Vergeven

18 september 2017

Jaar A, 24e zondag door het jaar, 17 september 2017
Jezus Sirach 27,30;28,1-7, Romeinen 14,7-9 en Matteüs 18, 21-35

“Negatief mensbeeld jaagt gelovigen de kerk uit”, stond er vrijdag in het Eindhovens Dagblad boven een artikel. Nieuwsgierig en verbaasd heb ik het gelezen. Het ging erover dat mensen in de viering teveel en te nadrukkelijk als zondaars benaderd worden. Aan het begin wordt iedereen van harte welkom geheten, maar daarna wordt onze zondigheid benadrukt in de schuldbelijdenis – door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld – en nog eens erin gewreven in het zingen van het Kyrie eleison, Heer, ontferm u: “God wees ons alstublieft toch genadig. De schrijver van het artikel stelde dat je er vanuit mag gaan dat bezoekers van een kerk positief ingesteld zijn. Je moet ze dan niet als zondaars aanspreken, maar als mensen van goede wil.

Zo heb ik het nog nooit bekeken, misschien ook vanuit de vanzelfsprekende vertrouwdheid van de liturgische teksten die ik vanaf mijn jeugd meebidt. Ik geloof niet dat het kwaad kan om jezelf aan het begin van een viering klein te maken en te erkennen dat je ook maar een mens bent, met zijn goede en ook met zijn minder goede kanten. Daarbij gaat het er niet om, om dat slechte er nog eens te benadrukken, maar juist om uit te komen bij de vergevingsgezindheid van God. We vragen om ontferming, maar we weten ook al dat God ontferming is en geeft en onze tekorten vergeeft, “tot zeventig maal zevenmaal”, zoals Jezus Petrus voorhoudt in het evangelie van vandaag. Zeventig maal zevenmaal is veel. “Zoveel dat je de tel kwijtraakt”, zei iemand.

In het Onze Vader neemt vergeving een belangrijke plaats in: “Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren” bidden we tegenwoordig. We mogen erop vertrouwen dat God ons vergeeft, maar dan moeten we ook zelf vergevingsgezind zijn. Dus niet zoals die man in het evangelie die wel een beroep doet op de vergeving van zijn koning, maar keihard is voor degenen die hem wat schuldig is.

De heilige Cornelius kwam in zo’n situatie terecht. Toen hij paus was, was er grote tweespalt in de kerk. Er werd zelfs een tegenpaus gekozen: Novatianus. Het ging erover of mensen die onder druk van de Romeinse vervolging hun christelijk geloof verloochend hadden, maar daarvan later spijt hadden, wel of niet opnieuw opgenomen konden worden in de kerk. Novatianus was daarin heel hard: eenmaal uit de kerk, kom je er niet meer in. Cornelius was barmhartiger, benadrukte de vergeving door handoplegging en boetedoening en bood een nieuwe kans, hield de deur altijd open.

Ik denk dat je pas iemand kunt vergeven, als je je bewust bent van je eigen tekorten. Wat een ander verkeerd doet, het kan jezelf ook overkomen. Dat beseffen, maakt je milder naar de ander. Daarom bidden we – niet vanuit een negatief, maar juist vanuit een positief mensbeeld – een gebed om ontferming of een schuldbelijdenis. Daarom zingen we “Kyrie eleison”. Ik moest denken aan een mooi lied dat Herman van Veen hierover zong: Kyrie Eleison.