Verdeeld

18 augustus 2019

Jaar C, 20e zondag door het jaar, 18 augustus 2019
Jeremia 38, 4-6.8-10, Hebreeën 12, 1-4 en Lucas 12, 49-53

Verdeeldheid is er altijd geweest en zal er altijd zijn in de wereld. Je hoeft de tv maar aan te zetten of de krant op te slaan: protesten in Hongkong; boten met vluchtelingen op de Middellandse zee die speelbal geworden zijn van politieke onenigheid en geen kant op kunnen; mensen die anderen uitsluiten of geen recht van bestaan gunnen; politici in Groot-Brittannië die hopeloos verdeeld zijn bij het regelen van de Brexit; felle discussies of de mens al dan niet invloed heeft op de klimaatveranderingen, en of er überhaupt veranderingen in het klimaat zijn; onenigheid tussen buren; fakenieuws dat nauwelijks meer te onderscheiden is van wat echt gebeurt; en ga zo maar door. Communicatie is daarin cruciaal en noodzakelijk, maar als standpunten verharden, wordt het samen leven lastig.

Godsdienst is dan nog een twistpunt dat extra gevoelig ligt, ook omdat religie – welke religie dan ook – te pas en te onpas misbruikt wordt voor het eigen gelijk. Daarbij komt dat het in Jezus’ tijd gevaarlijk was om zijn volgeling te zijn. Het scheurde zelfs families uit elkaar. Daar verwijst Hij naar in het evangelie van vandaag. Met die verdeeldheid moest men toen leren omgaan. En ook nu is het de kunst om in een wereld van verdeeldheid eenheid te zoeken.

Een mooi voorbeeld van verdeeldheid en verwarring is het verhaal van de zes gebrandschilderde ramen die Hendrik en Pieter Wiegersma in 1944 maakten voor de Maria Vredeskapel. Afgelopen week kreeg de parochie een van die ramen cadeau. Aanvankelijk werden de ontwerpen destijds enthousiast ontvangen door pastoor Witlox, maar toen de vensters gereed waren bedacht hij zich. Pieter schrijft hierover smakelijk in zijn boek “Postbode van de hemel”. Witlox was nogal in de ban van de vermeende zieneres Janske van Steenbergen, die een verschijning van Maria zou hebben gehad en via een engel met de naam Solemnis contact onderhield met Maria en de hemel. De engel had aan Janske gevraagd om foto’s van de ramen te mogen zien. Enkele dagen nadat zij die ontvangen had, kwam de pastoor “met gebogen hoofd, bleek en met roodomrande ogen” bij Wiegersma om te vertellen dat de ramen door de hemel waren afgekeurd. Drie van de zes zouden onzedig zijn. En dat kon absoluut niet. Al met al werden de ramen niet geplaatst. Wiegersma was natuurlijk laaiend.

Twee van de zes ramen was ik al op het spoor: die van Debora en Judith kwamen in het Noord-Brabants Museum terecht. Het raam van Esther kreeg ik afgelopen week aangeboden door iemand die het van haar grootvader had gekregen. Van de andere drie, Mirjam, Eva en Maria, is niet bekend waar ze zijn.

Ik was bijzonder blij met het cadeau. Prachtig dat een van die mooie ramen na 75 jaar weer in terug is in Deurne. Het zal met die uit het Noord-Brabants Museum een plek krijgen in de St. Willibrorduskerk Deurne. Of de hemel daar nu wel mee instemt? Ik zou niet weten waarom niet. Ik verwacht geen MeToo-protest en er is geen sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Sterker nog: de ramen laten zes krachtige bijbelse vrouwen zien, die een belangrijke rol hebben gespeeld in de Joodse en daarmee ook christelijke geloofstraditie. Eva, Mirjam, Judith, Esther en Debora mogen gezien worden – en dat was ook het uitgangspunt bij de Maria Vredeskapel – als “prae-figuren”, voorafbeeldingen van, verwijzingen naar Maria. Het zijn krachtige en tegelijk ook kwetsbare vrouwen die vrede brengen, die de verdeeldheid overbruggen.

Eva staat aan het begin. Zij is het evenbeeld van Adam, tegenover en gelijke, samen één. Maar beide laten zich ook verleiden door de slang van het kwaad. Maria wordt als nieuwe Eva gezien. Op beeltenissen vertrapt zij vaak die slang.

Mirjam is de zus van Mozes. Zij bemiddelt als de dochter van de farao Mozes in het rieten mandje vindt. Na de doortocht door de Rode Zee danst en zingt zij vol vreugde en vertrouwen dat het kwaad van de onderdrukking achter hen ligt. Haar naam is dezelfde als die van Maria en betekent ‘bitterheid’ en ‘rebellie’. Zij kent de pijn van het leven en komt in opstand tegen onrecht. Dat klinkt ook door in Maria’s Magnificat.

Met de mooie, rijke weduwe Judith ga je niet spotten. Zij verleidt legeraanvoerder Holofernes die Israël dreigt te vernietigen. Ze voert hem dronken en als hij slaapt onthoofdt zij hem. Het machtige leger slaat op de vlucht en Israël is gered. Een luguber verhaal, maar bijbelse verhalen moet je altijd zien in het perspectief van de strijd tussen goed en kwaad. En het goede overwint. Ook hierin hoor ik het lied van Maria: “Machtigen haalt Hij omlaag van hun troon, eenvoudigen brengt Hij tot aanzien.”

Dit geldt zeker voor het Joodse meisje Hadassa, dat later de naam Esther aanneemt. Zij wordt tot koningin van Perzië verheven en redt door haar tussenkomst Gods verbondsvolk Israël van de door grootvizier Haman beraamde genocide. Een vergelijkbaar verhaal met dat van Jeremia in de eerste lezing van vandaag, waarin de verdeel-en-heers-politiek van enkelen anderen ten val dreigt te brengen.

En Debora tenslotte is een wijze vrouw. Opmerkelijk is dat zij in de mannenwereld van de bijbel één van de rechters is, voorname mensen die als voorloper van de koningen wordt aangesteld over Israël. De mensen hebben respect voor en vertrouwen in haar. Zij is een vrouw van God. Ook in haar spiegelt Maria.

Zes vrouwen, zes sterke vrouwen, die in een verdeelde en soms vijandige wereld vol vuur zoeken naar eenheid en verbondenheid, die het ‘ieder voor zich en God voor ons allen’ ver overstijgen.

Misschien kunnen vrouwelijke krachten dit vuur ook in ons doen oplaaien en vrede brengen.