Vertrouwen

6 november 2016

Jaar C, 32e zondag door het jaar, 6 november 2016
2 Makkabeeën 7,1-2.9-14, 2 Tessalonicenzen 2,16-17; 3,1-5 en Lucas 20, 27-38
Hoogfeest van St. Willibrord, patroon van de parochie

Hoe zou het zijn geweest toen Willibrord voet aan land zette op de Nederlandse kust, toen hij met zijn gezellen rondtrok om als missionaris in onze streken het geloof te verkondigen? Het wordt vaak wat romantisch voorgesteld. Heeft Willibrord inderdaad al voorlezend uit de Heilige Schrift en al predikend mensen tot bekering gebracht? Historisch is dat niet zo zeker. We weten dat Willibrord al heel snel contact zocht met de wereldlijke heersers en al gauw bevestiging ging vragen in Rome, bij de paus. Om voet aan de grond te krijgen was hun ondersteuning van belang. Politiek en macht speelden zeker een rol. Geloof werd soms afgedwongen. Dat macht en geloof geen goede combinatie zijn is in de loop van de geschiedenis telkens weer gebleken. En nog altijd wordt er misbruik gemaakt van God en gebod om het eigen gelijk te rechtvaardigen.

Het is te kort door de bocht om dan maar te stellen dat alle religie verboden of afgeschaft moet worden. Willibrord heeft veel bereikt, veel gezaaid. Onze samenleving is helemaal doordrenkt van christelijke uitgangspunten. De zorg voor zieken, ouderen, het onderwijs, sociale voorzieningen, zijn voor een groot deel geïnspireerd op christelijke waarden. Veel daarvan heeft, vooral sinds zo’n honderdvijftig jaar geleden bij de katholieke opleving, gestalte gekregen dankzij de inzet van zusters, fraters en paters. En aan de basis van dit alles klinkt toch altijd weer de naam van Willibrord.

Of er anno 2016 veel reden is om het feest van de heilige Willibrord uitbundig te vieren is maar de vraag. Zorgen overschaduwen de velden waarop de heilige gezaaid heeft. Wie hoort nog in de woorden van het evangelie het goede nieuws – vandaag een boodschap over verrijzenis en leven: God is geen God van doden maar van levenden. En Paulus wijst erop dat God ons zijn liefde heeft betoond en dat hij ons troost en blijde hoop schenkt, ons bemoedigt en sterkt met alle goeds. Wat heeft dat voor impact op ons? Hoe kunnen we in onze tijd nog mensen aanspreken, motiveren, bemoedigen?

Onze bisschop, monseigneur Gerard de Korte, heeft een beleidsplan voor het bisdom geschreven met de titel “Samen bouwen in vertrouwen”. Ik ben daar ontzettend blij mee, omdat het zo positief geschreven is ondanks het negatieve van alles wat we tegenkomen. Hij vat de koe bij de horens door de problemen te benoemen: er is bezorgdheid, frustratie, boosheid, verdriet, er is ook een verlangen naar ruimte en nabijheid, naar bevestiging. Hij schrijft:

“Ondanks de crisis rond de Kerk en de onderliggende crisis rond de Godsvraag moeten wij ons niet armer rekenen dan wij zijn. Er is in ons bisdom nog steeds katholieke “massa”. Kloosterbezoeken, pelgrimstochten, reizen naar Lourdes en Rome, processies, gildendagen en de Wereldjongerendagen: het zijn in het Bossche bisdom populaire activiteiten met soms grote uitstraling.
Maar bovenal telt het bisdom ruim 50 nieuwe parochies met bijna 300 kerkgebouwen. Rond ieder kerkgebouw functioneert een geloofsgemeenschap/ deelparochie/ parochiekern, waarin veel vrijwilligers actief zijn. Zij weten van de kwetsbaarheid van de huidige Kerk, maar dat weerhoudt hen niet van inzet en betrokkenheid. Integendeel, zij weten zich geroepen tot hoop vanuit het geloof dat Christus bij zijn Kerk is en haar ook draagt. Juist de bisschop en de andere stafleden, maar ook de pastorale beroepskrachten en besturen zijn geroepen om de hoop in de harten van de gelovigen te voeden.
Bij mijn dekenale werkbezoeken heb ik vele malen een verwijzing gehoord naar paus Franciscus. Velen beleven hem als een Godsgeschenk voor de Kerk. Nadat het nieuws over het misbruik een grauwsluier over de parochies had gegooid, vormt het optreden van onze paus vanaf het voorjaar van 2013 voor ontelbaar veel katholieken weer een reden om fier te zijn op het katholieke geloof.”

Tegelijkertijd constateert hij:
“dat veel mensen niet hebben geleerd om over hun geloof te spreken. Geloven heeft voor hen meer te maken met gevoel en veel minder met een rationele en verbale verantwoording. Bij de overdracht van het geloof op de volgende generatie vormt dat een ernstige handicap, maar ook op de geloofsbeleving zelf. De rijkdom aan inzichten, die ons geloof herbergt, moet voortdurend te voorschijn worden gehaald.”

Hij pleit voor een nieuwe missionair elan, zoals Willibrord dat had. Het gaat volgens hem om het verdiepen van ons devotie- en volksgeloof tot een doordacht en catechetisch onderbouwd geloof. Wij zijn gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. “De rijkdom die besloten ligt in het belijden van de drieëne God, kan ons helpen ons geloof te verdiepen en onze identiteit te versterken.” Hoe dat gestalte kan krijgen zal de komende tijd verder uitgewerkt worden. Wel wordt nu al iedereen uitgenodigd om al zijn talenten in te zetten om het mooie geloof dat we hebben, uit te stralen, voor te leven, tot uiting te brengen in werken van barmhartigheid, om weer trots te zijn op ons geloof.

Dan kan wellicht iets van het vuur dat Willibrord in onze omgeving heeft gebracht weer aanwakkeren en oplaaien.

PJ