Twijfel

11 april 2021

Jaar B, 2e zondag van Pasen, 11 april 2021
Handelingen 4, 32-35, 1 Johannes 5, 1-6 en Johannes 20, 19-31

“Houd me niet vast, raak me niet aan,” zei de verrezen Jezus met Pasen tegen Maria Magdalena. En nu sta jij voor Hem, Thomas, en mag je hem wel aanraken, even maar, om je geloof te bevestigen, je twijfel te overwinnen. Jij wilde het zeker weten. Wij zouden dat ook wel willen, maar wij moeten het doen met ons geloof èn alle twijfels en aarzelingen die daarbij horen.

Trouwens, Thomas, waarom was jij er niet bij toen de anderen Jezus ontmoetten? En had Jezus niet even kunnen wachten tot je er wel was? Of moest het juist zo zijn? Jij wordt vaak de ongelovige Thomas genoemd, maar dat is niet terecht. Jij wilde best geloven, graag zelfs, maar niet zonder meer.

Geloven is niet hetzelfde als zeker weten en ook niet met alle winden meewaaien. Ik voel die spanning in onze tijd, waarin we hebben te dealen met een virus waarvan we steeds meer weten, maar dat toch nog altijd ongrijpbaar blijft. Hoe ga je daarmee om? Durf je je twijfel en onzekerheid toe te laten en te accepteren?

Ik ben één uitspraak van premier Rutte uit de eerste persconferentie een jaar geleden (12 maart 2020) niet vergeten: “In crises als deze moet je met 50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten nemen, en de gevolgen daarvan dragen.” Dat is lastig. Daar zit een hoop twijfel bij, maar ook geloof en hoop. Je gelooft dat je alles zo goed mogelijk hebt onderzocht, je hoopt dat je de goede beslissingen neemt, maar je weet het niet zeker. Pas achteraf, over tien of twintig jaar misschien, kun je de balans opmaken of het goed was wat er gedaan is, of dat het anders had gemoeten. Maar daar schiet je nu niets mee op.

Jij, Thomas, had geen computer om de feiten te checken, er was geen persconferentie. Je zag alleen het bruisende enthousiasme en tegelijk de onzekere verwarring bij je vrienden. Je twijfelde. Maar dat is helemaal niet erg. Je verkeert zelfs in goed gezelschap. Filosoof Welmoed Vlieger noemde in Trouw (5 juni 2018) ooit als ‘prominente twijfelaars’ “Adam en Eva, Kaïn, Mozes, Lessing, Luther, Voltaire, Nietzsche, Goethe en op sommige momenten zelfs Jezus”. Ze stelt: “Wat is geloof zonder de vertwijfeling, zonder een spoortje socratische onwetendheid, zonder de donkere nacht van de ziel? (…) God en de twijfel staan niet los van elkaar. Zich inlaten met God kan een mens alleen dwars door alle sluiproutes van zijn vertwijfeling heen. Twijfel schept ruimte voor ontvankelijkheid, voor een aanvaardende houding waarin het verborgene – de liefde zelf – plotseling kan doorbreken. Juist omdat de twijfel hier geen rationele, maar een existentiële aangelegenheid betreft.”

Bij jou brak die liefde door, Thomas, toen je de wonden van Jezus’ lijden kon aanraken. “Mijn Heer en mijn God,” stamelde je. Jouw geloof is niet zweverig, het ontkent de pijn en het verdriet in het leven niet. Jouw geloof is een Paasgeloof, maar wel door Goede Vrijdag heen. Voor jou horen die wezenlijk bij elkaar. En daarmee sta je met twee benen op de grond. Dat mag ik wel, Thomas. Jij hebt de wonden van Jezus gezien. Ik kan Jezus’ wonden niet zien en aanraken, maar wel de pijn en het leed van de mensen om me heen voelen en me erdoor laten raken. En net als jij stamelen: “Mijn God”. Om dan in beweging te komen. Ik denk dat daarom jouw zondag, Thomas – de zondag na Pasen – sinds 2000 “Zondag van de barmhartigheid” heet. Bij leven hoort medeleven: met alle twijfels die je hebt, in de ander God herkennen.

 

PJ