“Vrede zij u”

18 april 2021

Jaar B, 3e zondag van Pasen, 18 april 2021
Lucas 24, 35-48

We willen graag zekerheid, zekerheid over wanneer de coronamaatregelen eindelijk versoepeld worden; zekerheid over vaccinaties, gezondheid, werk, relatie. Maar tegelijk merken we aan alle kanten dat er maar weinig zeker is. Dat zijn we niet zo gewend. De laatste decennia groeide het besef dat het leven maakbaar is. Met technische ontwikkelingen kunnen we de wereld aan. Maar inmiddels staan we weer met beide voeten op de grond.

Jezus’ leerlingen willen ook graag zekerheid. En ze willen hun geloofszekerheid overbrengen aan de mensen die na hen komen, die tot op de dag van vandaag hun getuigenissen lezen in de evangelies en in de Handelingen van de Apostelen. Vorige week hoorden we over Tomas, die Jezus’ handen en wonden mocht aanraken om overtuigd te worden van zijn geloof.

Vandaag vertelt Lucas een vergelijkbaar verhaal, om ons te overtuigen van hoe bijzonder Jezus’ opstanding uit de dood is. Hij probeert ons te laten ervaren wie de verrezen Jezus is. Eigenlijk is dat met geen pen te beschrijven. Daarom probeert hij het zo concreet mogelijk te maken; dat je het haast kunt voelen, dat je Jezus kunt aanraken: “Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf. Betast Mij en kijkt: een geest heeft geen vlees en beenderen zoals ge ziet dat Ik heb.” En de leerlingen zien ook nog hoe Jezus smakelijk een stuk geroosterde vis opeet.

Bevestigt dit verhaal ons in ons geloof? Hoe concreter Jezus’ aanwezigheid wordt beschreven, hoe moeilijker lijkt het om zijn verrijzenis te begrijpen. Maar misschien kan juist de ongeloofwaardigheid van wat Lucas ons presenteert, ons ook doen vermoeden dat er een kern van waarheid in zit. Zo’n vreemd en gedetailleerd verhaal kun je haast niet verzinnen. En als je het al verzonnen krijgt, zou je het wel uit je hoofd laten om het publiek te maken, want je weet bij voorbaat dat je niet geloofd wordt of zelfs voor gek wordt uitgemaakt. De leerlingen van Jezus kunnen echter niet zwijgen. Zij hebben iets meegemaakt dat niet in woorden is te vatten en ze moeten er wel van getuigen, of ze willen of niet.

Terwijl we daarover onze hersenen pijnigen, gaan we ongemerkt voorbij aan wat Jezus als eerste zegt als hij aan zijn vrienden verschijnt: “Vrede zij u”. Dat klinkt als een refrein, een mantra door veel Paasverhalen heen. Waar Jezus verschijnt, begint vrede. De Emmaüsgangers hebben dat ervaren toen hun hart brandde en zij Jezus herkenden aan het breken van het brood. Jezus’ leerlingen, in verwarring bijeen, hoorden het toen Jezus opeens in hun midden stond. Ook een week later, toen Tomas erbij was, was het eerste wat Jezus zei: “Vrede zij u”. En vandaag horen we het in het evangelie weer: “Vrede zij u.”

Jezus’ verrijzenis gaat samen met vrede. Zou je ook kunnen zeggen: overal waar vrede is, daar kunnen mensen opstaan?

Hoogleraar en theoloog Peter Nissen schrijft onder de titel “Van de schoonheid en de troost” elke dag een artikel op Facebook over wat hem opvalt. Afgelopen woensdag verwees hij naar een onderzoek naar coronarituelen door Irene Strengs, hoogleraar antropologie aan de Vrije Universiteit en onderzoeker van het Meertens Instituut. Hij schrijft: “Het repertoire van die rituelen begon zo’n beetje met het applaudisseren voor de werkers in de zorg op 17 maart 2020. Daarop volgde van alles: het luiden van kerkklokken als ‘klokken van hoop en troost’, het samen zingen van ‘You’ll never walk alone’. (…) Antropologe Irene Strengs wijst erop dat het hart in Nederland symbool werd van onderlinge verbondenheid en empathie: ‘hart voor de zorg’, harten op vlaggen, stickers, posters, stoepen, straten, t-shirts. (…) Zij vraagt zich af hoe lang het hart als Nederlands symbool van empathie zal standhouden.” Peter Nissen vindt dat een terechte vraag, want hij heeft de indruk dat het hart nu, na ruim een jaar pandemie, inderdaad minder prominent zichtbaar begint te worden in de publieke ruimte.

Jammer dat die aandacht voor het hart weer stilletjes weg ebt. Ik vind dat ook zorgwekkend. Steeds meer staan mensen, groepen, landen tegenover elkaar in plaats van naast elkaar. Vrede heeft juist te maken met hartelijkheid, betrokkenheid op elkaar, zorg voor elkaar. Je hart laten spreken, je in je hart laten raken door de ander, daar begint vrede en verrijzenis, kunnen mensen opstaan, leven.

 

PJ