Overweging: Vlierden – Toverdrank

14 december 2014

Jaar B, 3e zondag van de advent, 14 december 2014
Jesaja 61, 1-2a.10-11 en Johannes 1, 6-8.19-28
St. Willibrorduskerk Vlierden

Afgelopen week stond er een artikel in de krant hoe dorpen steeds meer van hun voorzieningen kwijtraken. Jos Kessels schreef er een mooie, ietwat sombere column over in het Eindhovens Dagblad. Zo schrijft hij:

“Vanuit een auto zie je nauwelijks de kleine veranderingen in de dorpen, maar met de fiets wel. Dan valt pas op dat het kleine bankfiliaal ineens niet meer bestaat, dat een winkel met tapijten plots leegstaat en een jaar later nog leger staat. Het valt ook op dat in een dorp nog maar weinig mensen te voet gaan, alleen kinderen en ouderen.
Dorpen zijn nog slechts plaatsjes van vroeger in de achteruitkijkspiegel, achtergelaten door de snelheid van de tijd. Zelfs de bussen rijden er niet meer, in Amerika een teken dat je niet meer bestaat. Maar toch, in het hoofd is het dorp de bovenstad van herinneringen.” (ED 9 december 2014)

Zo treurig is het in Vlierden gelukkig niet. Er is dan wel geen bakker en geen bank meer en er moet worden volstaan met een buurtbus; maar verder is het nog een levende en levendige gemeenschap, met een gemeenschapshuis – fonkelnieuw zelfs met de mooie naam ’t Huis – en deze gelukkig niet al te grote, en intieme kerk.

Ik moest onwillekeurig denken aan dat kleine dorpje in de verhalen van Asterix en Obelix, dat dapper standhoudt tegen de overheersing van de grote Romeinse machthebbers. Gelukkig is de sfeer van het fusieproces de afgelopen jaren niet vijandig geweest. Integendeel. Ik voel me geen Julius Caesar en als ik rondfiets hoef ik dat niet als een Romeinse soldaat met knikkende knieën te doen, beducht voor de toverdrank drinkende dorpsbewoners. Een maaltijd met wild heb ik me wel al ooit laten smaken op een goed adres. Verder gaat de vergelijking helemaal niet op, behalve dan jullie gemeenschapszin. Karel Koolen heeft het ooit mooi verwoord: “Wij zijn een dorpsgemeenschap die ook geloofsgemeenschap is.” Dat geeft te denken. Wat is dan de ‘toverdrank’, de kracht die een dorpsgemeenschap ook tot geloofsgemeenschap maakt?

Ingrediënten kunnen zijn: elkaar kennen, elkaar waarderen en respecteren, elkaar bemoedigen en stimuleren, voor elkaar opkomen. Jesaja zegt dat in de eerste lezing heel plechtig: “De geest van de Heer God rust op mij; Hij heeft mij gezalfd om aan de armen de blijde boodschap te brengen. Hij heeft mij gezonden om te genezen allen wier hart gebroken is, om de gevangenen vrijlating te melden, aan wie opgesloten zijn vrijheid; om aan te kondigen het genadejaar van de Heer.” Jezus zal die woorden later tot uitgangspunt van zijn leven nemen. Gods Geest is dat extra dat van een dorpsgemeenschap een geloofsgemeenschap maakt en die gemeenschap ook de kracht geeft om met veranderingen om te gaan.

In een rondje dat we als beoogd bestuur onlangs maakten langs de verschillende parochieraden kwam de evolutieleer van Darwin even ter sprake. Darwin stelt dat de hele vorming van de aardbol en het leven daarop een proces is. Vaak wordt daaraan het zinnetje gekoppeld: “survival of the fittest”, wat dan zoiets zou zijn als het recht van de sterkste. Maar dat bedoelt Darwin niet. Hij stelt dat de soort die het best met veranderingen kan omgaan, kan voortbestaan, zich kan ontwikkelen, evolueren. Die gedachte spreekt mij wel aan, omdat wij als parochies ook in een soort evolutieproces zitten.

Dorpen blijven niet hetzelfde. Vlierden ook niet. De kerk in Brabant, Nederland, West-Europa verandert in een hoog tempo. Ik denk dat jonge (en ook oudere) mensen best nog wel gelovig zijn, maar dat niet meer zozeer in een gemeenschap willen beleven en vieren, hooguit op bijzondere momenten in het leven: bij een doop, de eerste communie, het vormsel. Een ziekenzalving wordt vaak als een hoogtepunt van het leven beleefd; een uitvaart als een dankbaar vieren van het leven ondanks het verdriet om het afscheid. In de weekenden zitten de kerken lang niet meer vol, het aantal beschikbare voorgangers neemt snel af. Het wordt steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden om de parochie draaiend te houden, het is steeds lastiger om de financiën rond te krijgen. Hoe ga je daarmee om? Hoe speel je daarop in?

Je kunt heerlijk koesteren wat altijd is geweest, met weemoed terugkijken. Je kunt ook je schouders eronder zetten en nieuwe wegen zoeken. Ik vind het mooi dat in dit kerkgebouw allebei gebeurt. Na de viering zal achter in de kerk een fraaie vitrine in gebruik worden gekomen. Iets van het rijke verleden mag daar gezien worden. Tegelijk is aan de andere kant dat mooie portaal, met de werken van barmhartigheid op de muur geschilderd en het prachtige eigentijdse Mariabeeld – Maria ter schoot met de bolle buik waaruit zij het kind omhoogtilt – van de hand van Lucie Smit. Verleden en heden samen in beweging.

Patroonheilige Maria

Ik zie het als een uitdaging om met u onderweg te gaan, met aandacht voor de eigen gemeenschap, openstaand voor het grotere geheel. Samen zoeken naar wegen om in een tijd van grote veranderingen dorpsgemeenschap en geloofsgemeenschap te blijven, mensen opnieuw in beweging te brengen – zoals Johannes de Doper dat deed –, hoop en toekomst aan te reiken, nieuw enthousiasme, een nieuw elan, nieuw licht in het donker van de tijd.

 

PJ