Vrij

14 oktober 2018

Jaar B, 28e zondag door het jaar, 14 oktober 2018
Wijsheid 7,7-11, Hebreeën 4,12-13 en Marcus 10,17-30
Feest van H. Gerardus Majella, een van de patroonheiligen van de parochie

Zij had haar leven mooi uitgestippeld: trouwen, kinderen krijgen. Ze had ook een vriend met wie zij die plannen deelde. Maar op een dag, op een moment – ze weet tijd en plek nog precies – kreeg ze het inzicht dat ze het klooster in moest gaan. Ze voelde zich door God geroepen. Haar vriend vond het verschrikkelijk, maar uiteindelijk zei hij: “Nu ik je aan God moet afstaan kan ik er vrede mee hebben. Maar als het een andere jongen was geweest, dan had ik voor je gevochten…” Haar ouders moesten aan het idee wennen. “Waar wil je dan intreden,” vroegen ze. Dat wist zij niet. Ze kende geen klooster. Ze vroeg aan haar ouders om rond te kijken en een congregatie uit te kiezen die bij haar zou passen. Want haar ouders kenden haar door en door. Zo namen zij haar op zeker moment mee naar een klooster. Ze kwam er binnen en ze voelde zich meteen thuis. Het is alweer zoveel jaar geleden, maar ze heeft er nooit spijt van gehad. Dat zij zich bond aan de kloostergemeenschap heeft haar vooral vrijheid gebracht.

Zo heb ik mijn roeping ook ervaren, als een bevrijding. Ik had op het einde van mijn bouwkundestudie het beklemmende gevoel dat ik na het afstuderen ergens achter een tekentafel zou verdwijnen. Het werken in de parochie, het bezig zijn met mensen, bracht mij meer voldoening. Natuurlijk heb je ook als architect enorm veel contacten, maar het bleek toch niet mijn weg. Ik heb het achter me gelaten en ik voelde vrijheid, ook al betekende dit weer een aantal jaar studeren in de beslotenheid van een seminarie. Ik heb er nooit spijt van gehad.

Ik vond het mooi hoe de nieuwe bisschop van Roermond, de huidige deken van Venray, Harrie Smeets, die ik nog ken vanuit de opleiding, vertelde over hoe hij gevraagd werd door de nuntius. Of eigenlijk was het niet echt een vraag. Hij hoefde alleen nog maar ja te zeggen. “Heeft u getwijfeld,” vroeg een journalist. “Nee,” zei de nieuwe bisschop, “ik ga hier niet over twijfelen. Want als je nee zegt, dan is de consequentie dat het volgende wat je gaat doen in de kerk eigenlijk op eigen houtje is. Het plezierige van benoemingen is juist een soort van gedeelde verantwoordelijkheid. Ik vraag er niet om. Als er moeilijkheden zijn, of als het anders gaat dan je dacht, voel ik me ook vrij om te zeggen, help me hier mee. Het is dan niet: Je moest toch ook zo nodig. Je hebt er niet voor gesolliciteerd.” “Ziet u er niet als een berg tegenop,” was de volgende vraag: “Ja!” zei de kersverse monseigneur. Maar ik heb ook wel geleerd: als je dingen stap voor stap aanpakt, dan kom je een heel eind.” Ik proefde in zijn woorden hoe hij zich ondanks de grote verantwoordelijkheid waaraan hij vastzit, zich toch vrij voelde om de uitdaging aan te gaan.

De man in het evangelie, die bij Jezus komt, lukt dit niet. Hij moet kiezen: op dezelfde manier doorleven – maar daar voelt hij zich niet echt gelukkig bij; of: alles verkopen en opnieuw beginnen en met Jezus meegaan – daar wordt hij onzeker van. Uiteindelijk durft hij het niet.

Vandaag vieren we een van onze patroonheiligen, die wel – en radicaal – zijn roeping volgde. Gerardus Majella was vast besloten om zijn leven volledig ten dienste te stellen aan God. Hij legde naast de gewone kloostergeloften bij de Redemptoristen zelfs een extra gelofte af dat hij in elke omstandigheid zou kiezen voor het volmaaktste.

Alles verkopen wat je hebt, alles achterlaten…
Ik weet niet of ik het voortdurend kan opbrengen, maar ik zie het om me heen wel gebeuren. Er zijn mensen die het voorbeeld geven. Wellicht komen we allemaal wel ooit voor een keuze te staan om – misschien niet alles, maar wel – iets of iemand los te laten. Ik hoop dat je dan de moed vindt om de opgave of uitdaging aan te gaan.

 

PJ