Water en liefde

19 maart 2017

Jaar A, 3e zondag Veertigdagentijd, 19 maart 2017
Exodus 17, 3-7 en Johannes 4, 5-42

“Geen paradijs, maar wel een heel gelukkig land”, zo stond er zaterdag in de krant bij een artikel van de Nederlandse Engelsman en journalist Simon Kuper. Wat mij echter opviel de laatste dagen, is dat er juist zoveel mensen ontevreden zijn over de uitslag van de verkiezingen. Alsof alle problemen in de maatschappij door onze stembusgang opgelost zouden zijn. In ons land mag je je eigen mening hebben, die mag je ook laten horen – in de verkiezingscampagnes is dat ook volop gedaan – maar het kiezen van welke weg te gaan nadat de stemmen geteld zijn, is altijd iets van partijen en dus mensen samen. Het is ook altijd geven en nemen. Misschien is dat wel het grote probleem in een samenleving die vooral het ‘ik’ centraal stelt.

In het verhaal van de vrouw bij de put doorbreekt Jezus die ik- gerichtheid. Joden en Samaritanen ontwijken elkaar het liefst, minachten elkaar zelfs. Het is not done om met elkaar te spreken. Het is ook in die tijd niet gebruikelijk en zelfs ongehoord, dat een vrouw met een onbekende man in gesprek gaat. En toch gaat Jezus het gesprek aan met de Samaritaanse vrouw.

Iemand vertelde op Facebook over zijn bezoek aan een voorstelling van Stef Bos. Hij schreef: “De muziek van Stef was prachtig. Hij had rake teksten zoals dat verschillende rassen juist de verschillen van elkaar moeten vieren. Ook had hij het erover dat er zonder angst ook geen fantasie was. Maar de mooiste uitspraak was dat de mensen door het bouwen van muren niet hun vrijheid terugkregen maar een gevangenis voor zichzelf bouwden.” Dat is raak gezegd. Jezus breekt muren af, overbrugt grenzen. Dat zouden wij ook moeten doen.

Daarvoor is het nodig om terug te gaan naar de bron, naar waar dat levende water, waar Jezus het over heeft, en wat hijzelf is, vandaan komt. Voor mij was afgelopen week een nieuw boekje over het Onze Vader een eyeopener. Franck Ploum schreef het als “Reisleider bij een oergebed” (Onze Vader, wat zeg je? Bernemedia 2017). De tekst van het Onze Vader is zo vertrouwd, dat we het haast automatisch bidden. Daarom kostte het enkele maanden geleden – en wellicht nu nog – veel moeite om de wijziging in de vertaling, al zijn het maar zeven woorden, te accepteren. Maar het kan ook goed zijn de routine even los te laten en je eens af te vragen wat we eigenlijk zeggen en bidden. “Wat betekenen grote woorden als Vader, Hemel, Brood, Koninkrijk, Schuld?”

Als je bijvoorbeeld bidt: “Uw rijk kome”, dan zeg je eigenlijk dat het anders moet in onze wereld. Dat is een geluid dat breed in de samenleving klinkt. Ploum stelt dat een andere wereld begint bij bewustwording. “Wie ogen heeft ziet het onrecht, wie oren heeft hoort het schreeuwen van de slachtoffers, wie na kan denken weet dat het niet klopt: dat er iets grondig mis is met hoe we met elkaar omgaan, met hoe we de aarde en haar grondstoffen leegroven, met de verdeling van geld en goed. Wij maken elkaar tot object, wij geven waarde aan natuur in termen van economie. Wij beheren en behoeden niet, maar bepalen en sturen en manipuleren. En als het ons niet bevalt, dan zetten we het mes erin. Nee, deze wereld is niet wat deze wereld zou kunnen zijn, of zou moeten zijn.” (blz 53). Het antwoord op dat nee is niet “Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw”, zo van: God, doe er iets aan. Het roept op tot actie, tot daden. Voor die uitdaging staan de politieke partijen in de Kamer en rond de formatie van een regering. Maar het doet evengoed een appèl op ons allemaal, om geen muren te bouwen, maar bruggen, om levend water te laten stromen. Dat begint bij: in gesprek gaan met elkaar, zoals Jezus en de Samaritaanse vrouw. Ze lijken compleet langs elkaar heen te praten, maar toch verstaan ze elkaar.

Iemand die zijn eigen bron niet verloochent, maar wel een brug probeert te slaan is Mohamed El Bachiri. Zijn vrouw Loubna kwam een jaar geleden om bij de aanslagen in Brussel. Hij is – net als de daders van die aanslagen – een Marokkaanse Belg, moslim en afkomstig uit Molenbeek. Hij worstelt met hoe hij zijn kinderen kan uitleggen wat er is gebeurd. Hij schrijft: “Ze zijn kwaad, ze willen wraak. Ik zeg: ‘Als je iemand doodt of met geweld reageert, dan maak je dezelfde fout als hij. Dan verlaag je je tot zijn niveau. Jullie zijn beter dan dat.’” Zijn antwoord is liefde. Zijn gedachten werden in een boekje uitgegeven: “Een jihad van liefde” (De Bezige Bij 2017). Een fragment daaruit:

(…)
“Liefde kan niet leiden tot haat, want vreugde leidt nooit tot pijn.
Liefde kent alleen genade en vergeving.
Liefde oordeelt niet, liefde is onschuldig.
Liefde kun je uitdrukken en voelen.
Liefde is niets dan delen en aanvaarden.
Liefde kan intiem zijn en toch overal.
Als jij Liefde bent, heb ik dezelfde godsdienst.”

(…) Onze jongeren moeten vanaf hun vroegste jeugd opgroeien in liefde.
Zonder liefde kan een kind niet openbloeien.
Als een kind niet openbloeit, kan het later geen liefde geven.

Een leven zonder liefde is een wereld zonder zon.
Ik heb liefde nodig als de lucht die ik adem.
Als het water dat ik drink.
(…)” (blz. 90-91)

Een jihad, een strijd, een inspanning van liefde…
een stroom van levend water…
Dat is de opgave, de uitdaging waarvoor wij staan.

 

PJ