dood van iemand die je dierbaar is, je leven overhoop gooit, als je partner naar een verzorgingshuis moet, omdat het thuis niet meer gaat, als je van de ene op de andere dag op straat staat zonder werk…, het zijn schokgolven – tegenwind in de woorden van het evangelie – die je raken in je hart, je kunnen verlammen en verwonden. Hoe kun je die ooit te boven komen?

En dan is er nog de coronapandemie, dat minuscule virusje dat heel ons leven verziekt. Er is niemand die zich er geen zorgen over maakt. Teveel of juist te weinig duidelijkheid en maatregelen? Leven en laten leven of juist voorzichtigheid alom? We kunnen er vooral niet tegen dat we het met alle wetenschappelijke en zelfverklaarde wijsheid niet weten, niet zeker weten.

Dan komt het op vertrouwen aan, maar dat ontbreekt vaak. Het is griezelig ergens in, of op iemand te vertrouwen. Je legt je lot in zijn of haar hand. Dat past niet bij de zelfstandige vrijgevochten individuen die we graag zijn. En Jaap van Dissel, Ab Osterhaus, Willem Engel, Maurice de Hond, Mark Rutte of Hugo de Jonge zijn nu eenmaal Jezus niet.

En zelfs bij Jezus of bij God komt het op geloven aan. Petrus is – zoals wel vaker – overmoedig. Als hij Jezus over het water ziet lopen, wil hij dat ook kunnen. Maar zo groot blijkt zijn geloof niet. Hij zinkt als een baksteen. Vertrouwen, geloven, is niet zo gemakkelijk. Twijfel ligt altijd op de loer en kan je tot wanhoop brengen, tot goedgelovigheid in een ander, die harder roept of met meer eenvoudige woorden spreekt, of tot afkeer en ontkenning.

In het woud van meningen en adviezen kan het wel eens teveel worden. Het liefst zou je dan willen wegkruipen, doen alsof het niet gebeurt. Zoals Elia in de eerste lezing, die na een compleet mislukt profetisch optreden wegvlucht en zich in een grot verbergt. Maar “Vluchten kan niet meer” zongen Frans Halsema en Jenny Arean al in 1985.

Soms moet je door de storm, de aardbeving, het vuur heen, of kopje onder gaan in het water zoals Petrus, om te kunnen ervaren dat er ook een stilte ná de storm kan zijn. “Het suizen van een zachte bries”.

Een weldadige rust, waarin je tot bezinning en inzicht kan komen en weer verder kunt. Toon Hermans schreef hierover een prachtig gebed (Nieuw gebedenboek. Zijn mooiste spirituele teksten). Het staat op de achterkant van uw boekje (De zondag vieren 44, Berne Media 2020). Het gaat zo:

Heer,
toen ik in het diepe dal zat
en geen spatje meer zag
van het licht aan de top,
heb ik U aangeroepen
en het werd lichter.

Het licht kwam in het dal,
en langs het licht
klauterde ik weer omhoog,
moeizaam,

maar eenmaal aan de top
zag ik het licht
in volle glorie.
Het leed was geleden
en dankbaar
heb ik uw licht omhelsd.

Nu weet ik het zeker:
U bent het stralende licht
aan de top van de berg,
maar ook de schittering
van het vonkje in het dal.

PJ

Overweging Bart Jansen:

Het is volop zomer. Er ligt een periode achter ons waarin we beproefd zijn en nog steeds worden. We zoeken steun in deze onzekere tijden. Velen hebben een moeilijke weg moeten gaan of zijn nog onderweg en zullen nog vele lastige momenten kennen.

Deze viering heeft als thema meegekregen ‘stilte NA de storm’! Dat heeft natuurlijk betrekking op de lezingen van vandaag waarin storm een belangrijke rol speelt. De lezing over de profeet Elia leert ons dat we God niet moeten zoeken in de storm, de aardbeving of het vuur. God maakt zich kenbaar in de stilte of in het suizen van een zachte bries.

Jezus zoekt de stilte op van een berg om daar te bidden terwijl zijn leerlingen door een storm gaan of tenminste tegenwind ervaren. Vandaag vragen we ons af: Hoe zouden wij reageren op een storm? Waarin zoeken wij God? Kunnen wij de stilte om ons heen en de stilte in onszelf gebruiken om God te vinden? Of blijven we steken in de storm?

Stilte NA de storm: we hebben zowel Elia als Jezus de stilte op horen zoeken. Hoe staat het daarmee in ons leven. Hoe is de beproeving van de corona-tijd aan ons voorbijgetrokken en hebben we de stilte inmiddels weten te vinden of raast de wind als een dolle voort?

De lezing van vandaag vormt een doorlopende gebeurtenis met die van vorige week: de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Vijf broden en twee vissen leiden tot een overvloed van voedsel voor heel veel mensen. Werkelijk een wonder. Ongelofelijk zelfs zouden veel mensen zeggen: dat is onmogelijk!

Vandaag stuurt Jezus zijn vrienden een meer op om naar de overkant te varen. Letterlijk lezen we: Jezus dwong zijn leerlingen in de boot te gaan. Mooie vent, zouden we nu zeggen, iemand die zijn vrienden het water opstuurt terwijl er een stevige tegenwind staat. Zou Jezus de sterke wind dan niet aan hebben zien komen om zo zijn vrienden van het gevaar op het water te behoeden?

