Overweging: Wakker schudden

27 september 2015

Numeri 11, 25-29, Jakobus 5, 1-6 en Marcus 9, 38-43.45.47-48

Ik heb best moeite met de lezingen van vandaag. Ze komen zo hard over. Toch denk ik ook dat het soms nodig kan zijn om harde woorden te spreken, om mensen wakker te schudden, om zelf wakker geschud te worden. Heel veel gaat maar z’n gangetje.

Op NPO 3 stond ZAPP deze week in het teken van de week tegen het pesten. Er werd heel open over gesproken door jongeren die gepest worden, door pesters, door meelopers en omstanders. Het blijkt dat gaandeweg de sfeer van pesten en gepest worden kan groeien tot een gewoonte, waarbij mensen er geen erg meer in hebben wat zij aanrichten. Pas als ze ermee geconfronteerd worden, schrikken ze en kunnen ze niet anders dan beterschap beloven. Het blijkt ook dat iemand die gepest wordt heel gemakkelijk een pester kan worden. Ook is er maar een klein verschil tussen meeloper en omstander. Grijp je in of kijk je weg? Misschien denk je dat het je zelf niet kan overkomen. Toch kunnen de omstandigheden zo zijn dat je doet wat je niet verwacht. Ik zag op TV hoe dat in een school werkt. In onze samenleving is dat precies hetzelfde. Goed en kwaad kunnen zomaar door elkaar heen lopen.

Zij die in de jaren veertig en vijftig werden uitgezonden naar Nederlands Indië of Nieuw Guinea en ook daarna tijdens diverse vredesmissies kunnen ook verschrikkelijk worstelen met wat hen overkwam, met wat zij hebben gedaan, gewild of ongewild, met de manier waarop er op hen persoonlijk neergekeken werd en soms nog wordt, terwijl zij niets anders deden dan hun plicht als militair en in naam van de overheid.

Aalmoezenier Lidwina van den Broek citeerde in haar overdenking bij het Nationaal Indiëmonument in Roermond op 5 september 2015 professor dr. Fred van Iersel. Hij schrijft ergens: “je hoeft niet altijd een oorlog te beginnen, om er toch bij betrokken te raken.” Die zin raakte haar. “Gold dit niet bij uitstek voor de militairen die hebben gevochten in voormalig Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea, maar ook voor de vele uitgezonden militairen die na hen kwamen, dat zij bij een oorlog betrokken zijn geraakt, zonder die zelf te zijn begonnen? In haar pastorale zorg voor veteranen komt zij zovelen tegen die nu nog in gewetensnood verkeren om wat zij hebben meegemaakt. “Militairen komen vaak terecht in een situatie waarin het normale zicht op goed en kwaad wordt verduisterd door alle geweld en leed dat zij er aantreffen en waaraan zij deelhebben. “Het was hij of ik”, hoor ik veteranen vaak zeggen. Daar kunnen ze als militair nog wel mee leven. Maar moeilijker wordt het, als er doden vallen die je niet ziet, zoals door een mortieraanval. Of als het gaat om vrouwen en kinderen. Vooral dit laatste draagt de veteraan de rest van zijn leven met zich mee. Eenmaal thuisgekomen, kan hij nooit meer ‘neutraal’ naar zijn eigen kinderen kijken. Hun leven, waar hij dankbaar voor is, doet hem de vraag stellen naar die andere kinderen, die hij heeft zien of doen sterven. En wij blijven het antwoord schuldig, naar wat dit leed, dit geweld, dat zijn leven doordrenkt, betekent.”

Ook schrijver/dichter Hans van Bergen, die jaarlijks op diezelfde herdenking in Roermond een declamatie voordraagt, sprak over de worsteling tussen goed en kwaad, tussen een oerwoed van waarheden. In de herdenkingsvieringen die we jaarlijks op de laatste donderdag van september hielden lieten wij zijn woorden regelmatig klinken. Ik wil zijn voordracht ook vandaag laten horen.

Declamatie Hans van Bergen

 

PJ