Vertrouwen

11 december 2016

Jaar A, 3e zondag van de advent, 15 december 2013
Jesaja 35,1-6a.10 en Matteüs 11,2-11

Ik weet niet of u de uitzending van De Wereld Draait Door hebt gezien, waarin Jan Terlouw – inmiddels een krasse oude man van 85 jaar – het woord nam en een pleidooi hield voor vertrouwen. Hij stelde vast dat we vandaag de dag vooral gedreven lijken te zijn door wantrouwen. Mensen vertrouwen de politiek niet, verschillen tussen groepen worden uitvergroot – waarbij “anders” per definitie “slechter” lijkt te zijn. We plegen roofbouw op de aarde, we zadelen onze kinderen en kleinkinderen op met een wereld, die we onleefbaar maken. Hij besloot zijn verhaal met het beeld van het touwtje uit de brievenbus…

Heel veel mensen reageerden. Op twitter of facebook, in kranten en columns. Blijkbaar had Jan Terlouw een open zenuw geraakt.

Donderdag stond er in Trouw een reactie op de woorden van Terlouw van Alja Tollefsen, een anglicaanse priester uit Markelo. Zij meldt dat eerlijkheid, betrouwbaar zijn, staan voor wat je zegt de kern raken van ons christelijk denken. God, die in Jezus Christus naar ons toe is gekomen, is een richtlijn voor ons leven. Maar in welke cultuur je ook leeft, iedereen weet wat eerlijkheid en betrouwbaarheid is.

Die dominee zegt het heel mooi: “Dat ik zelf een waarde als eerlijkheid koester, heeft voor mij alles met mijn geloof te maken. Maar ik wil hierin samen optrekken met alle mensen van goeie wil. Ik kan me niet voorstellen dat er ook iemand te vinden is, die het wel OK vindt om in een wereld te leven waar geen vertrouwen meer is.“

Dat is ook het hoopgevende van de enorme stroom aan instemmende reacties op Terlouw’s betoog. Heel veel mensen hebben zich aangesproken gevoeld.

Een bijzonder verhaal daarom, dat stukje bijbeltekst van vandaag. Johannes is gevangengenomen door de Herodus, en weet dat hij weinig goeds te verwachten heeft. Blijkbaar bereiken hem toch de verhalen over Jezus, en hij laat via de apostelen aan Jezus vragen of hij die lang-beloofde Messias is, de verlosser, waarover het Joodse volk al zoveel jaren schrijft, waarover Jesaja zo hoopvol sprak en waarop het altijd – in de meest benaderde omstandigheden – is blijven vertrouwen.

Jezus geeft geen simpel antwoord. Hij zegt niet “Ja, ik ben de Messias”, maar hij zegt: “Vertel maar aan Johannes wat je hebt gezien. Vertel hem over wie ik ben en wat ik doe. Eigenlijk is dat zo’n beetje de lijn door de evangelies heen. Jezus vertelt, hij gebruikt mooie verhalen en parabels om antwoorden te geven op de lastige vragen van het leven, maar ook heel veel verhalen gaan over wat hij doet. Hoe hij mensen moed geeft, hoe hij mensen aan de rand van de samenleving er weer bij betrekt, hoe hij mensen vertrouwen geeft. Alsof zijn motto is “geen woorden maar daden”.

En het begint toch uiteindelijk altijd ook bij onszelf. Als je een euro te veel terugkrijgt aan de kassa, dat even melden. Even een deur voor iemand openhouden die twee volle tassen aan zijn arm heeft. Je buren groeten. Of – en dan zijn we terug bij Jezus – die zeven werken van barmhartigheid. Hongerigen te eten geven, naakten voeden, zieken verzorgen…

Grote woorden, dus laten we vooral klein beginnen. Want we zijn allemaal maar mensen. Dus vaak maken we fouten of moeten we gewoon even opnieuw beginnen. En misschien mag daar dan in deze tijd, waarin heel veel mensen direct roepen en schreeuwen en hun giftige mening en commentaren spuwen op de tv en op facebook, tegenover staan: gewoon wat vriendelijkheid, een goed woord, een positieve of bemoedigende boodschap.

Laten we vanuit die gedachte dan maar weer naar dat kerstkind uitkijken. Geloven dat die steppe weer zal bloeien. Dromen van licht en vrede en welbehagen, voor alle mensen van goede wil.

 

WHK