Vuur

3 september 2017

Jaar A, 22e zondag door het jaar, 3 september 2017
Jeremia 20, 7-9 en Matteüs 16, 21-27

Ik vind de woorden van Jeremia in de eerste lezing prachtig: zo menselijk. Het zit hem niet mee, het water staat hem tot aan de lippen, hij kan er niet meer tegen, denkt erover om op te geven. Hij is uitgeblust, afgebrand. Wij zouden het in onze tijd burn-out noemen. Maar dan, zo zegt hij: “laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente.” Een prachtig beeld van herwonnen moed, hartverwarmend enthousiasme, ervoor willen gaan, al kost het veel kruim.

Ik zag dat vuur in twee hele verschillende situaties afgelopen weken. Ik heb ze allebei gevolgd op Facebook. De ene is Ellen Kusters uit Neerkant, die onlangs een boek presenteerde, waarin zij vertelt over de burn-out die zij heeft gehad en hoe ze daar doorheen kwam. In de aankondiging van het boek schrijft ze: “Er was eens een meisje, dat later graag juf wilde worden. Met haar diploma op zak startte zij vol enthousiasme haar loopbaan. De eerste jaren genoot zij volop van haar werk. De combinatie werk en gezin bleek na verloop van tijd echter lastig. Ze zag dat het onderwijs hoe langer hoe ingewikkelder werd en door dit alles belandde zij in een burn-out. Door kritisch naar zichzelf te kijken kwam ze erachter dat het onderwijs niet meer bij haar paste, stopte met haar werk als juf en ging op zoek naar zichzelf.” Dat was een langdurig, emotioneel en confronterend proces vol onzekerheden en onbegrip ook. Maar ze kwam er doorheen. Ergens schrijft ze dat als er een moment was om iets anders te gaan doen dat het nu was. Ze weet inmiddels dat haar hart bij het schrijven ligt. Het is spannend hoe haar boek ontvangen wordt, maar ze is supertrots op haar openhartige uitgave: “Er was eens… een juf”.

Ik zag dat vuur, dat Jeremia voelt in de spanning van zijn bestaan, afgelopen week ook, maar weer heel anders, bij de Deurnese dansgroep Vinutsu – gemiddelde leeftijd veertien –, die in het Schotse Glasgow meedeed aan het wereldkampioenschap streetdance en in zijn categorie ook wereldkampioen werd. Hun sprankelende show was een combinatie van strakke dansbewegingen als groep, gecombineerd met meer vrije bewegingen van de deelnemers afzonderlijk. Ontzettend knap hoe dat haarfijn in elkaar overliep. Dat vraagt niet alleen een groot enthousiasme – wat duidelijk merkbaar was -, maar ook een strakke discipline, teamwork en een enorme inzet van elk van de deelnemers. Alle waardering voor coach en choreograaf Davy Denkers die in zijn dansschool in de voormalige Zeilbergse kerk iets bijzonders zag in vijftien jonge mensen met evenzoveel verschillende karakters, die elkaar lang niet allemaal kenden van te voren, die moesten ontdekken dat ze konden samenwerken, maar wel allemaal met talent om te dansen, om zich met vallen en opstaan een – in mijn ogen geraffineerde en behoorlijk ingewikkelde – choreografie eigen te maken. Hij smeedde hen samen tot een eenheid, hij geloofde in hen, wist tot en met de finale zijn vurig enthousiasme aan hen over te dragen.

Petrus in het evangelie begrijpt niet veel van wat de oude profeet Jeremia ervaart. Hij wil het liefst alle moeite, pijn, alle lijden, tegenwerking, onbegrip, negatieve reacties, zuchten en steunen overslaan. Maar zo werkt het niet in het leven. De weg naar Pasen gaat langs Goede Vrijdag, de weg naar opstanding door een diep dal. Voor Jezus is dat de weg van het kruis. Voor een dansgroep gaat die weg langs keihard trainen, je ego koesteren maar vooral ook opzij zetten. Voor wie met een burn-out te maken krijgt gaat de weg langs eenzaamheid en donker, tot er hopelijk opeens een lichtpuntje gloort en die oude profetische woorden ook op jou van toepassing zijn: “Dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden maar het lukt me niet.” En dat hoeft ook niet!

 

PJ