Thuis bij Maria

24 mei 2020

Jaar A, 7e zondag van Pasen, 24 mei 2020
Handelingen 1, 12-14 en Johannes 17, 1-11a

In mei gaan traditioneel veel mensen op bedevaart. Je merkt dat in de zondagsvieringen in onze kerken altijd goed. Het is een stuk minder druk, al weten we dat goed te camoufleren door de eerste communievieringen dan te plannen. Van hieruit gaan mensen graag op tocht naar Ommel, maar ook bijvoorbeeld naar Den Bosch, Handel, Meerveldhoven.

In de Sint Jan in Den Bosch heeft de meimaand-Mariamaand altijd een thema. Dit jaar is dat “Thuis bij Maria”. Gaandeweg en noodgedwongen is hier de ondertitel “Maria bij u thuis” bij gekomen. Ik vind dat een mooi thema. Het geeft een gevoel weer dat velen van ons zullen herkennen: we mogen thuis zijn bij Maria. We voelen ons thuis bij Maria.

Vanuit Deurne is het een traditie om half mei op bedevaart te gaan naar Klein-Lourdes in Tienray. In de kerk daar is een grote Mariagrot te zien. Dit jaar kon de pelgrimage niet doorgaan. Rond die tijd zouden ook enkele relieken van de heilige Bernadette naar Nederland komen. Ook dat is uitgesteld.

Aan de voet van die grot in Tienray knielt Bernadette en ze kijkt omhoog naar Maria. Bernadette heeft Maria in achttien verschijningen in februari en maart 1858 ontmoet. Zij zegt hierover: “Ik zag een dame in het wit gekleed: zij droeg een wit kleed en een witte sluier, een blauwe gordel en een gele roos op elke voet.” Aan de hand van haar beschrijving is het Lourdesbeeld gemaakt. Bernadette vond dat het niet lijkt, maar het is toch een weergave geworden die veel mensen aanspreekt.

Een tijd geleden kregen we het Mariabeeld aangeboden, dat vandaag voor het altaar staat. Het heeft vroeger hier in de St. Willibrorduskerk gestaan, maar is in de jaren zestig, net als zoveel andere beelden, verdwenen. En nu is het weer terug. Het is een jonge Maria, een kind nog – misschien zo oud als Bernadette – veertien jaar, toen zij de verschijningen kreeg –. Ze staat afgebeeld met haar ouders: Anna en Joachim. Die dragen allebei een schild met een Latijnse tekst erop. Vrij vertaald staat er: “Gedenk uw gemeenschap, o Onbevlekte Ontvangenis.”

Met die woorden wordt er een rechtstreeks verband gelegd met Lourdes. Want toen Bernadette aandrong bij de vrouw die aan haar verscheen om te zeggen wie zij was, antwoordde zij: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis”.

Wat trekt mensen naar plaatsen als Lourdes? Natuurlijk Maria zelf. Zij heeft een korte lijn naar Jezus, haar Zoon. Maria bidt voor ons, zoals Jezus voor ons bidt. Het staat zo mooi bij Johannes: “Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren.” Waar we Jezus misschien wat op afstand ervaren – verrezen, ten hemel opgevaren, teruggegaan naar de Vader – lijkt Maria voor ons gevoel meer nabij. Zij is er, zij luistert, zij beveelt onze gebeden aan bij haar Zoon.

Tegelijk is Maria ook een bindende kracht. Als je in Lourdes of een andere bedevaartsplaats komt, ben je er nooit allen. Er zijn meer mensen tegelijk op bedevaart, die allemaal naar Maria komen, allemaal kaarsen of lichtjes ontsteken en hun gebeden uitspreken, of in stilte bij haar neerleggen. Die groep, die gemeenschap is ook wezenlijk. Je bent verbonden met andere mensen.

Thuis bij Maria ervaren we haar als een moeder. Wij voelen ons kind van Maria. En daarmee zijn we ook broers en zussen van elkaar, we delen het leven, de wereld waarop we leven, de zorgen en de pijn die we meedragen. We hoeven die niet alleen te dragen, we kunnen het samen doen.

Zo zullen de vrienden van Jezus het ook ervaren hebben, toen ze na Jezus’ hemelvaart in de bovenzaal bij elkaar kwamen, zich bezinnend op wat te doen. Maria was erbij.

Maria is erbij. Ook vandaag als wij samen vieren, in de kerk en thuis. We steken licht aan bij haar beeld en brengen haar een bloemengroet. We voelen ons thuis bij Maria.

PJ