Jezus trekt zich terug om in afzondering te bidden. Hij gaat daarvoor alleen naar een berg net zoals de profeet Elia in de eerste lezing. Beide zoeken de afzondering om contact te zoeken met God. Ze zoeken misschien net zoals wij de stilte om daarin God te ontmoeten. Vóór dan wel tijdens of ná de storm. Bij wijze van troost, als bemoediging, als antwoord op vragen als waarom? Waarom nu? Waarom ik?

Hoe toevallig: De boekjes voor deze vieringen worden ruim van te voren samengesteld en voorzien van goedkeuring van de bisschop. Een imprimatuur heet dat officieel en die is voor het boekje van vandaag door mgr. De Korte afgegeven op 4 maart van dit jaar. Konden we ons toen aan de vooravond van de maatregelen rond de uitbraak van het corona-virus voorstellen dat we hier in zo’n storm terecht zouden komen. Met tussendoor nog de rook en evacuatie door de Peelbrand van dit voorjaar.

In het algemeen luidt het spreekwoord: ‘Stilte VOOR de storm’. Nu is het nog rustig, straks zal het gaan waaien en stormen. Wees op je hoede. Breng je spullen naar binnen en zet vast wat niet weg mag waaien. Vandaag gebruiken horen we een wel heel toepasselijk variant: stilte NA de storm.

Tegen de morgen worden de apostelen opgeschrikt door Jezus die over het water naar hen toe komt gelopen. Ze menen een spook te zien. Dat is toch niet mogelijk dat een mens over water loopt. (…). Ja, dat is ook de meest gehoorde tegenwerping wanneer het over het christelijke geloof gaat: geloof jij dat je brood onbeperkt kunt vermenigvuldigen? Dat Jezus over het water loopt. Menige cabaretier maakt goede sier met grappen over de wonderbare verhalen die over Jezus worden verteld. En ook op verjaardagsfeestjes is het een veel gebruikte opmerking: geloof jij nou in die verhalen? Dat kan toch helemaal niet waar zijn?

Het is Petrus die dat met zijn gedrag moet bekopen wanneer hij Jezus probeert na te doen. Over het algemeen denken we aan de ongelovige Thomas maar ook Petrus kan er wat van: steeds weer zinkt hij weg in het water wanneer zijn vertrouwen in God verminderd.

Rationeel gezien zou je zo’n opmerking nog moeten bevestigen ook. Onbeperkt brood en vis, over water lopen, water in wijn veranderen, doden opwekken en zieken beter maken door een simpele aanraking: dat is toch onmogelijk. Het maakt het in de overdracht van ons geloof ook niet makkelijk om het mysterie van het geloof over te brengen op onze kinderen. Zij zijn – ieder op hun manier en niveau – nog authentiek en leergierig op zoek naar de waarheid. Ze staan daarbij aan de ene kant nog met één been in hun fantasiewereld waarin alles mogelijk is en met het andere been in de wereld van de volwassen die bepaald wordt door regels en wetten. Bovendien lopen we tegen de beperkingen obstakels aan van wat we de echte wereld of realiteit noemen.

Zijn we echt belandt in de stilte NA de storm of is dit slechts een overgangsfase naar een nieuwe opleving? Niemand die het echt weet. Nederland kant inmiddels heel veel corona-deskundigen en vooral heel veel mensen die weten wat ons te doen staat. De maatregelen die afgelopen donderdag zijn afgekondigd duiden nog niet op een echte terugkeer naar de oude situatie.

Wanneer we terug kijken naar het afgelopen jaar kunnen we ons ook afvragen: Wie had aan het begin van het jaar kunnen vermoeden dat we in 2020 van zoveel mensen afscheid zouden moeten nemen. En dan op deze manier: achter glas, in afzondering, vaak zonder laatste groet en zonder echt fysiek contact. Dat er een groot deel van de Peel zou afbranden en dat we nog maar af moeten wachten hoe en wanneer zich dat zal herstellen. Het zijn allemaal wonderbaarlijke gebeurtenissen die net zo vreemd over kunnen komen als brood en vis uitdelen waar geen eind aan komt, over water lopen en mensen genezen.

Kern is dat we God niet leren kennen in de stormen van ons leven. In geweld, afwijzing en verloochening vinden we onze kleinheid en onmacht ten opzicht van de natuur en het kwade in mensen. We zoeken God om antwoorden te krijgen op onze beproevingen, om getroost te worden en het goede van de mensen weer te ontdekken. Dat is niet makkelijk. Iedereen heeft daarvoor zijn eigen tempo en manieren. God laat zich vinden in de stilte. Een grote ontdekking voor Elia. Petrus laat zien dat hij door een sterk geloof iedere keer weer boven water komt.

Wij mogen ons aan dit beeld van Petrus spiegelen. Wanneer het water ons aan de lippen lijkt te staan. De beproeving te groot lijkt te zijn. Wanneer we het geloof op dreigen te geven. Juist dan mogen we vertrouwen op God. Hij zal het kwade ten goede keren, troost geven en ons vertrouwen versterken in zijn koninkrijk.

BJ